8 april 2008
Opinie
Lichamelijke inactiviteit is een groot probleem voor de volksgezondheid. Daar twijfelt niemand meer aan. Lastiger is het de Nederlander in beweging te krijgen. Grofweg beweegt de helft van de Nederlander te weinig. Dat wil zeggen minder dan een half uur per dag stevig doorwandelen, of iets dat daarmee vergelijkbaar is. Dat het allemaal anders moet, is bekend. De vraag is evenwel hoe? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Aangedragen oplossingen variëren van adviezen via de dokter, fysiotherapeut of een andere professional, tot het ingrijpend veranderen van de omgeving op een wijze die mensen als het ware ‘dwingt’ tot lichaamsbeweging.
De eerste vorm, via een hulpverlener komen tot verandering van beweeggedrag, is wat mij betreft ‘dweilen met de kraan open’. De tweede vorm snijdt waarschijnlijk meer hout, maar raakt aan de vrijheid van het individu. Wat wel of niet langdurig werkt, en voor wie, is nog onvoldoende bekend. En hoeveel lichaamsbeweging is nu nodig? Voor welk effect? En maken we daarbij gebruik van hulpmiddelen, als stappenteller en hartslagmeters? Wat ook speelt is de vraag in hoeverre beweeggedrag niet vooral ‘gestuurd’ wordt door de wijze waarop we onze omgeving inrichten. Omgeving is hier breed op te vatten. Het gaat dan om onze fysieke omgeving, maar ook om de sociaal-culturele omgeving en om de politieke omgeving. Uiteindelijk gaat het om hoe we met z’n allen over de noodzaak tot bewegen denken; om ‘normatief denken’. Eerst denken en dan doen. Maar wel allemaal tegelijk hetzelfde denken, want alleen dan vinden we dagelijks bewegen ‘normaal’ en doen we het ook, maar alleen als de omgeving het mogelijk maakt.
Bewegen kan overal plaatsvinden. Op school, op het werk, op de sportvereniging, in de wijk, enzovoort. Bewegen kan als we naar school of werk moeten, wandelend of met de fiets. Tuinieren en huishoudelijk werk telt ook mee om in beweging te komen. Onderzoek naar al deze aspecten van bewegen, in wisselende context en voor verschillende doelgroepen wordt uitgevoerd door vele wetenschappers overal in de wereld. Vervolgens moeten beleidsmakers de resultaten van onderzoek vertalen in beleid, landelijk en lokaal.
Van 13 tot 16 april 2008 komen onderzoekers en beleidsmakers uit de hele wereld naar Amsterdam om op de Vrije Universiteit de laatste stand van zaken ten aanzien van bovengenoemde thema’s met elkaar te delen. Ik nodig u graag uit bij dit congres aanwezig te zijn. U zult zich niet vervelen. ‘Snel doen dus, voor het te laat is’.
Prof. dr. Willem van Mechelen is als hoogleraar bedrijfs- en sportgeneeskunde verbonden aan VU medisch centrum. Voor meer informatie: w.vanmechelen@vumc.nlDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.