11 december 2012
Opinie
Een week geleden overlijdt grensrechter Richard Nieuwenhuizen aan ernstig hersenletsel. Hij wordt na de wedstrijd van de voetbalclubs Buitenboys tegen Nieuw Sloten gemolesteerd door een aantal voetballers, jongens van 15 en 16 jaar. Een dag later geeft directeur amateurvoetbal van de KNVB - Anton Binnenmars - aan dat hij met zijn handen in het haar zit. Hij zegt: 'We doen het niet goed genoeg'. Hij wil meer doen tegen de excessen in het amateurvoetbal. Precies een jaar hiervoor, op 3 december 2011, overlijdt een 77-jarige toeschouwer van een voetbalwedstrijd door mishandeling. Een voetballer wil de scheidsrechter aanvallen naar aanleiding van een gele kaart. De voetballer wordt tegengehouden door zijn medespelers. Na de tweede gele kaart trapt hij de bejaarde man dood die opmerkte dat hij de gele kaart terecht vond.
Onder grote groepsdruk kan geweld incidenteel plaatsvinden. Maar over het algemeen komt gewelddadigheid niet uit de lucht vallen. Jongens die zo agressief zijn, zijn dat vaak eerder geweest, meestal al vanaf de peutertijd. Deze kinderen hebben een grote kans zich te ontwikkelen tot plegers van ernstige, gewelddadige delicten. Ze zijn impulsief, vechten op het schoolplein en maken ruzie in het café.
Ouders lukt het niet leiding te geven aan hun kind en grenzen te stellen. Soms is er in het gezin een klimaat van geweld en intimidatie en worden de kinderen mishandeld. De jongeren spijbelen, gebruiken drugs of alcohol en komen uit een zogenaamde 'achterstandswijk'. Ze voelen zich door de samenleving afgewezen, gedragen zich vijandig en trekken op met andere agressieve jongeren in ‘gangs’ die elkaar opjutten om gewelddadig te worden.
Dit speelt met name bij Marokkaanse jongeren, die relatief vaak bij geweldsincidenten betrokken zijn, een belangrijke rol. De jongeren vallen op tijdens het voetballen door hun agressieve gedrag dat ze misschien nog net in de hand weten te houden. Door een samenspel van omstandigheden waarbij de jongens het niet eens zijn met de beslissing - soms gesteund door publiek dat ze opjut - kunnen excessen ontstaan zoals afgelopen zondag.
Elk gewelddadig incident is er een te veel. Natuurlijk kunnen agressieve spelers en supporters van de voetbalclub weggestuurd worden. Maar, daarmee wordt het probleem niet opgelost. Spelers en supporters zullen hun ‘agressie-carrière’ elders voortzetten met alle afschuwelijke gevolgen van dien. Voetbalclubs moeten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid oppakken en zo vroeg mogelijk ingrijpen. Met betrokken partijen kunnen ze de jongeren in beeld brengen en een plan van aanpak ontwikkelen. Politie en justitiële instanties hebben uiteraard een heel directe verantwoordelijkheid. Daarnaast gaat het om scholen, buurtverenigingen, hulpverleningsinstanties en lokale overheden. De voetbalclubs kunnen bij het plan van aanpak een belangrijke rol spelen. Het is een natuurlijke plek waar jongeren geleerd kan worden zich te houden aan regels, respectvol met elkaar om te gaan en hun verlies te nemen.
Daarnaast zijn ook andere maatregelen noodzakelijk. Bij het voorkomen van agressie speelt voorbeeldgedrag van trainers, scheidsrechters en daarnaast ook ouders en supporters een belangrijke rol. Negeren van hun agressieve uitingen en hen er niet op aanspreken, zorgt ervoor dat er een klimaat ontstaat waar agressie normaal lijkt.
Scheidsrechters en trainers kan geleerd worden wat ze kunnen doen om agressie te de-escaleren zodat het niet tot een gewelddadige uitbarsting komt. Het gaat om het verstandig reageren op signalen als irritatie, niet luisteren, provocerende taal, schreeuwen, dreigen etc. Hiervoor moet de trainer of scheidsrechter inzicht hebben in hun eigen emotionele reactie om zichzelf (enigszins) onder controle te houden. Als dit niet het geval is, is de kans op escalatie veel groter. Hoe eerder de vroege signalen van agressie herkend worden, hoe groter de kans op voorkomen van het geweld is. De trainer of scheidsrechter kan dan inschatten of hij de signalen van agressie kan negeren, de jongere aanspreekt of hulp inroept.
Het ontwikkelen van beleid om geweld te voorkomen, is verre van simpel. Kennis over agressie en geweld uit andere sectoren, zoals de zorg en de psychologie/ psychiatrie combineren met ervaringen uit de sport is hiervoor belangrijk. In de woorden van Anton Binnenmars: ‘goed nadenken met elkaar’.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.