11 januari 2011
Opinie
door: Monique Kwakman
Het jaar 2010 was smullen voor de sportliefhebber. We hebben met z’n allen gekeken naar topsporters die op het juiste moment boven zichzelf uitstegen, maar zagen ook topsporters die bezweken onder de druk. In deze column wil ik graag het belang van passende mentale begeleiding uit- en toelichten en het mentale ontwikkelingsaspect beschrijven vanuit een bredere context. Uit een aantal concrete voorbeelden van het afgelopen jaar zal blijken dat er nog veel winst valt te behalen op dit vlak van gedrag.
De impact van topsport is enorm. Als we alleen al kijken naar de taferelen die plaatsvinden bij het scoren van een doelpunt, is dit met niets te vergelijken. Ik heb op kantoor nog nooit twee collega’s elkaar zien bespringen of met hun overhemd over hun hoofd door de gang zien rennen, na het ‘scoren’ van een grote klant. En bij verlies worden er gelukkig ook geen collega’s in elkaar geslagen.
Op momenten waar je onder extreme druk staat en tegelijkertijd het beste uit jezelf moet halen, kan de geringste twijfel funest zijn voor het eindresultaat. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de ‘wisselfout’ van Sven Kramer/Gerard Kemkers. Omdat topsporters ook nog ‘gewoon mens’ zijn, spelen vaak dezelfde (mentale) processen een rol als bij niet-topsporters. Echter bij topsport kijken er miljoenen mensen mee op het ‘moment suprème’.
Nosce te ipsum
Om je mentale grenzen te kunnen verleggen, is bewustwording van deze grenzen een eerste stap; inzicht verkrijgen in eigen gedrag. Dit is overigens geen nieuw inzicht. De Griekse filosofen vonden al dat zelfkennis de meest waardevolle kennis was om na te streven. Nu wil ik (sport)psychologen niet tot een soort goden verheven, maar zij kunnen sporters en coaches professioneel ondersteunen bij deze zoektocht naar mentale grenzen.
Een voorbeeld van schaatsster Ireen Wüst illustreert hoe mentale begeleiding haar hielp bij persoonlijke ontwikkelingsprocessen en (indirect) het bedrijven van topsport. Zij sprak onlangs in een interview over haar ‘coming out’ en de psychologische ondersteuning die zij daarbij kreeg in het voortraject naar de Spelen: ‘Als ik last heb van mijn benen dan ga ik naar de fysio en als ik last heb van problemen in mijn hoofd waar ik zelf niet uitkom, dan is het wel handig om een klankbord te hebben.’ Het was een zoektocht op persoonlijk vlak om ‘gewoon mens’ te mogen zijn, naast het bestaan van topsporter. Wüst gaf aan dat het ontzettend eng was om zo in de spiegel te kijken en met zichzelf te worden geconfronteerd, maar dat het onvermijdelijk was en haar als mens en topsporter verder heeft ontwikkeld.
Angst
De angst om geconfronteerd te worden met jezelf, wordt door veel mensen als hindernis ervaren en geldt als reden om een bezoek aan de psycholoog nog even uit te stellen. Daarnaast is er schijnbaar nog veel gebrek aan kennis over hoe een psycholoog te werk gaat. In datzelfde interview met Wüst vroeg de verslaggever van de NOS (wellicht gespeeld naïef) of het nog ‘ouderwets op een bank gaat’, zo’n bezoek aan een psycholoog. Wanneer dit de beleving van veel mensen impliceert, moet ik die mensen toch teleurstellen. Het is niet zo dat een sporter binnenkomt met een probleem, op de sofa gaat liggen, waarna de psycholoog binnen enkele gesprekken een Freudiaans complex vaststelt en aannemelijk maakt dat de sporter heimelijk verliefd is op de coach. De werkelijkheid ligt (gelukkig) iets genuanceerder. De rol die een psycholoog speelt als begeleider, zeker binnen de topsport, heeft meer te maken met het voorkomen van problemen en het optimaliseren van prestaties.
Blijft over die angst voor zelfreflectie, want in welk stadium van een proces je ook een psycholoog bezoekt, je ontkomt niet aan die spiegel. Een kijkje in de spiegel kan behoorlijk wat teweegbrengen. Sporters, maak ook coaches, hebben niet altijd een heel goed zelfbeeld (dit geldt overigens ook voor veel mensen die niet aan sport doen). De redenen hiervoor zijn divers, sommige sporters hebben bijvoorbeeld nooit geleerd om introspectie toe te passen. Zeker wanneer je als jong talent ‘moeiteloos’ doorstroomt naar de top word je pas geconfronteerd met jezelf op het moment dat het even niet meer goed gaat, bijvoorbeeld bij een blessure. Een andere reden kan zijn dat niet alle topsporters een opleiding volgen, of ze zetten deze tijdelijk op een lager pitje, waardoor de focus nog meer komt te liggen op die sport.
