door: Edwin Goedhart, Ivo van Hilvoorde, Maarten Koornneef, Diederik van Meersbergen, Corine Ottevanger en Esther Schoots (leden Medisch Ethische Commissie van de Vereniging voor Sportgeneeskunde)In het rapport
Meedoen of stoppen - het eindrapport van de Commissie Anti-Doping Aanpak (onderzoek naar de dopingcultuur in het Nederlandse wegwielrennen bij de heren) - wordt uiteengezet hoe (sport)artsen en soigneurs lange tijd opereerden als private apotheekjes. Medische begeleiding was lange tijd nauw verweven met dopinggebruik en de toelevering van dopingmiddelen. Hoewel er inmiddels een en ander veranderd lijkt te zijn, blijven sportartsen opereren in een medisch en moreel spanningsveld. In genoemd rapport wordt geschreven:
'Ploegartsen hebben bovendien te maken met ethische dilemma’s wanneer een oververmoeide renner vanuit gezondheidsoverwegingen beter af is met ondersteunende middelen. Dat geldt zeker wanneer er middelen bestaan waarbij met deskundig gebruik de gezondheidswinst groter is dan de gezondheidsschade. Dit geldt bijvoorbeeld voor EPO, dat, net als een hoogtestage of een verblijf in een hogedruktent, het aantal rode bloedcellen verhoogt. EPO werkt echter veel sneller en effectiever dan deze toegestane methoden.'Hoe komen sportartsen tot hun beslissingen, aan wie leggen ze verantwoording af en bespreken ze dergelijke medische en morele dilemma’s met anderen? In het rapport worden diverse aanbevelingen gedaan over de organisatie, werkwijze en positionering van de medische begeleiding. Vooral de heldere afbakening van verantwoordelijkheden is daarbij van belang. De medische begeleiding zou primair verantwoordelijk moeten zijn voor de sporter, en niet voor de resultaten van de ploeg.
Maar hoe eenvoudig is dat, om daar heldere afspraken over te maken? Met welke belangen heeft de sportarts nog meer te maken? En is de gewenste onafhankelijkheid van de medische begeleiding bij het wielrennen wel vergelijkbaar met die in andere sporten? Zijn er richtlijnen te formuleren die voor alle (para)medische begeleiders binnen de sport ook daadwerkelijk zeggingskracht hebben? Wie controleert een eventuele naleving van een gedragscode? Wanneer die richtlijnen niet toereikend zijn, is er dan wel overleg mogelijk tussen betrokkenen en collega-professionals? Bestaan er wel goede overlegstructuren om medisch ethische dilemma’s te kunnen bespreken, zonder dat die begeleiding direct in de beklaagdenbank komt te staan?
In het rapport wordt gesproken over het stimuleren van structurele uitwisseling van kennis en ervaringen, deskundigheidsbevordering en belangenbehartiging. Hierdoor zou ook de mogelijkheid moeten worden gecreëerd voor artsen en paramedici om elkaar onderling te kunnen aanspreken op ongewenst gedrag. Maar hoe wordt zoiets georganiseerd? En wat betekent dat eigenlijk: elkaar aanspreken op ongewenst gedrag?
Sportmedisch Wetenschappelijk JaarcongresDe vragen die hierboven worden gesteld staan centraal in een sessie tijdens het komende Sportmedisch Wetenschappelijk Jaarcongres (Ermelo, 28 en 29 november) van de Vereniging voor Sportgeneeskunde. De Medisch Ethische Commissie van de VSG organiseert die sessie (vrijdag 29 november, 13.45 uur – 15.25 uur) over belangenconflicten in de medische begeleiding van sporters en over de vraag of moreel beraad daarbij een toepasbare methode is.
Binnen de gezondheidszorg wordt gebruik gemaakt van deze methodiek om ethische vraagstukken te bespreken en op te lossen. In deze sessie wordt uitgelegd hoe deze methodiek werkt en gaan we vervolgens kijken of deze ook bruikbaar is voor vraagstukken op het gebied van belangenverstrengeling bij de begeleiding van sporters. In deze sessie zal gediscussieerd worden over het beroepsgeheim, bescherming van de gezondheid en medewerking aan onderzoek.
Een directeur eist inzage in het medische dossier van een topsporter. Hoe ga je daarmee om? Heb je als (sport)arts een financieel belang bij de teamprestaties? Deel je in de bonus? Vertel je, in het kader van de begeleiding van een sporter, alles wat je weet over zijn/haar medische situatie? Je wilt hem of haar immers niet onnodig bezorgd maken? Wat zegt de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst? Je hoort van een sporter dat hij/zij doping heeft gebruikt. Wat zeg je tegen die sporter? Weeg je het belang van
fair play nog mee? Ga je in op een informatieverzoek van de Dopingautoriteit? Of van de bond of internationale federatie? Of van een tuchtcommissie?
De opbrengst van deze sessie staat of valt bij de inbreng en aanwezigheid van betrokkenen bij dergelijke dilemma’s. Naast de sportmedici zelf zijn dat ook de sporters, trainers en sportbestuurders. Kortom: u bent allen van harte welkom!
Hier kunt u zich aanmelden voor de sessie over belangenconflicten. Wilt u deelnemen aan het gehele VSG-congres dan kunt u zich hier inschrijven. Edwin Goedhart, Ivo van Hilvoorde, Maarten Koornneef, Diederik van Meersbergen, Corine Ottevanger en Esther Schoots maken onderdeel uit van de Medisch Ethische Commissie van de VSG. Edwin Goedhart is tevens coauteur van het aangehaalde rapport (Meedoen of stoppen).