Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De afkeer van grijs

De afkeer van grijs

27 oktober 2009

Opinie

door: Ivo van Hilvoorde

Rio de Janeiro mag de Olympische Spelen van 2016 organiseren. Zuid-Amerika is aan de beurt. Aan de medailles heeft het niet gelegen. Brazilië eindigde op de Olympische medaille index in 2008 op plek 23. Ben je met z’n 200 miljoenen, neem je vijftien medailles uit China mee naar huis. Niet indrukwekkend, maar er is geen Braziliaan te vinden die zich daar buitengewoon druk om maakt. Nederlanders wel. Die willen meer. Wij hebben elkaar aangepraat dat een plaats bij de beste tien sportlanden ter wereld een voorwaarde van de kandidatuur van Nederland is. Een voorwaarde van de kandidatuur? Ja, top tien. Vanwaar deze stoere taal, terwijl Brazilië relaxed vanaf plekje 23 op de medaille-index de Spelen van 2016 binnenhengelt?

Eén van de vele mogelijke antwoorden op deze vraag is te vinden in een mooi portret dat Mart Smeets maakte van vader en zoon Selinger. De heren vonden elkaar in hun afkeer van grijs. Grijs is namelijk geen kleur. Het is een compromis. Iedereen die zoiets hoort uit de mond van Arie Selinger doet direct alle grijze sokken de deur uit of laat zich zonder probleem jarenlang opsluiten in een sporthal. Maar om nu te concluderen dat in ons land grijs heilig is? Nee. Dat is zo’n rondzoemende echo, veelal te beluisteren op plekken waar zwart en wit overheersen. Er waart juist een angst rond om voor grijs te worden uitgemaakt? Grijs is uit.

In de sport, waar zilver wordt gekwalificeerd als ‘de eerste verliezer’, is de afkeer van grijs niets nieuws. Genoemde documentaire bevat een prachtige scène, wanneer een bestuurder meedeelt dat het de taak van de Heer Selinger is om, en ik citeer: ‘Minstens een gouden medaille te halen.’ Minstens goud. Een fascinerende fantasie.
Topsport is gecultiveerde grenzeloosheid. Mensen rondom de sport, die graag tegen medailles aanschurken, willen daar in woord en op papier nog eens in overtreffende zin overheen gaan. De man heeft schijnbaar nog iets mooiers in gedachten dan goud. Misschien denkt hij stiekem: goud halen, aan mij geven, en mij huldigen, want ik heb het allemaal mogelijk gemaakt. Ik heb de ambitie durven uitspreken. Ik, want ik ben niet grijs.

De fixatie op medailleklassementen is bestuurderstaal, die door veel sporters met argwaan wordt beluisterd. In een interview van bijna een jaar geleden met Van Holland & Stouwdam (noot 1) zegt oud judokampioen Mark Huizinga: ‘En dat verhaal dat je elkaar met z'n allen op de Olympische Spelen beïnvloedt, is echt onzin. Het maakt mij echt niet uit of een zwemmer of een wielrenner goud haalt of niet.’ Wereldkampioen polsstokhoogspringen Rens Blom zegt in hetzelfde interview: ‘Als je dan leest dat het goed of slecht gaat met Nederland. Dat denk ik: met wie? Die medaillespiegel slaat nergens op, die sla ik altijd over. Iedere sporter is een verhaal op zich. Anderen - bondsbestuurders, politici en media - zien daar dan het succes van atletiek in. Ik heb daar niks mee, alles staat op zich. Zo voelen sporters dat.’

Het zijn veelzeggende uitspraken, die zich echter maar moeilijk laten inpassen in grote plannen waarin alle trotse Nederlandse schouders ergens onder moeten worden gezet. Een medailleklassement of een top tien notering op een of andere index levert echter geen verhaal dat mensen verbindt, waar mensen de straat voor opgaan of dat kan ontroeren, zoals afzonderlijke medailles en prestaties dat wel kunnen (noot 2).
Veel van die bijzondere prestaties komen tot stand dankzij vele, niet te voorspellen of te controleren toevalligheden. Indien Selinger niet kleurenblind was geweest, dan was hij piloot geworden, en had de Nederlandse topsport er mogelijk geheel anders uitgezien. De gedrevenheid van deze kosmopolitische patriot is min of meer bij toeval verbonden geraakt aan Nederland en aan een van de mooiste Nederlandse Olympische medailles ooit.

De afkeer van grijs krijgt uit de mond van Arie Selinger een andere kleur dan uit de mond van een buitenstaander die roept dat alles beter kan en moet (minstens goud, minstens top tien). Maar ja, als je een aanloop van twee decennia neemt dan wil je graag het idee hebben dat alles te controleren valt en dat jij daar met je vrolijke verhaal deel van mag uitmaken. Wie weet mag je wel even aan de fakkel snuffelen. Dan laten we ons niet kisten door de mogelijkheid dat rond 2028 wellicht ook India of Afrika aan de beurt is. Nee, niet aan denken. Want als je niet een enorme voorstander van het plan ben (wit), dan ben je een spelbreker (zwart). Of nog erger: je bent grijs.

Noten
1. Holland, G. van & H. Stouwdam (2008). 'De euforie van topsport komt nooit meer terug'. NRC Handelsblad (December 27, 2008).
2. Hilvoorde, I. van, Elling, A. & Stokvis, R. (2009). How to Influence National Pride? The Olympic Medal Index as a Unifying Narrative. In: International Review for the Sociology of Sport (in druk).

Ivo van Hilvoorde is universitair docent sportfilosofie (Faculteit Bewegingswetenschappen, VU Amsterdam). Hij houdt zich o.a. bezig met sportethische en historische vragen rondom ‘het maakbare lichaam’, (genetische) doping, screening en privacy.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.