Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Buitenspelen is een vak op school

Buitenspelen is een vak op school

9 januari 2024

Opinie

door: Amika Singh

Het is 2034. Buitenspelen is een vak op school. Zoals Cruijff dat ooit heeft betoogd.
In 2034 heeft bewegen een prominente plek in het curriculum op elke school, zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs. Met buitenspelen als de basis: een vorm van bewegen waarin spelen centraal staat en kinderen bepalen hoe ze met elkaar bewegen.

Leraren in het basisonderwijs hebben sinds 2030 een aandachtsgebied erbij. Aandacht voor buitenspelen. Uiteraard jammer dat het nodig bleek te zijn, maar het werd steeds duidelijker dat een groeiend aantal kinderen te weinig en te weinig gevarieerd beweegt. Op steeds jongere leeftijd werd een keuze gemaakt voor één sport, als überhaupt gesport werd. Steeds minder tijd bleef over voor ‘gewoon’ buitenspelen. Kinderen wisten steeds minder hoe buitenspelen moest, misten maatjes waarmee je zonder afspraak op het pleintje kon spelen. En daarom is buitenspelen een vak geworden op school. Het leukste vak, een vak waarvan kinderen niet doorhebben dat het een vak is.

"Men heeft begrepen dat regelmatig bewegen belangrijk is voor een gezonde ontwikkeling en het welzijn van kinderen"

Benieuwd hoe het zover is gekomen?
2024AmikaSingh-1Sinds 2030 is elke school wettelijk verplicht om kinderen in het basisonderwijs zestig minuten per dag bewegen aan te bieden. En dan heb ik het niet alleen over lessen bewegingsonderwijs. Men heeft begrepen dat regelmatig bewegen belangrijk is voor een gezonde ontwikkeling en het welzijn van kinderen. En dat bewegen een waardevolle bijdrage levert aan het leerproces van kinderen. En het werd duidelijk dat het voor een deel van de kinderen niet meer vanzelf goed zou komen. Een ontbrekend beweegfundament vergroot de kans dat kinderen ook op latere leeftijd niet bewegen of sporten. Het aanbieden en stimuleren van een gevarieerd beweegaanbod op scholen was daarom een voor de hand liggende oplossing.

Toen de wettelijke verplichting in 2030 werd ingevoerd, vonden scholen het in de eerste paar jaren natuurlijk lastig. Hoe moest in het overvolle programma nog meer inhoud (lees: bewegen) gepropt worden? Wie moet de kinderen in beweging brengen? Waar moet al dat bewegen plaatsvinden?

Heel vooruitziend had de overheid in 2025 een programma gestart om meer leraren, ook leraren lichamelijke opvoeding, te werven. Werken in het onderwijs werd aantrekkelijk, leraar zijn werd meer waard. En dus gingen steeds meer goede mensen in het onderwijs werken. De werkdruk werd verlaagd, hetgeen het werken in het onderwijs nog aantrekkelijker maakte. Een vicieuze cirkel, in de goede zin van het woord. De details zal ik jullie hier besparen.

Gevolg hiervan is dat scholen anno 2034 vaak de dubbele formatie vakleerkrachten bewegingsonderwijs (lees: gymleraar) hebben vergeleken met 2024. En de gymleraren houden zich niet alleen bezig met het vak lichamelijke opvoeding – voornamelijk in de gymzaal gegeven - maar zijn op de school ook verantwoordelijk voor het beweegaanbod buiten de gymzaal. Ze ondersteunen en stimuleren andere leerkrachten om meer bewegen gedurende de dag toe te passen.

"Bij alle nieuwe docenten is tijdens hun studie aandacht besteed aan vaardigheden en motivatie om bewegen gedurende de schooldag te integreren"

Trouwens: drie uur per week gym is nu verplicht, van groep 1 in het basisonderwijs tot het laatste jaar in het voorgezet onderwijs. En ook in de opleidingen (PABO, ALO, ALO-PABO) is er volop aandacht voor beweging buiten de gymzaal. Niet alleen bij de gymmeesters en -juffen is bewegen er dus met de paplepel ingegoten. Bij alle nieuwe docenten is tijdens hun studie aandacht besteed aan vaardigheden en motivatie om bewegen gedurende de schooldag te integreren.

2024AmikaSingh-2En waarom is het buitenspelen zo’n belangrijke vorm van bewegen? Jonge kinderen bewegen vooral spelenderwijs. Als kinderen bewegen hebben ze niet als doel om de beweegrichtlijn te halen. Ze bewegen omdat bewegen hun manier is om de wereld en hun mogelijkheden daarin te verkennen. En daar zijn we sinds in 2030 mee aan de slag gegaan. In het vak lichamelijke opvoeding leren kinderen vaardigheden om in verschillende contexten – vooral buiten de gymzaal – nog meer beweegervaringen op te doen. Het verschil met tien jaar geleden is, dat aan de vertaalslag (van de gymzaal naar een andere context) nu ook expliciet op school aandacht wordt besteed. En dan vooral het onderdeel buitenspelen. Omdat buitenspelen belangrijk is voor een gezonde sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen.

Op school kijken leerkrachten, met name tijdens de pauzes, of het kinderen lukt om op een fijne manier samen te spelen. Als het nodig is begeleiden zij het spel. Dat blijkt vooral in het begin van het schooljaar nodig te zijn. Als het niet meer nodig is nemen ze vervolgens steeds meer afstand. Belangrijk is dat spelen dan vanzelf gaat. En als er weer een impuls nodig is, staan de leerkrachten klaar voor de kinderen. Er is ook meer tijd ingeroosterd voor pauzes – en nee, geen langere schooldagen. Gewoon meer vrije ruimte, ruimte voor pauzes. Om te spelen en bewegen.

"Elke dag één uur bewegen op school, buitenspelen als vak. Dat klinkt als een paradijs"

En tot slot: de leerkrachten leggen verbinding met bewegen buiten de schoolcontext. Door met de kinderen ook te spelen op het schoolplein dat na schooltijd toegankelijk is. Kinderen weten daardoor welke fysieke mogelijkheden er in hun buurt zijn op het gebied van buitenspelen, waardoor buitenspelen ook na schooltijd beter lukt.

Trouwens: als scholen een rennovatie of herinrichting ondergaan is er altijd aandacht voor de mogelijkheden om te bewegen. De schoolpleinen zijn niet alleen gedurende de pauze plekken die uitnodigen om te bewegen, maar ook gedurende andere momenten op de schooldag maken kinderen gretig gebruik van de buitenruimte.

Elke dag één uur bewegen op school, buitenspelen als vak. Dat klinkt als een paradijs. Of als 2034.

2024AmikaSingh-3Amika Singh is sinds maart 2018 als senior onderzoeker en teamleider 'Leren Bewegen' werkzaam bij het Mulier Instituut, momenteel vier dagen in de week. De vijfde dag werkt zij als senior onderzoeker voor het lectoraat Bewegen, School en Sport aan hogeschool Windesheim in Zwolle. Singh studeerde fysiotherapie (Hogeschool van Utrecht, 1998) en bewegingswetenschappen (Vrije Universiteit Amsterdam, 2001). In 2008 is zij gepromoveerd op de ontwikkeling en evaluatie van een programma gericht op preventie van overgewicht voor vmbo-scholieren. Tijdens haar promotieonderzoek rondde ze ook de masteropleiding Epidemiologie (VU medisch centrum, Amsterdam, 2007) af.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.