8 april 2014
Opinie
door: Hans Koeleman
Ik wilde dit stuk eigenlijk schrijven over de wijze woorden van ISU-voorzitter Ottavio Cinquanta een paar weken geleden. De Italiaan is niet wars van vernieuwingen en heeft de afgelopen jaren de nodige hoon over zich af geroepen. Ik vond twee van zijn acties de afgelopen weken interessant en begon de man zelfs bijna aardig te vinden. Eerst gooit hij een grote knuppel in het nietige hoenderhoek van het internationale langebaanschaatsen door een aantal heilige huisjes omver te kegelen. Dat werd tijd. En daarna verdedigde hij zijn visie met de woorden dat 'we zo niet door kunnen blijven gaan, louter omdat we het al honderden jaren op deze wijze doen'.
Kijk, dat lijkt ergens op. Ik vermoed dat de ideeën die hij vervolgens op tafel gooide snel bijeengeraapte hersenspinsels waren, maar dat maakt niets uit. Het waren slechts middelen om de boel op scherp te zetten en de al jaren vastgeroeste wereld van het schaatsen in beweging te krijgen. In plaats van hoon zou hij een schouderklop moeten krijgen. Hij is namelijk bezig de sport te redden. Maar, veranderen is moeilijk. Het schept een boel onzekerheid en wat nu als we alles door elkaar heen gaan gooien en het blijkt dat het niet werkt? Zijn we dan niet nog verder van huis?
Door de eeuwen heen hebben leiders hun gezag weten te behouden door hun volgers met sussende woorden te voeden en door voorstellen voor verandering – hoe klein ook – af te schilderen als woorden van ketters en onnozele bemoeiallen:
'Geen zorgen, het valt wel mee. Het gaat zo’n vaart echt niet lopen. Wij zijn de baas hier. Wij weten het veel beter.'
En vaak kwam men er dan achter - nadat de stofwolken waren opgetrokken en de lijken geteld - dat het niet meeviel en dat het wel degelijk zo’n vaart ging lopen. In de krijgskunde weet men al sinds Sun Tzu dat verandering altijd op de loer ligt en dat doorgaan ‘op oude voet’ alleen maar meer nutteloze doden oplevert. We herdenken dit jaar dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak en we gaan van alles leren over de slag bij de Somme en dat veronderstellen ‘dat het morgen wel mee valt’ niet zo’n goed idee is.
De Aanname: de moeder van alle fuck-ups. Het bedrijfsleven komt er ondertussen ook schoorvoetend achter dat vernieuwing geen luxe is - te bedenken door een aantal creatieve mensen in een achterkamertje (de Afdeling 'Innovatie') - maar een constante. Niet openstaan voor nieuwe ideeën - aannemen dat ‘morgen wel meevalt’ - mag dan geen zestigduizend doden op een dag opleverden zoals in 1916, maar wellicht wel een groot aantal ontslagen, een gesloten sigarettenfabriek in Bergen op Zoom, of zelfs faillissement. En dan heb je helemaal niets meer over.
Krijgskunde en bedrijfsleven weten of beginnen door te hebben dat de tijd waarin wij leven een tijd is van continue en zeer snelle verandering en dat meedoen met dit proces nodig is om morgen nog iets te doen te hebben. En de sport?
Cinquanta voorzag dat het langebaanschaatsen weg zou kwijnen in een achteraf moeras waar de weinige nog levende bewoners stilletje zouden uitsterven. Tot er helemaal niets en niemand meer over zou zijn. Er moest dus iets veranderen en als je wilt veranderen moet je op zijn tijd de heilige huisjes omver kegelen. Want wat als het IOC morgen zegt dat schaatsen van het olympisch programma wordt gehaald? Dan breekt echt de pleuris uit en zal er amechtig worden gezocht naar alternatieven om het er weer op te krijgen. Er zal gesoebat en gesmeekt worden. Hebben we dan niets geleerd van een sport als worstelen? Als een goed innovator kwam Cinquanta met radicale voorstellen en als vele visionairs werd hij weggehoond.
