Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De directe leefomgeving het kloppende hart van een vitale infrastructuur

De directe leefomgeving, het kloppende hart van een vitale infrastructuur

19 november 2013

Opinie

door: Thecla van Dijk en Rens van Kleij

De eerste klap is een daalder waard. Wanneer de directe leefomgeving niet uitnodigt om te bewegen, wordt elke ambitie inwoners actiever te krijgen in de kiem gesmoord. Binnen een straal van enkele honderden meters rond het huis dient het te gebeuren. Voor een goede inrichting van de directe leefomgeving, kun je niet volstaan met een reguliere ‘wijkscan’ of traditionele werkwijzen. Een kwalitatieve en ruimtelijke analyse met intensieve betrokkenheid van inwoners, een creatief inrichtingsplan met een hoofdletter C en de inzet van wetenschappelijk gefundeerde ontwerpprincipes vormen de ingrediënten voor een leven lang sporten en bewegen in de buurt.

Slechts 20% van de kinderen (4–11 jaar) voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB)1. In grote steden - en dan met name in de aandachtswijken - ligt dit percentage nog eens beduidend lager. Al sinds de afschaffing van kinderarbeid en de invoering van leerplicht hebben het kinderen het recht om te spelen. Maar dan moet daar wel ruimte voor zijn. Jonge kinderen zijn afhankelijk van hun huis en huizenblok voor hun lichamelijke activiteit2. De actieradius van een kind jonger dan zes jaar reikt niet verder dan 100 meter. Voor kinderen in de leeftijd tot 12 jaar reikt de actieradius tot 400 meter. Daarbinnen moet het gebeuren. Hierin lijkt een parallel getrokken te kunnen worden met ouderen. Ook voor hen is de aanwezigheid van voorzieningen in de directe omgeving van belang. Misschien is hierbij een wisselwerking met de voorzieningen voor kinderen mogelijk. Het gebruik van speelvoorzieningen in de buurt, heeft een positieve uitwerking op ouderen3.

Hoe meer sportvelden, laagbouw, woonerven en woongebieden met autoluwe zones, groen, water en gegroepeerde parkeerplaatsen, des te actiever de kinderen4. Een groene en ruime woonomgeving draagt echter niet per definitie bij aan een gezondere en actievere levensstijl. Een lage woningdichtheid en een grotere afstand tot voorzieningen leidt eerder tot gebruik van auto en openbaar vervoer5. Wanneer de afstand tussen huis en school minder dan 350 meter bedraagt, gaan nagenoeg alle kinderen lopend of op de fiets. Wordt deze afstand meer dan 850 meter dan doet nagenoeg geen enkel kind dit meer4.

Om mensen in beweging te krijgen, dienen voorzieningen binnen handbereik te zijn, ook sport- en speelvoorzieningen. Wanneer jongeren een positieve intentie hebben om te gaan bewegen en er zijn ook veel sportvoorzieningen aanwezig, dan is de kans dat men ook daadwerkelijk gaat sporten het grootst6. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het soort sport en spelvoorziening en de gebruiker, de afstand, het activiteitenaanbod, de betrokkenheid van gebruikers, beheer en onderhoud, toezicht, een combinatie van formele en informele sportruimte en dan nóg is er geen garantie voor succes7.

Gebrek aan creativiteit
Wat je vaak ziet gebeuren: bij de inrichting van sport- en speelruimte staat het eindresultaat op voorhand vast. Het oude speeltoestel wordt na vijftien jaar vervangen door een nieuw speeltoestel. Hooguit is er een variatie op het thema en wordt er gekozen voor het ‘trending topic’ uit de catalogus voor buitenspeeltoestellen. De kinderen uit de wijk mogen mee plakken en knippen om te komen tot het buitenspeeltoestel van hun keuze, maar daar blijft bij. Het gaat mis door een gebrek aan creativiteit, een goede analyse en echte betrokkenheid.

De C van catalogus dient vervangen te worden door de C van creativiteit. Er is niets mis met een goed gekozen buitenspeeltoestel. Sterker nog, de aanwezigheid ervan leidt tot meer beweegplezier, energieverbruik en bevordert de motorische ontwikkeling8. Het dient echter wel het sluitstuk van het proces te zijn en niet het beginakkoord. Het begint met een ruimtelijke analyse van de wijk en zijn inwoners. Welke formele en informele sport en beweegmogelijkheden en ruimten voor ontmoeting zijn er? Hoe zichtbaar zijn deze? Hoe kunnen natuurlijke verbindingen worden gelegd voor meer synergie? Hierbij kan het gaan om kleine goed gekozen verbindingen die zorgen voor meer toeleiding. Maar ook om: wie is de wijkbewoner? Hoe wordt de wijk momenteel gebruikt? Observatie van gedrag, ruimtelijke analyse van de wijk en betrokkenheid van gebruikers vormen het startpunt van een creatief proces.

