Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Amateur sportvereniging let op de omzetbelasting

Amateur sportvereniging: let op de omzetbelasting!

24 mei 2011

Opinie

door: Erik Jan Peffer

21 april 2011. Enkele Tweede Kamerleden hebben aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van VWS twaalf vragen gesteld inzake de btw en exploitatie van buitensportaccommodaties door gemeenten en sportstichtingen. Voor deze partijen is hier dan ook nog teveel onduidelijk over. Aan de hand van twee praktijkvoorbeelden zal ik een en ander toelichten. De termen btw en omzetbelasting worden daarbij door elkaar gebruikt.

Voetbalvereniging SV Omhaal uit Alblasserdam heeft grootse plannen. De club wil grondig gaan verbouwen. Het sportcomplex is sterk verouderd: de kleedkamers vervallen, de douches ijskoud in de winter en ‘s zomers bloedheet, de kantine is een bouwval. Een bekend beeld voor menigeen.

De club is echter niet de eigenaar van het complex, dat is - zoals zo vaak - de gemeente. Na een jarenlange lobby stemt de gemeente in met de verbouwing. Het hoofdveld wordt vervangen door een kunstgrasveld. De oude gebouwen worden gesloopt en er wordt een moderne kantine met kleedkamers gebouwd. Totale investering van de gemeente: € 1.500.000. De gemeente verhuurt het complex vervolgens voor € 100.000 per jaar aan de club.

Na de verbouwing opent SV Omhaal het nieuwe seizoen met een mooi openingsfeest. Na de drank komt helaas de kater. Het complex kan niet belast met btw worden gehuurd van de gemeente. Verhuur is normaal vrijgesteld van omzetbelasting, tenzij verhuurder en huurder samen verzoeken om belaste huur. Belaste huur is echter alleen mogelijk indien de huurder voor tenminste 90% of meer belaste prestaties (belast met btw) verricht. Sportverenigingen zijn vrijgesteld van omzetbelasting en kunnen dan ook niet belast huren. In het huurcontract is echter opgenomen dat de huur wordt verhoogd met 19% in het geval er niet belast verhuurd kan worden . De vereniging moet hierdoor jaarlijks € 19.000 extra aan huur betalen, maar de gemeente lijdt ook nodeloze btw-schade. Hoewel de gemeente nu een hogere huurprijs ontvangt kan ze de inkoop-btw over de investering van € 1.500.000 nu niet in aftrek brengen; dat kan alleen als de gemeente het complex belast met omzetbelasting zou verhuren. Met een kostenpost van € 285.000 en een dienovereenkomstig financieringsnadeel als gevolg. De extra € 19.000 huurinkomsten per jaar compenseren deze schade slechts marginaal.

Voorbeeld 2: sportvereniging is eigenaar
VV Voortvarend uit het nabij gelegen Papendrecht kan na de grote verbouwing van de concurrent natuurlijk niet achterblijven. Sinds het complex in 1987 is gebouwd is het in verval geraakt. De gemeente heeft de grond en haar opstallen reeds in de jaren negentig voor het symbolische bedrag van één gulden overgedragen aan de club. Een succesvolle inzamelingscampagne, waaronder een geslaagde lobby bij een aantal zeer vermogende leden heeft de club een bedrag van € 1.500.000 opgeleverd om te investeren. VV Voortvarend gaat ook grondig verbouwen.

Het seizoen van VV Voortvarend trapt af met een feestelijke opening van het nieuwe complex. Helaas, ook VV Voortvarend proeft de bittere nasmaak van het feest: een blauwe envelop op de deurmat. Naheffingsaanslag omzetbelasting. Op grond van de integratieheffing?! dient de club btw te betalen over de voortbrengingskosten van de vervaardigde sportaccommodatie.

Integratieheffing
Wat is die integratieheffing voor een onbekende en listige heffing? Ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten (zoals sportverenigingen) kunnen er mee te maken krijgen wanneer ze zelf nieuwe goederen – zoals een kantine maar ook de aanleg van een kunstgrasveld – gaan vervaardigen. Integratieheffing en haar regels zijn dan ook alleen van toepassing als een sportvereniging zelf gaat bouwen. Bij eerste ingebruikname - het openingsfeest - krijgt ze te maken met de integratieheffing: btw-heffing over de totale kostprijs, inclusief de waarde van de grond (die al in bezit van de vereniging is) van het gerealiseerde goed. De btw die drukt op de voortbrengingskosten van het gerealiseerde goed mag de vereniging wel - als uitzondering en alleen vanwege de integratieheffing - in aftrek brengen van de btw die ze moet betalen over de kostprijs via een incidentele btw-aangifte. De kostprijs is altijd hoger dan de voortbrengingskosten. Dat komt omdat de waarde van de grond en (eventuele) overdrachtbelasting tevens meetellen bij de kostprijs. Een aanzienlijke extra last voor de vereniging dus! Snapt u het nog?

