Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De licentiecommissie van de knvb staat voor een moeilijke opgave

De licentiecommissie van de KNVB staat voor een moeilijke opgave

19 juli 2011

Opinie

door: Loek Jorritsma

Ooit verzuchtte mijn naamgenoot Annemarie Jorritsma: ‘Frankrijk is een mooi land, maar er zouden geen Fransen moeten wonen.’ Misschien zou je die verzuchting ook kunnen toepassen op de KNVB: ‘De KNVB is een prima organisatie, maar zou geen betaald voetbal organisaties (bvo) als lid moeten hebben.’

Waarom die verzuchting? Wel, de KNVB heeft het prima voor elkaar met allerlei regelingen waaraan een bvo moet voldoen om mee te mogen doen in de competitie. Denk aan regels met betrekking tot veiligheid, bestuur, financiën, begroting, etc. Maar aan het eind van het seizoen blijkt dan toch vaak dat een aantal bvo’s hun financiële zaak niet op orde hebben en door hun gemeenten gered moeten worden. Dat was het afgelopen seizoen weer niet anders. Maar het komend seizoen is dat wél anders.

Want momenteel wordt bij een aantal bvo’s – waaronder bij Willem II en MVV, maar wellicht bij een groter aantal clubs - door de Europese Commissie onderzoek gedaan of de steun van gemeenten aan die bvo’s valt aan te merken als ongeoorloofde staatssteun. En wanneer de Europese Commissie tot dat inzicht komt dan dient die staatssteun te worden terugbetaald. Zolang de Europese Commissie haar onderzoek nog niet heeft afgerond, hebben de betrokken clubs geen duidelijkheid over hun begroting.

Tenzij door de betrokken bvo’s nu al een begroting kan worden gepresenteerd die uitgaat van die terugbetaling. Maar omdat de bvo’s die worden onderzocht het volste vertrouwen hebben in een goede afloop – als we de krantencitaten van betrokken lokale wethouders en voetbalbestuurders mogen geloven - hoeven we op een dergelijke presentatie niet te rekenen. Maar de vraag is wel waar dat rotsvaste vertrouwen vandaan komt. Hebben de betrokken gemeenten zich bijvoorbeeld laten adviseren door deskundigen die zijn nagegaan of er sprake was van subsidieverlening? Of door juristen en economen die zich vooral hebben laten leiden door de ‘grote maatschappelijke betekenis’ van de bvo in de betrokken gemeente?

Neuh, dat geloof ik niet. De adviezen zijn over het algemeen gegeven door onderzoekers die ‘te goeder trouw’ waren en gezocht hebben – net zo lang tot ze die vonden - naar de voorwaarden onder welke de staatssteun wél verleend zou kunnen worden en dus door de Europese Commissie wel zou worden toegestaan. Zijn er ook voorbeelden van adviseurs die hebben aangegeven dat de gemeentelijke actie niet is toegestaan? Ik denk het niet, adviseurs worden over het algemeen betaald om oplossingen voor problemen te vinden. Met veel creativiteit en de nodige bezweringsformules vinden ze die dan ook meestal. Maar de Europese Commissie maakt haar eigen afweging en kijkt vrijwel zeker veel kritischer.

Laat ik eens proberen om met die ogen een (beperkte) poging te wagen en kijken naar de ‘deal’ tussen Eindhoven en PSV. Dan is het goed om te weten dat er sprake is van staatssteun indien aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
1) de steun wordt verleend door een staat of uit staatsmiddelen bekostigd;
2) komt ten goede aan bepaalde ondernemingen;
3) levert deze een selectief voordeel op van niet-marktconforme aard;
4) de mededinging wordt vervalst of dreigt te worden vervalst;
5) de handel tussen de lidstaten ongunstig wordt beïnvloed.