Ontwerpprincipes voor een sportieve wijk
Bij het opzetten van een sportprogramma kan worden teruggevallen op ‘bewezen effectieve interventies’, bij het sportief inrichten van de wijk op ‘ontwerpprincipes’9. Er is ‘evidence based’ onderzoek voorhanden op basis waarvan ontwerpprincipes zijn geformuleerd voor het sportief inrichten van de direct leefomgeving. Wetenschap toegepast in de praktijk.

De verschillende ontwerpprincipes hangen ook met elkaar samen. Zo gaat het verhogen van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte - één van de ontwerpprincipes - hand in hand met groen in het straatprofiel, zitmeubilair langs wandelroutes en trottoirs van minimaal twee meter breed. Allemaal ontwerpprincipes waarvan uit onderzoek en praktijk bekend is dat ze ieder voor zich effect sorteren, maar nog meer in een goed gekozen onderlinge samenhang.

Zo is bekend dat brede trottoirs voetgangers de ruimte geven om elkaar probleemloos te passeren en kinderen de ruimte om te spelen (speelstoepen). Wanneer dit gecombineerd wordt met een duidelijke straatzonering, 30 km-zones en parkeerplaatsen op afstand, dan zal het effect ervan worden versterkt. De kunst is om op basis van een gerichte analyse te komen tot de juiste selectie van ontwerpprincipes en die in hun onderlinge samenhang te vertalen naar een concreet ruimtelijk inrichtingsplan. Bij topsportprogramma’s wordt de vertaling van wetenschap naar praktijk verzorgd door zogeheten ‘embedded scientists’. Bij het sportief en beweegvriendelijk inrichten van de directe leefomgeving is de ruimtelijk vormgever aan zet.

Reeks artikelen over gebruik van ruimte voor sport
Dit artikel is het laatste in een serie van vier over het gebruik van ruimte voor sport. Klik hier om het eerste artikel te lezen ('Gemeenten laten kansen voor effectieve inzet ruimte voor sport liggen'). Klik hier om het tweede artikel te lezen (Sportparken met toekomst'). En klik hier om het derde artikel te lezen (‘Sport en bewegen in de openbare ruimte’).


Bronnen
1. ‘Monitor Convenant Gezond Gewicht: Beweeg- en eetgedrag van kinderen (4-11 jaar) jongeren (12-17 jaar) en volwassenen (18+ jaar) in 2010 en 2011’ - Van der Klauw, Van Keulen en Verheijden, TNO (2011).
2. ‘De gevolgen van beleidsmaatregelen uit de Nota Wonen op bewegingsarmoede in Nederland’ - Wendel-Vos, Schuit en Seidel, RIVM (2002).
3. ‘Ouderen in Beweging! In Hillesluis’ - Paul de Vreede en anderen, TNO (2007).
4. ‘Beweegvriendelijke stadswijken voor kinderen; resultaten van een quasi-experimenteel onderzoek’ - Sanne de Vries en anderen, TNO (2010).
5. ‘De Gezonde Wijk. Een onderzoek naar de relatie tussen fysieke wijkkenmerken en lichamelijke activiteit’ - Den Hertog, Bronkhorst, Moerman & Van Wilgenburg (2006).
6. ‘Environmental influences on physical activity among adolescents: studies on determinants and intervention strategies’ - Rick Prins, Erasmus MC (2012).
7. ‘Sportieve Playgrounds in stadswijken’ - Astrid Cevaal en Caroline van Lindert (2011).
8. ‘Belang van Buitenspelen; literatuurstudie naar de gezondheidswaarde, de sociale en economische waarde. - Sanne de Vries en Willem van Veenendaal, TNO (2013).
9. ‘Ontwerp principes voor een beweegvriendelijke omgeving’ - Charlotte Cammelbeek en anderen (2013).

Thecla van Dijk en Rens van Kleij zijn de initiatiefnemers van Sport & Ruimte dat zich richt op een optimale inrichting van sportparken, wijken met de openbare ruimte als verbindende schakel om te komen tot een geïntegreerde sportinfrastructuur. Sport & Ruimte brengt wetenschap, ruimtelijke vormgeving en kennis van sport samen voor creatieve en realistische oplossingen voor sportief ruimtelijke opgaven. Sport & Ruimte werkt samen met het Mulier Instituut en het Erasmus MC. Voor meer informatie: www.sportenruimte.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.