Een kort cijfermatig voorbeeld ter verduidelijking:
VV Voortvarend bezit grond ter waarde van € 500.000. Op de grond wordt een nieuwe sportaccommodatie gebouwd voor € 1.500.000, exclusief € 285.000 btw. Een sportvereniging verricht vrijgestelde prestaties. Daarom moet de vereniging een integratieheffing betalen voor het gebruik van de grond.
VV Voortvarend betaalt € 285.000 btw aan de aannemer, vanwege de integratieheffing kan ze deze btw incidenteel volledig aftrekken als voorbelasting.
Wanneer de accommodatie in gebruik wordt genomen, moet de vereniging over zowel de waarde van de grond als de kosten van de bouw van de accommodatie btw betalen. In totaal dient de vereniging dan ook € 380.000 btw vanwege de integratieheffing betalen (€ 1.500.000 + € 500.000 x 19% = € 380.000). Het verschil van € 95.000 is een aanzienlijke extra last voor VV Voortvarend die ze niet in aftrek kan brengen.
Let wel: alleen de btw die ziet op het zelf vervaardigde goed is aftrekbaar, voor alle andere situaties geldt dat een sportvereniging btw niet in aftrek kan brengen.

Een oplossing?
Bovenstaande casus is illustratief voor wat er allemaal mis kan gaan als sportverenigingen en gemeenten sportaccommodaties gaan bouwen. De wet op de omzetbelasting stelt sportverenigingen vrij van de heffing van omzetbelasting, het gevolg daarvan is ook dat ze de btw die aan hen in rekening wordt gebracht niet in aftrek kunnen brengen. De btw wordt daarmee een kostenpost! Bij investeringen van miljoenen kan een extra last van 19% aanzienlijk oplopen. Hoe los je dit dan op?

In de praktijk is de oplossing dan ook te vinden in de oprichting van een aparte stichting die belaste prestaties verricht. De exploitatie en - afhankelijk van het eigendom van de grond - de aanleg van de sportaccommodatie zullen moeten worden gedaan door deze stichting. Mits goed gestructureerd, wordt de stichting geacht met omzetbelasting belaste prestaties te verrichten, indien zij de sportaccommodatie ‘ter beschikking stelt’ aan de sportvereniging. In het door de staatssecretaris van Financiën opgestelde Sportbesluit staan deze criteria genoemd. Stellen niet-sportverenigingen een sportaccommodatie ter beschikking voor de beoefening van actieve sport, dan is het verlaagde btw-tarief van toepassing.
 
Wat levert de stichtingstructuur nu daadwerkelijk op? De stichting heeft het recht op vooraftrek van btw over de investering/huur én over de lopende exploitatiekosten. De stichting betaalt 19% omzetbelasting over haar kosten, maar kan deze volledig in aftrek brengen. De stichting moet 6% omzetbelasting afdragen over haar omzet en de vereniging kan diezelfde 6% niet in aftrek brengen. Desalniettemin een liquiditeits- en financieringsvoordeel van 13 procentpunt over de bouw- en exploitatiekosten.

Een bijkomend pluspunt is het liquiditeitsvoordeel. De stichting kan de inkoop-btw direct in aftrek brengen. De vereniging betaalt btw over de gebruiksvergoeding, waardoor de niet-aftrekbare btw voor de vereniging over een lange periode wordt uitgesmeerd.

In het geval dat de gemeente eigenaar van de grond is en de gemeente de sportaccommodatie zelf vervaardigt kan de stichting de accommodatie belast huren. Als de stichting de accommodatie vervolgens ter beschikking stelt aan de sportvereniging tegen een marktconforme prijs is dit - volgens het eerder vermelde Sportbesluit - een belaste prestatie. Er kan dan geopteerd worden voor belaste huur, omdat de stichting 100% belaste prestaties verricht. Dit levert de gemeente het voordeel op dat ze recht heeft op vooraftrek van 19% btw over de bouwkosten. Tevens wordt nu de integratieheffing door de gemeente ontlopen; immers de gemeente verricht – vanwege de belaste verhuur van de sportaccommodatie - geen vrijgestelde prestaties!

Buitenspelval Belastingdienst
Bij het gebruik maken van een stichting voor de exploitatie van de sportaccommodatie is het wijs om vooraf overleg met de Belastingdienst te plegen. De inspecteur kan stellen dat door de stichtingstructuur misbruik van recht wordt gepleegd en kan zomaar de structuur weigeren goed te keuren. Waardoor de geplande voordelen tenietgaan.

Bij de aanleg of verbetering van sportaccommodaties spelen enorme financiële belangen. Met een goede structurering en overleg vooraf met de Belastingdienst voorkomen goedwillende verenigingen en gemeenten dat ze hoofdsponsor van de Koninklijke SV De Belastingdienst worden.

Mr. Erik Jan Peffer is als fiscalist verbonden aan Maguire Tax & Legal. Het kantoor adviseert sportverenigingen op fiscaal en juridisch gebied en ontwikkelde daarvoor de Maguire Clubscan.

Voor een update van dit artikel klik hier!

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.