Niets nieuws. Wel tragisch.
Voetbal kan nog veel leren van dit proces. En hier wil ik het eigenlijk over hebben. De wereld van voetbal is een fantastische wereld - pure Lord of the Rings - waar briljante tovenaars, denkers en doeners het toneel delen met ondermaanse trollen en neanderthalers. Enerzijds leeft de sport als geen ander in de 21e eeuw en anderzijds voel je dat de Inquisitie nog maar net weg is. Of op sommige plekken zelf nog lang niet.
Het interessante van de Inquisitie rond het stadion van Cambuur was niet dat anno 2014 een vermeende ketter door het volk op de brandstapel gegooid kon worden, maar natuurlijk dat de club zelf akkoord ging met het besluit van de heks Lodeweges om er maar meteen mee te kappen. Dat men dit besluit op hun eigen website zelf beschrijft 'als een nederlaag' is symptomatisch. Als je een paar dozijn mensen die als in de film Frankenstein met fakkels in de nacht om het bloed van een ander schreeuwen al niet aan kan, wat dan met de vele andere en nog veel grotere uitdagingen van vandaag? Zo wordt je inderdaad nooit groot.
Voetbal. De wereld waar een presentie over de voorgestelde verbouwing van de Kuip - geraamde kosten € 206.000.000 – op de eerste pagina al begint met een spelfout. Red de Kuip, beste mensen van Red de Kuip, als Feyenoord-fan gaat me jullie inzet en toewijding - aantoonbaar het beste voor Feyenoord! - aan het hart. Maar begrijp dat als het verhaal over een haast sprookjesachtige toekomst (ik denk dat meer voetbalclubs bij Red De Kuip aan komen kloppen om bij hen hetzelfde plan in elkaar te sleutelen), als dat verhaal al begint met een spelfout, dat we ons moeten afvragen of dat gebrek aan detail ook elders te vinden is. Neem niet aan dat dit ook anderen niet is ontgaan. Een brandstapel in Friesland en in Rotterdam een rammelend verzoek voor een bedrag dat uiteindelijk natuurlijk ver boven het kwart miljard uit gaat komen.
Dit is voetbal blijkbaar. Voetbal en vooral de voetbalclubs zouden zich - net als het schaatsen - eens af moeten vragen wat er zou gebeuren als….
Wat als heel Nederland morgen zegt 'en nu is het genoeg!' Al dat geld, al die aandacht. En wat brengt het ons? Wat als de stadions vanaf de eerste wedstrijd volgend seizoen leeg zouden blijven? En dat een klein groepje mensen uit de gemeenschap dan de directiekamer binnen komt lopen met de woorden 'we willen wel terugkomen, maar laat eerst eens zien wat je te bieden hebt. En dit moet wel veel meer zijn dan anderhalf uur leuk voetbal.' Hadden AGOVV, Veendam, Haarlem en nog een paar andere dode clubs zich dit eerder afgevraagd, hadden ze misschien nog bestaan.
Stel dat… Stel dat er morgen iemand komt die… Stel dat het morele bankroet waar voetbal zich steeds dieper in is gaan bevinden (laten we eerlijk zijn), dat dit zwaarder gaat wegen dan de negentig minuten mooi voetbal op zondagmiddag? Voetbal leunt op de aanname dat het morgen echt wel zonnig blijft. Want wij zijn voetbal, de grootste sport ter wereld. Wie komt er aan ons? En zo dachten de officieren van het Britse 4e leger ook in 1916. En zo dacht Kodak overigens ook. Ga er niet vanuit dat alleen omdat de club een ‘foundation’ heeft die op zijn tijd geld en goodwill strooit naar een goed doel, dat men daarmee klaar is, dat dan de sociale verantwoordelijkheid van de club ingevuld is, als een klein vinkje op een agenda. Die verantwoordelijkheid is veel groter.
