Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Biechtende wielrenners slachtoffers of psychopaten

Biechtende wielrenners: Slachtoffers of psychopaten?

9 april 2013

Opinie

door: Monique Kwakman

De commissie Sorgdrager - die onderzoek heeft gedaan naar dopinggebruik in het Nederlandse wielrennen - presenteert begin juni a.s. haar eindrapport. Mogelijk wordt daarmee een periode afgesloten van spijt betuigende wielrenners, die één voor één van hun voetstuk zijn gevallen. Wat mij persoonlijk het meest is bijgebleven, is de ‘biecht’ van Lance Armstrong. Ik moest bij het zien van zijn interview meteen denken aan de documentaire ‘Het brein van een bankier’ 1, waarin inkijk wordt gegeven in denkwijzen van ‘valsspelende’ bankiers. Dit riep bij mij de vraag op: hebben het brein van een bankier en het brein van Lance Armstrong iets met elkaar gemeen? In deze column probeer ik die vraag te beantwoorden en psychologische verklaringen te vinden die meer inzicht kunnen geven in het gedrag achter dopinggebruik in de (wieler)sportwereld.

In de documentaire ‘Het Brein van een bankier’ werd gezocht naar een verklaring voor het gedrag van topbankiers; wat drijft hen om de grootste risico’s te nemen en systematisch ‘vals’ te spelen? In de documentaire wordt - door psycholoog Peter Sioen - aangegeven dat het brein van sommige bankiers zelfs meer dan gemiddeld overeenkomsten vertoont met dat van een psychopaat. (o.m. aangetoond in eerder onderzoek van psycholoog Robert D. Hare)2.

Psychopaten zijn zelfverzekerd, doelgericht en charismatische personen. Zij onderhouden vaak relaties die gebaseerd zijn op macht. Ook missen zij het gevoel van spijt en schuld en je zou kunnen zeggen dat hun morele geweten ontbreekt of in ieder geval afwijkend werkt. Hierdoor kunnen zij andere mensen veel schade toebrengen, zonder hier zelf echt last van te hebben. Voor topsporters kan een zekere mate van psychopathisch gedrag zeer functioneel werken. Topsporters moeten vol zelfvertrouwen, veelal onder hoge druk, naar doelen toewerken en ze fungeren vaak als rolmodel voor de buitenwereld. Dit geldt zeker voor Lance Armstrong.

Is het gedrag van Armstrong te ver doorgeschoten of hebben we echt te maken met het brein van een psychopaat? Laten we eens dieper kijken welke psychologische verklaringen te vinden zijn voor het gedrag van Armstrong en voor het grootschalige dopinggebruik binnen de wielerploegen.

Sociale druk
In het interview dat Armstrong onlangs gaf aan Oprah Winfrey vertelde hij dat hij ploeggenoten nooit heeft gedwongen tot het gebruik van doping. Mogelijk zouden zijn ploeggenoten wel een impliciete druk hebben ervaren, maar dat was niet Armstrongs verantwoordelijkheid. Hij had tenslotte niet de keuze voor hen gemaakt, aldus Armstrong. Maar hoe autonoom beslissen mensen eigenlijk?

Al in 1956 toonde Solomon Asch (psycholoog) met een experiment aan wat de invloed is van anderen op het nemen van beslissingen. Bij dit experiment moest een proefpersoon bij het zien van drie lijnen aangeven welke lijn even lang was als de standaardlijn. De proefpersoon zat in een groep en moest iedere keer als laatste van de groep antwoord geven. Iedereen die voor de proefpersoon aan de beurt kwam zat in het ‘complot’ en gaf opzettelijk een fout antwoord. Het bleek dat 75% van de proefpersonen gevoelig was voor deze sociale druk, ging twijfelen aan het eigen beoordelingsvermogen en ook een fout antwoord gaf. De conclusie was dat mensen geneigd zijn een fout antwoord te geven wanneer iedere andere persoon in een groep dit ook doet. Mensen hebben een sterke behoefte zich te conformeren aan de groep.

