9 juni 2015
Opinie
door: Frank Gerritsen
In de periode 2009–2012 gaf dertig procent van de voortijdig schoolverlaters van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) - studierichting Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) - aan de aangeboden onderwijsvormen als niet–motiverend te hebben ervaren. De directie van HAN sport en bewegen zag de noodzaak om dit tij te keren en bood mij de gelegenheid een onderwijs(proces)innovatie te ontwikkelen die deze trend zou kunnen ombuigen. Concreet: 'Ga op zoek naar innoverende interventies die de motivatie in de aangeboden onderwijsvormen op de ALO kunnen optimaliseren en zorg ervoor dat we in september 2015 met de implementatie kunnen starten.'
De ALO in Nijmegen kent een relatief jong docententeam die hun missie passie voor bewegen met verve overbrengt op de ALO-studenten. Toch lijkt dit niet genoeg. Studenten die zich aanmelden voor de ALO zijn in de toelatingstesten herkend als bovengemiddeld goede bewegers en kunnen om die reden talentvol genoemd worden. Het zou voor de docenten van de ALO Nijmegen een enorme uitdaging zijn als ze ervoor kunnen zorgen om deze talenten te betrekken in de dagelijkse leeromgeving. Vanuit dit perspectief is de innovatiegedachte tot stand gekomen die in essentie luidt: 'een ALO-student krijgt inspiratie en motivatie als zijn talent en passie (h)erkend wordt en betrokken in de dagelijkse leeromgeving.'
Interventieonderzoek
In het kader van mijn Masterstudie Sport en Beweeginnovatie, eveneens aan de HAN, ben ik vervolgens gestart met een interventieonderzoek onder ALO-studenten. Het onderzoek richtte zich op de vraag wat het effect was van de inzet van technisch-motorisch vaardige studenten als hulp-docent tijdens de lessen sportvaardigheid op de motivatie van klasgenoten. Het onderzoek bewoog zich rond de begrippen 'talent', 'motivatie' en 'leerklimaat'. Specifiek ging het onderzoek in op de motivatieperceptie van ALO-studenten binnen het kader van een ontwikkelde interventie binnen de lessen sportvaardigheid.
De basis van het onderzoek lag in de Self Determination Theory (SDT) van Deci & Ryan. Volgens de SDT wordt de motivatie bij studenten vergroot als ze ervaren dat ze betrokken (warm leerklimaat), competent (vaardig) en autonoom (zeggenschap) zijn in het leerproces. Het onderzoek vond plaats tijdens de sportvaardigheidslessen volleybal in het tweede leerjaar. Een groep studenten kreeg les onder leiding van de docent, de andere groep kreeg les van de docent met inzet van technisch-motorisch vaardige (talentvolle) studenten uit de groep. De vraag was of de inzet van deze talentvolle studenten de motivatie in die groep zou verhogen in vergelijking met de andere groep.
Positief effect
Het onderzoek liet zien dat bij betrekken van talentvolle studenten - als medelesgever – een positief effect had op de toename van motivatie bij de klasgenoten. Met name het gevoel van een toename van (psychologische) vrijheid bij hen heeft bijgedragen aan het ervaren van autonomie en vervolgens op de motivatie. De klasgenoten hebben het als motiverend ervaren dat zij medezeggenschap kregen over het uitvoeren van het onderwijs. Het onderzoek heeft de innovatie en de visie van de ALO om van koers te veranderen een belangrijke push gegeven.
Om het leerklimaat op de ALO te optimaliseren in termen van motivatie en betrokkenheid is de werkgroep TROTS opgericht. Deze werkgroep bereidt de weg voor zodat uiteindelijk de betrokkenheid tussen studenten en docenten vergroot wordt en dat studenten meer ingezet worden in de uitvoering van het ALO-onderwijs. De doelstelling van de innovatie is dat er over drie jaar met recht gesproken kan worden van een ALO-brede learning community. Cruciaal in het innovatieproces is het draagvlak onder de docenten. De combinatie van een optimaler en betrokken leerklimaat (ongediplomeerde uitval) en een enthousiast jong docententeam, moet leiden tot een succesvolle implementatie. Figuur 1 visualiseert deze implementatieroute van de oude situatie naar de gewenste situatie; de route naar een learning community waarin docent en student uiteindelijk samen optrekken en het onderwijs samen invullen.
Figuur 1 Innovatieproces
Verspreiding bekendheid
Studenten die daadwerkelijk ingezet worden in het onderwijs en een podium geboden wordt op de ALO in Nijmegen: velen in het onderwijs wensen een dergelijk scenario, maar even zo vaak lukt het niet. Om deze missie naar een overwinning te leiden moeten – naast de docenten - meer partijen hierin betrokken worden.
De studenten
Zij participeren op meerdere vlakken in dit proces. Naast hun rol als meedenker in het proces, zullen zij benaderd worden om het onderwijs mede in te vullen naast de docent.
De expertiseteams
De ALO Nijmegen kent drie wetenschappelijke expertiseteams waar studenten in de laatste fase van hun opleiding hun onderwijs volgen. Vanuit het perspectief van onderzoekvaardigheden is het interessant om deze kennis in te zetten in eventueel vervolgonderzoek in het voortgezet onderwijs. In hoeverre kunnen talentvolle leerlingen daar een rol spelen in het Sport- en Bewegingsonderwijs?
Stagescholen
Door stagescholen erbij te betrekken kunnen potentiele toekomstige ALO-studenten met deze innovatie kennis maken. Voor een uitbreiding van het masteronderzoek in de context van het voortgezet onderwijs behoort dan tot de mogelijkheden.
Onderwijs ontwikkelingsorganisatie
Zij kunnen een rol spelen in het opschalen van deze ontwikkeling in de vorm van publicaties en congressen.
Frank Gerritsen is docent ALO Nijmegen en deeltijdstudent Master Sport en Beweeginnovatie aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Voor meer informatie: gerritse@xs4all.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.