Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Commentaar van joop alberda 17

Commentaar van... Joop Alberda

10 september 2024

Opinie

JoopAlberda175ZWJoop Alberda was van 1992 tot 1996 bondscoach van de nationale herenvolleybalploeg met welk team hij in 1996 olympisch goud in Atlanta won. Na zijn carrière als volleybalcoach was Alberda van 1997 tot eind 2004 technisch directeur van NOC*NSF. Hij was verantwoordelijk voor alle sporttechnische zaken zoals innovatie, begeleiding, faciliteiten en olympische programma's.

Daarna werkte Alberda onder meer voor de Russische voetbalbond, als algemeen manager van de wielerploeg Cervélo Test Team, interim topsportadviseur bij de roeibond, technisch directeur bij de atletiekunie, technisch directeur bij de zwembond en technisch directeur bij de volleybalbond. Ook was Alberda een van de oprichters van NLcoach, belangenbehartiger van trainers en coaches in Nederland.

Demystificatie? Ik kan niet wachten

Zoals alle sportliefhebbers heb ik afgelopen zomer met volle teugen genoten van de Olympische Spelen in Parijs, maar ik heb mij ook aan zaken geërgerd. Hoe is het toch mogelijk dat we bij het turnen na de oefening soms minutenlang moeten wachten op een score, of dat er bij judo twijfel bestaat of iemand wel of niet op zijn rug is gegooid? De techniek is inmiddels zo vergevorderd dat we die turn- of judoscores makkelijk, snel en eenduidig kunnen berekenen. In mijn drieluik over Artificial Intelligence in de sport heb ik de voordelen voor de arbitrage en voor coaching al in de twee voorgaande columns besproken. Bij het kijken naar al die mooie sport in Parijs viel mij op hoeveel beter ook de media gebruik zouden kunnen maken van AI.

"De binnenwereld van de topsport moet zich ook op een professionele manier verhouden tot de buitenwereld, de maatschappij"

Sport heeft zich de afgelopen decennia razendsnel ontwikkeld. Met de professionalisering die vanaf de jaren zeventig en tachtig werd ingezet, keken we in eerste instantie naar de sporter zelf. In een tweede ontwikkelingsslag kwam daar ook de professionalisering van de topsportomgeving bij: coaches en technische staf. Inmiddels zijn we toe aan de derde stap: de binnenwereld van de topsport moet zich ook op een professionele manier verhouden tot de buitenwereld, de maatschappij. De media vormen daarin in een onmisbare schakel. De sport kan zelf op allerlei manieren bijdragen aan het beter in beeld brengen van prestaties en atleten. Niet voor niets produceren veel internationale bonden en federaties, tot en met het IOC, zelf steeds meer content. Voor het in beeld brengen van de sport hebben zij vaak eigenlijk geen externe partijen meer nodig.

XL28FeedbackXL-JAAI-1In Parijs heb ik al voorbeelden gezien van de manier waarop AI wordt ingezet om verslaggeving naar een hoger niveau te tillen. Persbureaus werken bijvoorbeeld met transcriptie- en vertaalapps om interviews veel sneller te kunnen publiceren. Maar AI kan zoveel meer. Als ik nog even terugkom op het turnvoorbeeld: de eisen waaraan een perfecte uitvoering van een element moet voldoen, staan tot op het kleinste detail beschreven in de regelementen. In plaats van juryleden met het menselijk oog daarnaar te laten kijken, zou het veel sneller en efficiënter zijn om de beelden van een oefening door AI op basis van de criteria te laten vergelijken met nog 70.000 andere uitvoeringen van dezelfde elementen. Niet alleen levert dat een objectievere score, het is ook nog eens beter uit te leggen aan het publiek, want je kunt het ook voor de leek inzichtelijk in beeld brengen.

Natuurlijk verdwijnt met dit gebruik van technische middelen een deel van de mystiek, die deels ook de charme is van topsport, maar met de steeds verdergaande professionalisering is die onherroepelijke demystificatie al decennialang gaande. Journalist Joris van den Bergh schreef in 1941 over de mysterieuze krachten van de sport en zette daarmee een van de eerste stappen op weg naar die demystificatie. Heden ten dage weet het grote publiek ongelooflijk veel meer van sport dan een paar decennia geleden. Dat vraagt iets van het niveau waarop verslag wordt gedaan. Zoals voetbalcoaches tegenwoordig niet meer wegkomen met Ernst Happels ‘tactiek ist der Rinoes, Wiellem und Coentje’, komt een verslaggever niet meer weg met ‘zijn we er toch weer ingetuind’. Het publiek wil weten waar we zijn ingetuind en vooral ook waar het aan lag en hoe dat nou precies in zijn werk is gegaan. De uitgebreide tactische analyses van Pieter Zwart op VI gaan dieper op de materie in dan topcoaches zo’n twintig jaar geleden überhaupt konden. Ook hier ligt terrein braak voor AI.

"Op die manier kunnen analisten en verslaggevers de uitleg verschaffen waar wij als sportliefhebbers allemaal reikhalzend naar uitkijken"

Waar de analyses in teamsporten tot op heden veelal gericht waren op de momenten dat een speler iets doet met de bal, goede pass of slechte pass, is het met de rekenkracht van AI veel makkelijker om ook andere patronen te analyseren: looplijnen, passlijnen, gaten trekken. Dit soort zaken wordt tegenwoordig wel al besproken, maar vaak aan de hand van incidentele momenten in wedstrijden. Een analist als Leonne Stentler laat vaak dingen zien, waarbij ik mij afvraag: is dit nou inderdaad exemplarisch voor een patroon of betreft het slechts een toevallig moment? De grote getallen van AI kunnen het antwoord geven en op die manier kunnen analisten en verslaggevers de uitleg verschaffen waar wij als sportliefhebbers allemaal reikhalzend naar uitkijken. Demystificatie? Ik kan niet wachten.

Joop Alberda

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.