Dit inzicht is dus niet nieuw, echter als we dit vertalen naar dopinggebruik in wielerploegen zou het Asch-effect een verklaring kunnen bieden. Tel daarbij op de belangen die een rol spelen; een wielrenner is afhankelijk van de inkomsten die hij haalt uit zijn sport. Zijn hypotheek, gezin, sociale status worden in stand gehouden door het zijn van een professioneel wielrenner. Bij slecht presteren staat dus niet alleen de sportieve carrière onder druk.

Winnaareffect
Terug naar het ‘psychopatenbrein’ van Armstrong. Om zijn gedrag beter te begrijpen biedt het winnaareffect misschien uitkomst. Het winnaareffect is een begrip vanuit de neuropsychologie en probeert antwoord te geven op de vraag: wat doen succes en macht met onze hersenen? Neuropsycholoog Ian Robertsen heeft onderzocht dat de kans op winnen wordt vergroot als je eerdere overwinningen hebt geboekt3. Bij deze veronderstelling wordt het winnen van wedstrijden vergeleken met het hebben van macht. Van de drang naar macht is namelijk eerder al aangetoond dat er een biologische grondslag ligt die de drang naar macht, hebzucht en overwinning kan verklaren. Simpeler gezegd: het ervaren van macht en winnen, werken verslavend (meer aanmaak van dopamine, hogere testosteronwaarden) en de kans op winnen wordt vergroot bij het behalen van eerdere overwinningen.

Prisoner’s dilemma
Een andere theorie, die de keuze van veel wielrenners om tot dopinggebruik over te gaan kan verklaren, is het zogeheten prisoner’s dilemma (‘het dilemma van de gevangene’). In 1979 legden onderzoekers voor het eerst (voor zover mij bekend) een verband tussen het prisoner’s dilemma en de sport4. Het prisoner’s dilemma is een speltheorie waarbij het volgende hypothetische voorbeeld wordt gebruikt: er worden twee verdachten opgepakt en in een aparte cel gezet. Zij worden los van elkaar ondervraagd. Ze hebben samen een misdaad gepleegd, maar kunnen niet met elkaar overleggen over de beste strategie; bekennen of niet? Afhankelijk van hun keuze om te bekennen of niet, krijgen ze meer of minder straf, deze keuze hangt echter ook af van wat de ander doet.

Aangezien er geen overleg mogelijk is, worden keuzes gemaakt op basis van de verwachting van het rationele gedrag van de ander. Als de ene wel bekent en de andere niet, betekent dat respectievelijk vrijspraak (als beloning voor het bekennen) en tien jaar celstraf. Wanneer beide bekennen krijgen ze vijf jaar gevangenisstraf en als beide ontkennen krijgen ze ieder twee jaar gevangenisstraf. Samenwerken wordt zodoende het meest beloond. Het voorgestelde dilemma komt erop neer dat ze samen het beste resultaat halen wanneer ze allebei ontkennen. Maar beiden zijn bang dat de ander bekent om vrijspraak te verdienen, met voor de een als gevolg de maximale straf. Om de maximale straf te ontlopen zullen ze naar verwachting beide bekennen, met een suboptimale uitkomst als gevolg.

Dit model is te vertalen naar de sport door bijvoorbeeld te kijken naar het gebruik van nieuwe, experimentele middelen (waaronder doping). Als sporter A en sporter B beide besluiten om een bepaald middel te gebruiken, hebben ze beide voordeel. Een sporter heeft meer voordeel t.o.v. de ander als hij wel gebruikt en de andere niet. Het grootste voordeel kan ook zijn, in het geval van dopinggebruik, wanneer beide sporters niet gebruiken. Dit omdat ze dan geen van beide worden blootgesteld aan de eventuele gevaren (overdosis) of bijkomende gezondheidsrisico’s.

Het is voor te stellen dat een sporter, om verschillende redenen, de afweging maakt om wel doping te gebruiken. In 2002 is door Australische onderzoekers een model opgesteld dat de waarschijnlijkheid van druggebruik voorspelt5. Een sporter is het meest geneigd om prestatieverhogende middelen te gebruiken als de waargenomen nadelen laag zijn (bijvoorbeeld een laag risico om betrapt te worden of milde sancties). De waargenomen voordelen moeten dan natuurlijk als groot worden ervaren (een grote kans op prestatieverbetering en/of aanzienlijke financiële of sociale beloningen).

