27 juni 2023
Opinie
Daarna werkte Alberda onder meer voor de Russische voetbalbond, als algemeen manager van de wielerploeg Cervélo Test Team, interim topsportadviseur bij de roeibond, technisch directeur bij de atletiekunie, technisch directeur bij de zwembond en technisch directeur bij de volleybalbond. Ook was Alberda een van de oprichters van NLcoach, belangenbehartiger van trainers en coaches in Nederland.
Medio 2020 publiceerde Joop Alberda samen met een aantal andere prominenten - onder wie Louis van Gaal en prof. Erik Scherder - een pamflet waarin ze het kabinet opriepen om werk te maken van een gezonde samenleving: 'een Nederland waarin een leefstijl met bewegen en sport de norm is, mensen bewuste voedingskeuzes maken en welvaartszieken en ouderdomsziektes zoveel mogelijk worden voorkomen'. Over de hervorming van Nederland in die richting en de positie die sport daarin zou kunnen of moeten innemen, daarover laat Joop Alberda voor Sport Knowhow XL met de nodige regelmaat zijn kritische blik gaan.
We hebben vanuit de sportwereld vaak kritiek op politiek Den Haag, maar we moeten het ook zeggen als er iets goed gaat. Sportminister Helder kondigde onlangs aan dat haar ministerie werk gaat maken van de sportwet. Eindelijk, zou ik bijna zeggen. De Nederlandse Sportraad riep de regering twee jaar geleden al op om een sportwet te maken. Als bende van zeven (Erik Scherder, Louis van Gaal, Guus Hiddink, Epke Zonderland, Bas van der Goor, Sarina Wiegman en ondergetekende) maken we ons hier ook al lang sterk voor. Met het voornemen om hier nu ook echt werk van te maken, laat de minister zien dat ze deze adviezen ter harte heeft genomen. Van tegenstander werd ze voorstander. Hiermee wordt het publieke belang van sport en bewegen erkend en dat is een goede zaak.
Met de sportwet in de hand kan de burger de overheid voortaan aanspreken op haar verantwoordelijkheid als het gaat om het sport- en beweegaanbod. De belangrijkste zaken die erin moeten worden vastgelegd zijn de toegankelijkheid van de sport, de betaalbaarheid en de kansengelijkheid voor alle leeftijden.
In het commissiedebat dat vorige week in de Tweede Kamer over sport werd gevoerd, werd de Nederlandse sportinfrastructuur uitgebreid geroemd. De minister pleitte expliciet voor de sportwet met behoud van die unieke infrastructuur. Er zijn ook stemmen die zich afvragen waarom die sportwet eigenlijk nodig is. Het gaat toch allemaal goed met die prachtige infrastructuur, roepen zij. Het verschil zit hem in de vrijblijvendheid. Op dit moment kunnen gemeenten niet verplicht worden om te zorgen voor een fatsoenlijk sport- en beweegaanbod. Een wethouder is eigenlijk een soort vrijwilliger. Hij mag sportbeleid maken, maar niemand verplicht hem ertoe. Met een sportwet gaat die persoonlijke voorkeur eraf. Met een sportwet worden provincies en lokale overheden simpelweg verplicht beleid te maken om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kansengelijkheid in de sport te garanderen.
Hoe blij ik ook ben met het initiatief van de minister, ik heb natuurlijk ook altijd nog mijn zorgen. Als we het publieke belang van sport en bewegen erkennen en vastleggen, is de organisatie daarvan ook niet langer vrijblijvend. Binnen de huidige infrastructuur wordt de pedagogisch-didactische omgeving voor een groot deel gerund door vrijwilligers. Het gekke is dat iedereen roept: dat gaat toch goed? Terwijl er links en rechts alsmaar rapporten verschijnen over grensoverschrijdend gedrag op allerlei plekken in de sport. Zo goed gaat het dus niet. Ik denk dat de sport op dit gebied een voorbeeld moet nemen aan het onderwijs. Daar horen we nooit of zelden iets over grensoverschrijdend gedrag, dus kennelijk doen ze het daar heel goed. Dat heeft waarschijnlijk te maken met licenties vakbekwaamheid, maar misschien ook het aandeel van vrouwen in het onderwijs. Een idee? Ik vind dat je in de sport eveneens hoge eisen moet stellen aan coaches, trainers en andere begeleiders bij sport in alle leeftijdscategorieën. Er moet in die sportwet ook aandacht zijn voor een structuur waarbinnen we zorgen voor een gedegen en professionele opleiding van sportkader op alle plekken waar sport en bewegen wordt aangeboden. Een sportcarrière is vergelijkbaar met een onderwijscarrière.
Een andere koppeling die ik nog mis in het huidige debat over de sportwet, is de koppeling met onderwijs. Het ligt zo enorm voor de hand. Daar bereik je iedereen, daarom is het onderwijs bij uitstek de plek om een sportaanbod te genereren voor kinderen tot achttien jaar. Ook dat kan worden vastgelegd in de sportwet.
En tot slot mijn grootste zorg. De verplichting die de sportwet met zich mee zal brengen voor lokale overheden om een sport- en beweegaanbod voor iedereen te organiseren, gaat geld kosten. Natuurlijk duurt het een paar jaar voordat de wet er ook daadwerkelijk is, en wat gebeurt er in de tussentijd? Er komt sowieso een nieuwe regering. De minister meldde in het commissiedebat dat het ervoor benodigde geld deze kabinetsperiode in ieder geval niet beschikbaar is. Komt de sport er voorlopig dus toch nog bekaaid vanaf. Zonder extra geld, is de sportwet een papieren tijger met als woonplaats een olympisch museum.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.