3 februari 2015
Opinie
door: Simon Ott
Het 'Verdiepingsonderzoek buurtsportcoaches 2014' uitgevoerd door onderzoekers van het Mulier Instituut en Kennispraktijk is recent afgerond en staat online. Wat is uw conclusie na het lezen van dit rapport? Met het oog op de afloop van het VWS-subsidieprogramma Sport en Bewegen in de Buurt, open ik graag als eerste de discussie over het vervolg.
Als ik voor mezelf mag spreken: ik herken het beeld uit het onderzoek. De meeste buurtsportcoaches zijn jong en vooral actief met de jeugd op en om de basisscholen. Daar organiseren zij allerlei sport- en gezondheidsactiviteiten. Vaak is dit ook een continuering van eerdere activiteiten uit de tijd van Breedtesportimpuls en BOS-impuls. De partners van de buurtsportcoaches zijn daar veelal tevreden over en men denkt dat het aantal jeugdleden van sportverenigingen hierdoor toeneemt. Als dit al het geval is, is het maar helemaal de vraag hoe duurzaam dergelijke effecten zijn.
Verontrustend vind ik de conclusie dat buurtsportcoaches nog weinig actief zijn voor kwetsbare doelgroepen (zoals ouderen en mensen met een chronische aandoening of jongeren met een beperking). Juist voor deze doelgroepen is grote winst te behalen in sportdeelname, gezondheid en participatie. Zij zijn wel moeilijker te activeren.
Het onderzoek vermeldt dat er wel een verbreding zichtbaar is met sectoren zoals zorg en welzijn en de doelgroepen volwassenen en ouderen. Daaraan voegt men toe dat de verbrede inzet tijd nodig heeft, en lokaal meer aandacht verdient dan nu het geval is.
Immers, in tijden van crisis moet je in de lokale politiek met goede argumenten en ‘evidence based’ resultaten komen. Het is de vraag of de huidige generatie buurtsportcoaches de tijd krijgt om hun waarde te bewijzen voor deze nieuwe doelgroepen.
In het rapport Wensen en behoeften van de buurtsportcoach - uitgevoerd door NISB - geven de buurtsportcoaches aan dat financiering een grote bedreiging is. 77% meent dat de gemeente onvoldoende geld heeft en 62% dat er geen cofinanciering is. Uit het behoefteonderzoek blijkt ook dat buurtsportcoaches grote behoefte hebben aan kennis van: succesvolle interventies (90%), het werven van inactieve doelgroepen (81%), PR en communicatie (81%) en de do’s & don'ts van intersectorale samenwerking (79%).
Dit wordt landelijk opgepakt met de zogenaamde ‘Kwaliteitsimpuls buurtsportcoaches’. Deze kwaliteitsimpuls doet dat door samen met de buurtsportcoaches kennis te ontwikkelen en kennis en ervaringen met elkaar uit te wisselen. Maar waarom gaan we verder op het spoor van buurtsportcoaches zonder stil te staan en te evalueren of we hiermee ons doel bereiken? En waarom met deze veelal jonge mensen - met slechts enkele jaren ervaring - kennis ontwikkelen oftewel wielen uitvinden als deze kennis ruim voor handen is bij de professionals die ervaring hebben met de uitvoering van beproefde interventies?
Los van de vraag of de maatregelen gaan landen bij de huidige generatie buurtsportcoaches, betwijfel ik of zij de kern van het probleem zullen oplossen. Het probleem is volgens mij dat gemeente en maatschappelijke partners eerst een gezamenlijk doel en plan moeten hebben. In dat plan zou moeten staan wat de organisaties willen bereiken, wat ze gaan doen en wat de bijdrage van de buurtsportcoach is. Daarmee kan de buurtsportcoach uitvoerder worden van een gedragen plan in plaats van een verbinder waarvoor straks niemand meer wil betalen.
Succesvolle interventies voor inactieve doelgroepen zijn meestal opgebouwd vanuit een intersectorale samenwerking met kennis over het informeren en motiveren van de inactieven met een passend aanbod. Daarmee kan in één keer aan alle behoeftes van de buurtsportcoaches worden voldaan. Voor alle duidelijkheid: met 'succesvolle interventies' bedoel ik niet alle ruim honderd interventies met de erkenning ‘goed beschreven’. Het goed beschrijven in een handboek van een interventie zegt weinig over de effectiviteit van deze interventie in het behalen van resultaten. Het programma Sport en Bewegen in de Buurt heeft veel buurtsportcoaches en veel goed beschreven interventies opgeleverd. Maar het uiteindelijke doel - meer mensen die profiteren van de waarde van sport - lijkt uit beeld geraakt.
Het landelijke programma 'Sport en Bewegen in de Buurt' lijkt dan ook aan revisie toe. Ik stel voor dat we lokale overheden als subsidiegever stimuleren hun rijksmiddelen breder in te mogen zetten, zodat zij kunnen investeren in het behalen van beleidsdoelen met succesvolle interventies. Dan kunnen zij vanuit dat budget de benodigde professionals - zoals buurtsportcoaches - voor deze interventies (laten) opleiden. Uiteraard vraagt dit een bekostiging van een compleet uitvoeringsplan en niet alleen van de loonkosten van buurtsportcoaches.
Gemeenten kunnen hier al op voorsorteren door er zorg voor te dragen dat de buurtsportcoaches waar zij nu nog recht op hebben, heel gericht met succesvolle interventies aan de slag gaan. Maak hen geen doel op zich maar onderdeel van een plan dat u samen met maatschappelijke organisaties waaronder de sportvereniging hebt opgesteld.
Simon Ott is jarenlang als beleidsadviseur sport en programmamanager actief geweest (o.a. bij Sportservice Midden Nederland). Hij was lid van diverse landelijke expert- en adviesteams in het kader van programma's als de Breedtesportimpuls, BOS-impuls, NASB, Beweegkuur en ook lokale sportbundelingen. Simon Ott werkt vanuit VGNB met zijn motto 'Van Goed Naar Beter' aan het stimuleren van een gezonde leefstijl. VGNB is interventie-eigenaar van ‘Bewegen op recept bij de sport’. Voor meer informatie: 06-2489 5683 of simonott@live.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.