Persoonlijk vind ik de (biologische) verklaringen, zoals ik hierboven heb geschetst, onvoldoende bevredigend voor het gedrag van Armstrong of voor het gebruik van doping in het algemeen. Topsporters zijn geen slaven van hun impulsen, of van de omgeving, ze hebben altijd een keuze. ‘Valsspelen’ is wat mij betreft een bewuste keuze en komt voor in iedere sector. In de financiële wereld worden onverantwoorde risico’s genomen, besturen van scholen en zorginstellingen rekken de regels op, de voedselindustrie sjoemelt met paardenvlees; allemaal omdat het kan?

Het is interessant en aanvullend om naast de psychologische verklaringen, breder te kijken naar de filosofische, ethische en morele context van dopinggebruik. Hiervoor verwijs ik echter graag naar de scriptie over de ethische analyse van het dopingdebat in de sport, van Ellen de Wolf.6

Hoe nu verder?
Het opstellen van nieuwe, strakkere (doping)regels lijkt niet toereikend om ‘valsspelen’ tegen te gaan. De behoefte van mensen om ergens bij te willen horen en de drang naar macht lijkt sterker te werken dan de eventuele straf. In de eerste plaats is het aan de sporters zelf om dit probleem op te lossen. Het begint met de intrinsieke motivatie om integer sport te willen beoefenen en terug te gaan naar de basis: (waarom) beleef je plezier aan het bedrijven van topsport?

Volgens mij kunnen wij - als sportliefhebber en publiek - ook bijdragen. Topsporters die doping hebben gebruikt lijken de publieke opinie tegen te hebben en worden veelal afgebrand. Volgens mij zit daarin niet de oplossing.
We moeten sporters die dopinggebruik hebben toegegeven blijven knuffelen en mededogen tonen, zoals ook Joris Luyendijk oppert in de bankiers-reportage van Tegenlicht. Het publiekelijk afbranden kan biechtende renners namelijk het gevoel geven dat ze alleen erkenning krijgen wanneer ze presteren of de beste zijn, maar niet wanneer zij hun fouten toegeven en hun kwetsbaarheid als mens laten zien.

Dat is misschien de paradox van topsport; alles draait om resultaten, winnen en de beste zijn. Een omgeving waarin psychopathisch gedrag wordt gestimuleerd, maar de topsporter is bovenal mens en heeft na een topsportcarrière nog een heel leven te gaan.

Armstrong heeft publiekelijk zijn spijt betuigd, of een soort van spijt althans.
De vraagt blijft of hij spijt heeft van zijn dopinggebruik of van het feit dat hij is betrapt? Wij zullen waarschijnlijk nooit te weten komen of Armstrong (zoals hij zelf beweert) vooral slachtoffer is geworden van de sociale druk of toch een psychopaat is. Maar als we Armstrong in zijn toekomstige carrière gaan terugzien als de nieuwe topman van Bank of Cyprus weet ik genoeg.

Verwijzingen en links:
1. Het Brein van de bankier
2. Robert D. Hare en Paul Babiak, 'Snakes in Suits' , 2006
3. Ian Robertson, 'Het winnaareffect', 2012
4. Steven J. Brams & Philip D. Straffin Jr., 'Prisoners’ dilemma and professional sports drafts', The American Mathematical Monthly, vol. 86, nr. 2, 1979, p. 80.
5. Robert J. Donovan e.a., 'A conceptual framework for achieving performance enhancing drug compliance in sport', Sports Med, vol. 32, nr. 4, 2002, pp. 269-284.
6. Ellen De Wolf 'Ethische analyse van het dopingdebat in de sport met als speciale casus: genetische manipulatie' - 2007

Monique Kwakman is werkzaam als (sport)psycholoog en adviseur binnen top- en breedtesport. Ze werkt onder meer als gastdocent ‘sportpsychologie en talentontwikkeling’ op het Sint Nicolaaslyceum in Amsterdam. Voor meer informatie: m.kwakmanbusiness@gmail.com of 06-5060 3299.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.