29 maart 2011
Opinie
« C’est la ton qui fait la musique » In zijn boekbespreking van 22 maart jl. betuigt Adri Broeke zich kritisch over het ‘Sectorplan Sportonderzoek en -onderwijs 2011-2016’. Het zou visie ontberen, te weinig samenhangen vertonen en teveel een blauwdruk van bovenaf opleggen. Broeke verwacht dan ook niet dat het plan veel bruikbaars voor de sportpraktijk zal opleveren.
Wij denken dat Broeke hierin de plank misslaat. In een nog nooit eerder vertoonde samenkomst van sportonderzoekers, beleidsmakers en mensen uit de sportpraktijk is uitgebreid gesproken over waar het in het sportonderzoek aan schort en wat er beter moet. Daarbij kwam aan de orde wat onderwerp van onderzoek zou kunnen en moeten zijn, waar de kennis in Nederland staat, hoe we het onderzoek beter kunnen organiseren rond praktijkrelevante vragen zodat de uitkomsten ervan ook bruikbaar zijn voor de praktijk. Uiteraard is daarbij gesproken over de noodzaak te komen tot een verbetering van de dialoog tussen onderzoekers en professionals in de praktijk. Het plan staat bol van de ideeën en initiatieven op dat terrein, variërend van academische werkplaatsen en ‘embedded scientists’ tot 0800-sport-telefoonnnummers, overzichtelijke websites en ‘onderzoeksaccountmanagers’. In dat opzicht sluit het Sectorplan naadloos aan bij de punten en aanbevelingen die eerder al in de Kennisagenda Sport 2011-2016 waren opgetekend, en vormt het een eerste uitwerking daarvan.
Opvallend aan alle gesprekken was vooral de grote drive en ambitie die aan de dag werd gelegd om het onderzoek te verbeteren en om de praktijk te betrekken bij het onderzoek, in iedere fase. Vanuit dat vertrekpunt hebben zes groepen intensief met elkaar gediscussieerd over wat al is bereikt was en wat er nog gebeuren moet. Voor veel van die groepen betekende dat een kennismaking met voor hen tot dan toe verregaand onbekende gesprekspartners. Het is pure winst dat binnen thema’s als Meedoen en Presteren de dialoog tussen onderzoekers en mensen uit het veld is versterkt.
Op initiatief van met name NOC*NSF en Olympisch Vuur is de sport een prachtige kans geboden om een stap verder te komen in de versterking van haar kennisinfrastructuur. De raakvlakken tussen de zes hoofdbestanddelen benoemen en in kaart brengen, ‘out of the box’-denken, nieuwe richtingen formuleren: je zou ook kunnen zeggen, kijk door de letters heen naar de grondgedachte: die is sterk en aansprekend, zoals ook blijkt uit de positieve reacties van veel andere partijen Zie het Sectorplan als een gezamenlijke stap om in kaart te brengen wat er moet gebeuren om tot betere kennis voor de sport te komen. Om dus beter te presteren, en om meer actieve en gezonde Nederlanders te hebben in 2028. Het sectorplan is geen finaal plan, maar een contourschets die verder moet en kan worden ingekleurd.
Er wordt nu aan gewerkt om de betreffende onderzoeks- en onderwijsinstellingen nadrukkelijker te betrekken bij de regie over het proces. Daar ligt uiteindelijk de kennis, en daar moet het grotendeels gebeuren. De vijf thema’s die nu in het plan worden onderscheiden zijn stuk voor stuk inhoudelijk gemotiveerd (aansluitend bij de rijksambities van het Olympisch Plan 2028). Deze thema’s zullen in de nabije toekomst verder worden vormgegeven vanuit de betrokken onderzoeksdisciplines.
Al met al is het Sectorplan de beste kans die de sport ooit heeft gehad om te investeren in zijn kennisinfrastructuur. Er ligt een plan dat voldoende perspectief biedt om te komen tot beter praktijkrelevant onderzoek en de kennis te genereren die nodig is om de doelstellingen van het Olympisch Plan 2028 te realiseren. Evaluatie en een kritische houding zijn belangrijk. Iedere betrokkene zal moeten blijven kijken naar de potentie en op zoek moeten gaan naar een manier om die potentie ten volle te benutten. We gaan ervan uit dat dit laatste ook de feitelijke portee is van Broekes kritiek, ook al lijkt die wat geschreven in C-mineur.
Peter Beek (VU), Arjen Boonstoppel (NOC*NSF), Koen Breedveld (WJH Mulier Instituut), Ron Diercks (RUG), Joan Janssens (Hanze Hogeschool), Albert van Schendel (NHTV), Nicolette van Veldhoven (NOC*NSF), Cees Vervoorn (HvA), mede opstellers van het ‘Sectorplan Sportonderzoek en -onderwijs 2011-2016’.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.