Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De aanpak van geweld op en rond de velden aan goede bedoelingen geen gebrek aan effectieve maatregelen wel

De aanpak van geweld op en rond de velden: aan goede bedoelingen geen gebrek, aan effectieve maatregelen wel

4 november 2014

Opinie

door: Jan Janssens

In december 2012 overleed grensrechter Richard Nieuwenhuizen. Hij bezweek aan de gevolgen van een molestatie na afloop van een wedstrijd tussen twee juniorenteams. Een golf van verontwaardiging spoelde over het land. De roep om actie klonk luid. Vooral van de KNVB werden daden verwacht. De bond voelde ook een verantwoordelijkheid, maar benadrukte dat het om een gedeelde verantwoordelijkheid ging. Bernard Fransen, toen voorzitter van het amateurvoetbal: 'Het aantal excessen moet afnemen, linksom of rechtsom. Maar we kunnen het niet alleen, iedereen moet meewerken. Wij hebben mensen niet aan een touwtje.'

Er volgde een bezinningsweekend bij voetbalclubs in het hele land en enkele maanden later presenteerde de bond het actieplan ‘Tegen geweld voor sportiviteit’. En weer een paar maanden later was toenmalig KNVB-directeur Anton Binnenmars positief over de aanpak: 'Zinloos geweld zullen we nooit helemaal laten verdwijnen, maar we dringen het met z’n allen wel terug. Ik heb het voorbije jaar een collectief bewustzijn ervaren. Ik zie, hoor en merk dat verenigingen veel adequater omgaan met agressie.'

Inmiddels zijn we weer een jaar verder. Het is niet reëel om te verwachten dat de problemen nu de wereld uit zijn, maar het is wel een goed moment om een eerste balans op te maken.

Vorig jaar rond deze tijd werden er in de Tweede Kamer bij de behandeling van de begroting van VWS door alle partijen grote zorgen geuit over het sportieve klimaat op de velden. Dit jaar was dat anders. Er werden weinig woorden meer aan vuil gemaakt. De conclusie drong zich op dat alles onder controle is, of dat er in ieder geval goede stappen zijn gezet. PvdA woordvoerder Van Dekken sprak over de 'fantastische resultaten van Veilig Sport Klimaat' en minister Schippers was 'zeer enthousiast over de samenwerking die tot stand is gekomen tussen de verschillende partijen.' De KNVB verdiende een pluim, zo zei de bewindsvrouw.

Voor alle duidelijkheid: Het project ‘Veilig Sport Klimaat’ (VSK) en het actieplan ‘Tegen geweld voor sportiviteit’ zijn niet hetzelfde. VSK is breder en gaat ook over bijvoorbeeld integriteit van bestuur en homo-discriminatie. Het overstijgt de verschillende takken van sport. De aanpak van het geweld op en rond de voetbalvelden is daarbinnen een belangrijk onderdeel.

Het enthousiasme in de Tweede Kamer werd waarschijnlijk vooral gevoed door de VSK Monitor 2014 die als een van de vergaderstukken was rondgestuurd. Daarin wordt voorzichtig positief geoordeeld over de resultaten van het VSK-project en de KNVB-aanpak: 'Het VSK-programma is behoorlijk in ontwikkeling. Het aantal maatregelen, productafname, betrokkenheid en bereik groeien. Of deze ontwikkelingen leiden tot een verbetering van het sportklimaat is nog niet vast te stellen. Duidelijk is dat het aantal amateurvoetbalwedstrijden met excessen is afgenomen.'

Dat laatste is door de KNVB gerapporteerd en zou ik graag geloven maar enige voorzichtigheid bij de beoordeling van dergelijke cijfers over voetbalexcessen is op zijn plaats, want als we afgaan op de berichtgeving in de afgelopen jaren, gaat het al jaren steeds beter:
• 21 april 1995 De Volkskrant: Geweld neemt af tegen arbiters na strenge straffen.
• 29 juli 1999 Trouw: Geweld neemt af in amateurvoetbal.
• 11 september 2001 De Telegraaf: Lik-op-stuk beleid werpt zijn vruchten af. Minder molestaties bij het amateurvoetbal.
• 4 november 2003 Radio Rijnmond: Geweld op voetbalvelden neemt af.
• 14 augustus 2008 Algemeen Dagblad: Minder geweld op de voetbalvelden.