Ad. 1. Staatsmiddelen
Uit jurisprudentie blijkt onder meer dat niet alleen subsidies of leningen, maar ook maatregelen die leiden tot een vermindering van staatsinkomsten worden gezien als een bekostiging uit staatsmiddelen. Zou de gemeente Eindhoven met haar investering van € 48,6 miljoen op een andere markt, met vergelijkbaar risico, niet een hogere opbrengst hebben kunnen genereren dan de € 2,4 miljoen die het nu oplevert? Ik ben niet zo goed thuis op de financiële markten. Maar als de Europese Commissie tot de conclusie komt dat hierdoor minder staatsinkomsten worden gegenereerd dan op een andere markt mogelijk zou zijn, dan is er sprake van steun die met staatsmiddelen wordt bekostigd.

Ad. 2. Komt ten goede aan ondernemingen
Een onderneming is elke organisatie die een economische activiteit uitoefent, bijvoorbeeld bij het aanbieden van goederen en diensten op een bepaalde markt. PSV is een voorbeeld van zo’n onderneming.

Ad. 3. Selectief voordeel
Er is sprake van een selectief voordeel indien een interventie bepaalde ondernemingen of bepaalde producties begunstigt ten opzichte van anderen die zich in een feitelijk en juridisch vergelijkbare situatie bevinden. Het betreft vanuit Eindhoven alleen PSV dat als bvo deel uitmaakt van de markt van Nederlandse en Europees betaald voetbal. Er is dus sprake van een selectief voordeel ten opzichte van andere bvo’s in Nederland en Europa.

Ad. 4. Mededingingsbeperking
Europese rechters stellen zich op het standpunt dat de mededinging wordt beperkt indien een onderneming geen kosten hoeft te dragen die deze in normale omstandigheden wel had moeten dragen. Kijken we dan naar de lening aan PSV dan is het (voor mij) de vraag of die lening tegen betaling van € 2,4 miljoen bij een bank een bedrag van € 48,6 miljoen zou hebben opgebracht. Wanneer de Europese Commissie tot de conclusie komt dat PSV een dergelijk bedrag op de markt slechts tegen hogere kosten zou hebben kunnen ophalen, dan zou PSV dat verschil hebben moeten betalen. Anders zou de mededinging beperkt zijn.

Ad. 5. De handel tussen de lidstaten
Een steunmaatregel heeft effect op het handelsverkeer tussen de Europese lidstaten indien deze daarop rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel invloed uitoefent waardoor de instandhouding van een gemeenschappelijke markt wordt belemmerd. De spelersmarkt in het betaald voetbal is internationaal van aard. Doordat PSV na het verkrijgen van deze steun onmiddellijk is overgegaan tot het aantrekken van een serie nieuwe spelers zijn de prijzen op de (internationale) spelersmarkt hoog gebleven. Zou aan PSV geen steun zijn verleend dan zou de bvo niet zo actief hebben kunnen zijn op de spelersmarkt en zou dat een dempend effect op de prijzen hebben gehad. Daardoor zouden andere bvo’s eerder in staat zijn om ook dergelijke spelers aan te kopen.

Vanuit deze benadering lijkt er al met al sprake te zijn van ongeoorloofde staatssteun aan PSV. De vraag is of PSV dan nog een sluitende begroting kan overleggen. Ik wens de licentiecommissie van de KNVB veel wijsheid toe. Want hoe gaan straks - bij gebleken ongeoorloofde staatssteun - de ratings van de clubs eruit zien? Er zullen wellicht veel clubs in de beruchte ‘categorie 1’ terechtkomen en misschien moet Willem II wel uit competitie worden genomen. Want clubs zullen het eventueel onterecht genoten financiële voordeel moeten inleveren.

Loek Jorritsma was wethouder (o.a. sport) in de gemeente Hoorn (1974–1976). Daarna studeerde hij af in de sociale wetenschappen en werkte vanaf 1979 bij de Directie Sport van het Ministerie van VWS, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het beleid op het gebied van topsportevenementen en topsportaccommodaties. Met ingang van 1 april 2006 is hij met de VUT. Bij zijn afscheid schreef Jorritsma een bijdrage aan de discussie over de juridische verankering van sport in het beleid van de rijksoverheid. Hij pleit er voor om sport meer te zien als een publieke zaak en te komen tot een kaderwet specifiek sportbeleid.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.