Echter ook bij volwassen sporters kunnen andere belangen zwaarder wegen - soms worden die andere belangen overigens afgedwongen door coach of sportbond - waardoor niet altijd gehoor wordt gegeven aan een innerlijke behoefte. De persoonlijke ontwikkeling krijgt hierdoor minder of geen aandacht. De angst die daarmee wordt opgebouwd voor reflectie -met als gevolg het vermijden hiervan - is niet in het belang van de sporter. En het getuigt van een korte termijn visie. Ik zou zelfs nog een stap verder willen gaan en stellen dat dit in sommige gevallen mentale verwaarlozing tot gevolg heeft. Hier is een link te leggen naar fysieke training. Eenzijdige fysieke belasting zal op termijn ook leiden tot blessures.
Vertrouwen en verantwoordelijkheid
De eerste spiegel voor een sporter is vaak de coach. Al is het maar omdat zij elkaar soms dagelijks zien en spreken. De belangrijkste functie van een coach is feitelijk om deze sporter optimaal te ondersteunen op weg naar sportieve doelen. Naast kennis op tactisch en technisch vlak wordt van een coach verwacht dat deze de communicatie kan afstemmen op de belevingswereld van de sporter. Simpeler gezegd: het zo kan uitleggen dat een sporter begrijpt wat een coach bedoelt. Als dit proces goed verloopt, is er een basis voor wederzijds vertrouwen. Wanneer er vertrouwen is, zal een sporter zich eerder kwetsbaar durven op te stellen richting de coach of teamgenoten en kunnen problemen vaak sneller worden verholpen.
Hoe (niet) te handelen bij mentaal falen
Het zal niemand zijn ontgaan dat er bij de viermansbob van Van Calker tijdens de afgelopen Olympische Spelen sprake was van mentaal falen op het moment dat er gepiekt moest worden.Van Calkers mentale talent is misschien wel dat hij ontzettend goed risico-inschattingen kan maken en daar razendsnel op anticipeert. Een wenselijke eigenschap voor een bobsleepiloot. Echter als je daar iets in doorschiet wordt datzelfde talent een valkuil. Dan is het overmatig ervaren en zien van risico’s binnen dezelfde sport een belemmering voor een optimale prestatie. Visualisatie - een veelvuldig toegepaste techniek binnen mentale begeleiding, waarbij gebruik wordt gemaakt van verbeeldingsoefeningen waardoor de stress en daarmee vaak ook de angst daalt - had als acute interventie uitkomst kunnen bieden op dat moment. Echter was er geen sportpsycholoog aanwezig die hierin kon voorzien.
Ernstiger is het dat de toenmalige bondscoach van de bobsleebond - Tom de la Hunty - Van Calker openlijk liet vallen. De bondscoach zei onder andere: ‘Als een stel meiden hier veilig naar beneden kan komen, moet hij dat ook kunnen. Het liefst had ik tegen hem gezegd dat hij zich niet als een meisje moet gedragen en dat hij als de sodemieter in die slee moest stappen.’ Waarmee de beste man zich - mijns inziens - in twee zinnen diskwalificeert als een geschikte coach, voor zowel het mannen- als het vrouwenteam.
Overigens zit in voorgaande voorbeeld ook een deel van het antwoord op de vraag:
(hoe) had het bobsleevoorval voorkomen kunnen worden? Een totaal gebrek aan vertrouwen tussen coach/bond en sporter kan leiden tot dramatische gedragingen en beslissingen (zie ook de column van Paul Ruijsenaars met voorbeelden van o.a. Yuri van Gelder en de turnbond)
Een ander en meer recent voorbeeld van de invloed van mentale processen is de ‘wederopstanding’ van Ajax, na de trainerswissel. Een coach kan uitblinken in kennis op technisch en tactisch vlak, maar vertrouwen maakt het verschil. Misschien dat we via Wikileaks ooit terug kunnen lezen wat Jol en Blind nu echt van elkaar vonden, maar dat de spanning om te snijden was, lijkt me evident. Hierdoor verliest een coach langzaamaan de grip op spelers en gaan spelers gekke dingen doen. Zich letterlijk vastbijten in tegenstanders bijvoorbeeld. Binnen de (conservatieve) voetbalsport is sowieso nog wel een mentale slag te maken. Het Nederlands voetbalelftal neemt bijvoorbeeld wel een kok mee naar grote toernooien, maar (nog) geen mentaal begeleider.
Hoe nu verder
Lost de inzet van een psycholoog alle bovenstaande problemen op? Natuurlijk niet. Echter hoop ik dat in 2011 de mentale kant van de sport meer professionele aandacht zal krijgen. Dat topsporters zichzelf durven uit te dagen om dat kijkje in de spiegel te nemen. Om zo preventief gebruik te maken van mentale begeleiding, in plaats van curatief. Het is echt achterhaald om te denken dat je gek moet zijn om naar een psycholoog te stappen. Je bent gek als je niet diens kennis en kunde gebruikt om jezelf verder te ontwikkelen. Niet alleen als topsporter of coach, maar vooral ook als mens.
Monique Kwakman is als (sport)psycholoog en adviseur onder meer verbonden aan vitaliteitbedrijf Optima Forma. Alle professionele activiteiten van dit bedrijf richten zich op het duurzaam mentaal en/of fysiek in beweging krijgen van mensen, vanuit de gedachte dat dit bijdraagt aan een hogere (werk)bevlogenheid. Voor meer informatie: m.kwakmanbusiness@gmail.com of 06-5060 3299.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.