Om meer zicht te krijgen op wat er zoal ondernomen is om het geweld op en rond de velden terug te dringen en na te gaan hoe er door de KNVB, de voetbalverenigingen en andere instellingen en organisaties is samengewerkt, maar vooral om een indruk te krijgen van de effecten daarvan, hebben we samen met onze studenten van de opleiding Sport, Management en Ondernemen (SM&O) van de Hogeschool van Amsterdam ook zelf onderzoek gedaan.

Er zijn beleidsdocumenten en perspublicaties bestudeerd maar er is vooral ook veel empirisch onderzoek gedaan. Zo is afgelopen voorjaar in een afstudeerproject van drie studenten (Jora Broerse, Suzanne Schrijnder en Jordy de Gier) de inzet van fairplay-coaches in Amsterdam onderzocht. In dat kader werden vraaggesprekken gehouden met o.a. jeugdtrainers en -spelers van acht verschillende voetbalclubs en is een twintigtal wedstrijden geobserveerd. Verder zijn dit najaar niet minder dan 200 studenten SM&O op pad gestuurd om bij voetbalverenigingen in hun eigen omgeving te observeren en te enquêteren. De meeste van onze studenten wonen in het westen van het land. De steekproef die zo is ontstaan is waarschijnlijk behoorlijk representatief voor dat deel van Nederland.

De studenten hebben in totaal 171 verschillende wedstrijden (b-junioren in b-categorie) geobserveerd en daar omheen 1.445 mensen geënquêteerd: 153 scheidsrechters en van de thuisspelende clubs 161 grensrechters, 170 trainer-coaches, 301 bestuurders, 319 ouders en 341 jeugdspelers. Nog niet alle resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt, maar tijdens de landelijke Dag van het Sportonderzoek - afgelopen donderdag in Nijmegen - werden de belangrijkste bevindingen gedeeld:

• Het beeld dat oprijst uit de beide onderzoeken is dat de dood van Nieuwenhuizen weliswaar een grote schok teweeg heeft gebracht en aanleiding gaf voor allerlei acties en maatregelen, dat er ook veel goede bedoelingen zijn en positieve energie is losgekomen, maar dat niet alle maatregelen even goed doordacht waren, dat het veel van hetzelfde was (voorlichten en straffen) en dat de implementatie van de maatregelen tamelijk moeizaam verloopt.

• Meer en betere samenwerking tussen de voetbalbond, andere organisaties, de clubs en de scheidsrechters is mogelijk en nodig om de sfeer op en rond de velden duurzaam te verbeteren.

• De situatie op en rond de velden is, of lijkt verbeterd maar laat nog steeds veel te wensen over. Het lijkt er ook op dat de urgentie van de maatregelen allengs minder wordt gevoeld.

• De resultaten lijken ook een bevestiging te geven van een zekere normalisatie van agressie en geweld op en rond de velden en van de onmacht bij alle betrokken organisaties, instanties en personen om daar verandering in te brengen.

• Er is niet zozeer sprake van onwil, als wel van onmacht. Aan inzet en goede bedoelingen is geen gebrek, aan effectieve maatregelen wel.

Cijfers uit het observatie- en enquêteonderzoek
• Bij 71% van de clubs waren gedragsregels zichtbaar.
• Bij 49% van de wedstrijden heeft de scheidsrechter de spelerskaarten op het veld één voor één gecontroleerd.
• In 88% van de wedstrijden werden de beslissingen van de scheidsrechter openlijk bekritiseerd, in 35% van alle wedstrijden gebeurde dat regelmatig tot zeer vaak.
• In 44% van de wedstrijden werden tijdstraffen gegeven, in die wedstrijden gebeurde dat gemiddeld bijna twee keer.
• In 6% van de wedstrijden werden één of meer spelers uit het veld gestuurd.

• In 19% van de wedstrijden heeft de scheidsrechter begeleiders tot de orde geroepen of weggestuurd.
• In 61% van de wedstrijden was er sprake van verbaal geweld (beledigen, schelden, bedreigen) door spelers. In deze wedstrijden gebeurde dat gemiddeld bijna vijf keer.
• In 33% van de wedstrijden was er sprake van verbaal geweld door begeleiders.
• In 28% van de wedstrijden was er verbaal geweld door toeschouwers.
• In 27% was er sprake van fysiek geweld (schoppen, slaan, vechten) door spelers. Begeleiders maakten zich daar niet schuldig aan. Toeschouwers in 1% van de wedstrijden.