Het plan achter de sociale rol is nog veel te vaak een aanhangsel, zoals bij ouderwetse bedrijven MVO en ook innovatie nog steeds ‘afdelingen’ zijn en niet een integraal deel van de gehele bedrijfsvoering. Maar wie zet de stap naar Liverpool FC, waar ze al lang doorhebben dat een voetbalclub enkel en alleen bestaat bij de gratie van de samenleving en dat het primaire doel op aarde – als je echt bij jezelf te rade gaat – het dienen van die samenleving is? Voetbal spelen is dan pas twee, winnen drie en kampioen worden vier. Althans zo zou het moeten zijn. En als je het zo doet, is de kans op succes uiteindelijk veel groter.
Stel dat…, en dan volgt er iets waarvan iedereen over elkaar heen gaat duikelen van het lachen. De voetbalclubs zouden er goed aan doen zichzelf die vraag te stellen.
Stel dat Den Haag gaat eisen dat de stadions vanaf volgend seizoen voor de helft gevuld moeten zijn met moeders en kinderen. Voetbal pretendeert een volkssport te zijn, maak het dan ook een volkssport. Een dergelijke manier van denken anticipeert op de toekomst, en die gedachtegang, die mentaliteit, voorkomt veel sores. Het stellen van de vraag vereist dat we morgen anders denken dan gisteren en vandaag. Het vereist zeer creatief denken, toevallig een essentieel onderdeel van onze tijd.
En laten de clubs – en trainers en spelers – eens een simpele oefening doen en vooruitlopen op wat ze komende zondag op het veld tegen zouden kunnen komen.
Wat als er een club op bezoek komt die begrijpt dat een ingooi op eigen helft een dieptepass kan worden en op de andere helft een voorzet? Welke club heeft er trouwens een werptrainer uit de atletiek in dienst? Welke spelersgroep bestudeert beelden van American Football om nieuwe varianten op de vrije trap te bedenken, om die vrije trap meer te laten zijn dan een bal over een muur trappen? Welke trainer heeft als visie een selectie te bouwen met gespierde lijven en snelle benen zoals Ronaldo? Waarom was een van de eerste dingen die Ron Jans vorig jaar (2013, niet 1978) bij PEC Zwolle deed de pot met mayonaise van de lunchtafel halen? Had men daar al niet veel eerder aan kunnen denken?
Goede innovators, mensen en organisaties die begrijpen dat de wereld echt niet stilstaat, doen vier dingen erg goed: ze zijn zich zeer bewust van de eigen identiteit en laten hun gedrag leiden door messcherp geformuleerde waarden die een unieke persoonlijkheid garanderen; ze houden van disruptie, het constant bedenken van nieuwe proposities om status quo-denken (het drijfzand van gemakzucht) te vermijden; ze begrijpen dat nieuwe ideeën vooral komen uit onverwachte hoeken, veelal van mensen die uit een hele andere wereld komen (is een van Nike’s meest briljante campagnes niet in het zadel geholpen met de hulp van een paar Jehova’s Getuigen?); en wat innovators vooral goed doen is anticiperen op wat morgen zou kunnen gaan gebeuren. Stel dat… En al doende ben je iedereen meestal voor.
Laat schaatsen maar aanmodderen. Ik hoop dat voetbal niet eigenwijs blijft.
Hans Koeleman is voormalig Nederlandse langeafstandsloper, gespecialiseerd in de 3000 meter steeplechase. Op deze discipline werd hij tienvoudig Nederlands kampioen en verbeterde hij zesmaal het Nederlands record. Hij nam tweemaal deel aan de Olympische Spelen, zowel in 1984 (Los Angeles) als in 1988 (Seoel) bereikte hij de halve finale. In 1981 werd Koeleman door de KNAU uitgeroepen tot 'atleet van het jaar'. Na zijn sportieve carrière werkte Koeleman onder meer als marketeer bij Nike. Momenteel is hij werkzaam bij 'Binding - social business creators'. Koeleman is in de Verenigde Staten geschoold als historicus, hij studeerde aan de Clemson University en de University of Southern California.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.