24 september 2024
Opinie
door: John Machiels
NOC*NSF trok als vertegenwoordiger van de topsport afgelopen zomer in Nederland alle media-aandacht naar zich toe. Logisch. Dat ging immers over topsport. Min of meer tegelijkertijd publiceerde NOC*NSF de Sportagenda 2032 met daarin de ambitie om Nederland het sportiefste land van de wereld te kunnen maken. Goed streven. Anders dan bij topsport is er dan echter sprake van een agenda die niet alleen door NOC*NSF kan worden gerealiseerd. NOC*NSF vertegenwoordigt immers (slechts) ca. de helft van de sporters in Nederland: de georganiseerde sport. Dat besef is bij NOC*NSF aanwezig.
De samenwerking met andere partijen (overheid, particuliere sportondernemers) wordt als kritische succesfactor benoemd voor het realiseren van de Sportagenda 2032. Voor veel onderdelen van de uitvoeringsstrategie is er sprake van afhankelijkheid van bijvoorbeeld gemeenten: voor toegankelijke sportaccommodaties, het promoten van de waarde van sportief bewegen, het werken aan toegankelijke sportaccommodaties, het realiseren van sportvriendelijke openbare ruimte. Maar waarom zijn dan bijvoorbeeld gemeenten en de particuliere sportondernemers niet vooraf betrokken bij het opstellen van deze sportagenda? Als je anderen nodig hebt voor het verwezenlijken van een ambitieus plan, dan betrek je ze toch vooraf en deel je ambities en plannen?
Een agenda voor 2032 veronderstelt realistische streefcijfers. Die ontbreken. NOC*NSF gaat uit van een groei in 8 jaar tijd van 20% van het aantal wekelijkse sporters en van 20% sporters bij een sportvereniging. Deze cijfers zijn zo onrealistisch dat de moed je op voorhand in de (sport)schoenen zakt. Alle recente deelnamecijfers voor sport en bewegen laten een daling zien. Een daling die het gevolg is van maatschappelijke ontwikkelingen die niet of heel moeilijk zijn om te keren. En dan zijn er nog de te verwachten maatregelen die op korte termijn de financiële situatie voor de sport verslechteren (bezuinigingen bij zowel de rijksoverheid als bij gemeenten).
Het doet mij erg denken aan het Olympisch Plan 2028. Met dezelfde fouten: andere partijen zijn er onvoldoende bij betrokken en de doelstellingen zijn niet realistisch. Hoe een goed idee opnieuw niet tot uitvoering kwam.
Hoe moet het dan wel?
De Nederlandse Sportraad heeft hiertoe in het advies ‘Nederland, sta op!’ voorstellen gedaan. Overheid, bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld en burgers moeten samen de verantwoordelijkheid voor meer bewegen pakken. De raad adviseert het kabinet om regie te nemen en te inventariseren wat bewegen belemmert of stimuleert in de werkomgeving, de zorg, het onderwijs en binnen de ruimtelijke ordening. In coalities met het rijk moeten vervolgens de werkgevers, zorgaanbieders, onderwijsbesturen en stedenbouwkundigen en uiteraard de beweegaanbieders aan de slag om dagelijks voldoende bewegen in hun omgeving vanzelfsprekend te maken.
Een complexe opgave. Het vraagt om het opnieuw definiëren van de verhoudingen tussen overheid, (ideëel en commercieel) particulier initiatief en burgers. Waar sport en overheid elkaar ontmoeten, was lang het uitgangspunt dat de sport het beleidsprimaat heeft en de overheid voorwaardenscheppend is. Dat dateert uit de tijd dat er niet of nauwelijks sprake was van commerciële bedrijven die een deel van het sport- en beweegaanbod verzorgen. Er is een veelheid van sportaanbieders bij gekomen, variërend van eenpitters die een bootcamptraining in de openbare ruimte aanbieden via georganiseerde toer- of wandeltochten tot de grote fitnessketens. De burger is zich in de afgelopen decennia anders gaan gedragen en regelt steeds vaker zijn eigen (ongeorganiseerde) sport- en beweegaanbod, individueel of in een meer of minder vast clubje van gelijkgestemden.
De wereld van sport en bewegen is ingrijpend veranderd. Dat vraagt van overheid, particulier initiatief en burger om opnieuw vast te stellen hoe ze zich tot elkaar hebben te verhouden als het gaat om het inrichten en uitvoeren van sport- en beweegbeleid. Het beleidsprimaat ligt (al lang) niet meer vanzelfsprekend bij de (georganiseerde) sport en net zo min kan de overheid volstaan met een faciliterende rol. Samenwerking (was en) is een vereiste en rollen en verantwoordelijkheden moeten opnieuw worden gedefinieerd.
Binnen die nieuwe verhoudingen is het niet mogelijk dat NOC*NSF solitair de Sportagenda 2032 opstelt en voor alle partijen een uitvoeringsstrategie bedenkt. Dat past alleen nog in een aflevering van ‘Andere tijden sport’. Om in sporttermen af te sluiten: een valse start voor NOC*NSF.
John Machiels is strategisch adviseur bij NV SRO dat gemeentelijk vastgoed beheert en exploiteert in negen gemeenten.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.