• In 88% van de wedstrijden was er sprake van bijzonder sportief gedrag (bal halen voor tegenstander, tegenstander overeind helpen, bal uit veld schieten vanwege blessure e.d.).
• De student-onderzoekers vonden de sfeer in en rond het veld in 61% van de gevallen (heel) positief, 33% neutraal, 6% negatief.
• 56% van de spelers noemde de wedstrijd (heel) sportief, 15% (heel) onsportief en de rest (29%) vond de wedstrijd sportief noch onsportief.
• Spelers, begeleiders, toeschouwers en grensrechters van bezoekende clubs gedroegen zich minder sportief dan die van de thuisclub.
• 10-15% van de grensrechters en 7% van de scheidsrechters werd partijdig gevonden.

• 61% van de clubs heeft tijdens het voetballoze weekend in 2012 een bezinningsbijeenkomst gehouden.
• Verruiming tijdstraffen is een goede maatregel vinden de meeste respondenten (80% bestuurders, 68% coaches, 71% grensrechters, 78% scheidsrechters, 78% ouders, 68% spelers).
• Maar het aantal scheidsrechters dat deze consequent toepast is lager (52% volgens bestuurders, 37% trainers, 48% grensrechters, 63% scheidsrechters, 35% ouders, 39% spelers).
• Volgens 27% van de spelers geven scheidsrechters zelden of nooit tijdstraffen bij openlijke kritiek van een speler, en volgens 39% gebeurt dat soms. 34% van de spelers zegt dat de scheidsrechter daar wel regelmatig of altijd adequaat op reageert.
• Van alle scheidsrechters zegt 84% de nieuwe regels zelf altijd/meestal consequent toe te passen.

• Toepassing van tijdstraffen zorgt volgens 30-40% van de respondenten vaak voor discussie. Volgens een minderheid van de spelers (42%) gaat er een rustgevende werking van uit. Volgens 32% haalt het niets uit en volgens 26% werkt het averechts.
• Dat gele kaarten niet meer gerapporteerd hoeven te worden vinden de meeste respondenten geen goede zaak.
• De clubs zijn nog nauwelijks bezig met het spelregelbewijs dat B-junioren dit seizoen moeten halen. 42% van de bestuurders zegt dat de club er mee bezig is, 54% zegt dat dit de bedoeling is, 4% vindt dat de verantwoordelijkheid van de spelers. Volgens de coaches liggen die percentages lager (37%-58%-5%). Het lijkt erop dat die percentages nog geflatteerd zijn, want iets meer dan de helft van alle spelers wist nog niet dat zij een spelregelbewijs moeten halen en van alle spelers heeft slechts 8% op de site gekeken en eventueel geoefend.

• 33% van de respondenten meent dat de sfeer op en rond de velden sinds de dood van de grensrechter is verbeterd, 66% ziet geen verandering, 2% een verslechtering. Uitgesplitst naar de verschillende categorieën zien de percentages er als volgt uit:
- Bestuurders: 39%-63%-1%
- Trainer-coaches: 33%-64%-2%
- Grensrechters: 37%-62%-1%
- Scheidsrechters: 45%-53%-2%
- Ouders: 28%-70%-2%
- Spelers: 25%-72%-3%

• 33% van de respondenten vindt het niet waarschijnlijk dat een dergelijk incident met dodelijke afloop nog eens zal voorkomen, 50% sluit het niet uit, 17% zegt 'waarschijnlijk wel'. De uitsplitsing:
- Trainer-coaches: 28%-51%-21%
- Grensrechters: 33%-51%-16%
- Scheidsrechters: 27%-58%-15%
- Ouders: 27%-51%-22%
- Spelers: 45%-44%-11%


Bronnen
Bax, M. (2013), ‘Wat een kutvoetbal, hè; Het turbulente jaar na de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen’ - Amsterdam: Uitgeverij Van Gennep

Broerse, J., Gier, J. de & Schrijnder, S. (2014) De fairplaycoaches en sportpedagogen op Sportpark Sloten. Een procesevaluatie. Amsterdam: afstudeeronderzoek SM&O

KNVB (2013), ‘Tegen geweld, voor sportiviteit’. Zeist: KNVB. Deze en andere publicaties m.b.t. sportiviteit en respect zijn hier te downloaden

Meijer, W. (2013), ‘Oorlog langs de lijn. Hoe de dood van een grensrechter de verloedering van een volkssport markeerde - Amsterdam: Kolsloot Publishing

Romijn, D., Kalmthout, J. van & Breedveld, K. (2014), ‘VSK Monitor 2014.
Voortgangsrapportage Actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’ - Utrecht, Mulier Instituut

Jan Janssens is lector Sportbusiness Development bij de opleiding Sport, Management en Ondernemen van de Hogeschool van Amsterdam. Voor meer informatie: j.w.janssens@hva.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.