Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Alleen met politieke rugdekking komen zorgverzekeraars in scoringspositie bij preventie

Alleen met politieke rugdekking komen zorgverzekeraars in scoringspositie bij preventie

23 januari 2024

Opinie

door: Willem de Boer

Het belang van sport en lichaamsbeweging voor de gezondheid is onweerlegbaar. Desondanks lijken zorgverzekeraars terughoudend om te investeren in sport en beweging, ondanks de potentiële daling van zorgkosten. Deze terughoudendheid ligt niet zozeer aan de zorgverzekeraars zelf, maar eerder aan het ontbreken van passende wettelijke kaders en financiële prikkels, die alleen vanuit de politiek kunnen komen. De Nederlandse Sportraad adviseert in een recent advies aan het kabinet om 'in gesprek te gaan' met verzekeraars en hen 'aan te sporen' om hun wettelijke taak breder te interpreteren en hen 'toe te staan' afspraken te maken om geld in een preventiefonds te stoppen. Dit is veel te vrijblijvend. Zorgverzekeraars kunnen pas duurzaam investeren in sport en beweging als het kabinet betere wettelijke en financiële kaders biedt, bij voorkeur gebaseerd op wettelijk vastgestelde gezondheidsdoelen.

Vlak voor de kerstvakantie verscheen er een brief van de NLsportraad, gericht aan de (toenmalige) demissionaire bewindslieden Kuipers, Helder en Van Ooijen op het ministerie van VWS, over de rol van zorgverzekeraars op het gebied van beweging1. De NLsportraad is van mening dat de vorige kabinetten te weinig maatregelen hebben genomen om bewegingsarmoede aan te pakken, ondanks de groeiende urgentie. Het aantal Nederlanders dat aan de beweegrichtlijnen voldoet, is in de afgelopen jaren gedaald naar amper 44%, terwijl Rutte 3 nog de ambitie uitsprak om in 2040 driekwart van de inwoners aan die norm te laten voldoen. Het is goed en belangrijk dat de NLsportraad oog heeft voor de rol van zorgverzekeraars op dat terrein en meer algemeen in relatie tot preventie.

"De verwijten van de NLsportraad zijn weliswaar begrijpelijk, maar niet geheel terecht"

Een groot deel van de brief van NLsportraad gaat over het tekortschieten van zorgverzekeraars op het gebied van sport en beweging als preventief 'medicijn'. De NLsportraad is 'teleurgesteld' dat zorgverzekeraars zich 'verschuilen' achter de letter van de zorgverzekeringswet. De raad is ook ontstemd over het feit dat betrokkenheid bij sport- en beweeginitiatieven in verschillende gevallen meer een marketingstrategie is van zorgverzekeraars dan een ‘oprechte’ investering in preventie. Overigens lijkt het niet gek om hierbij een parallel te trekken tussen zorgverzekeraars en politieke partijen die sport en bewegen ook goed weten te vinden als marketinginstrument (denk aan de ophef rond het filmpje van NOC*NSF met Rico Verhoeven met Dilan Yesilgöz).

De verwijten van de NLsportraad zijn weliswaar begrijpelijk, maar niet geheel terecht, omdat het hier gaat om commerciële ondernemingen, al dan niet met winstoogmerk, en niet om charitatieve instellingen. De NLsportraad somt immers zelf de verschillende oorzaken voor de relatief beperkte betrokkenheid van zorgverzekeraars bij preventie op, waaronder het ontbreken van een wettelijke taak en financiële prikkels, de lange tijdspanne tussen investeringen en opbrengsten (verzekerden kunnen elk jaar immers van verzekeraar wisselen), en de beperkingen van het risicovereveningssysteem (waardoor niet elke euro opbrengst ook volledig bij de investerende verzekeraar hoeft te komen). Bovendien leiden investeringen in collectieve (sport)voorzieningen niet altijd tot individuele opbrengsten en kunnen andere organisaties (zoals werkgevers, overheden), individuen en zelfs collega-verzekeraars profiteren (het 'free-rider' principe). Er zijn dus structurele problemen die de terughoudendheid van zorgverzekeraars bij preventie verklaren.

XL3OpenPodiumWdB-1

In plaats van de ministers aan te sporen deze structurele problemen aan te pakken, adviseert de NLsportraad het kabinet om 'in gesprek te gaan' met verzekeraars en hen ‘aan te sporen’ om hun wettelijke taak breder te interpreteren en hen ‘toe te staan’ afspraken te maken om geld in een preventiefonds te stoppen. Dat is veel te vrijblijvend, zeker richting de rijksoverheid. Zorgverzekeraars kunnen een belangrijke rol spelen in de 'gezondheidstransitie', met name op het gebied van sport en beweging. Om hen een sterkere positie te geven, zijn betere wettelijke kaders en meer financiële prikkels nodig. Daarnaast moet er meer kennis komen over hoe sport en beweging preventief kunnen werken en kunnen bijdragen aan kostenbesparingen in de gezondheidszorg. Ten slotte kan de kennis en informatie die zorgverzekeraars bezitten beter worden benut. Hieronder worden deze voorstellen nader toegelicht.

Betere wettelijke kaders
Terwijl de zorgverzekeraars een veeg uit de pan krijgen krijgt de ‘olifant in de kamer’ nauwelijks aandacht: binnen de huidige opzet van de zorgverzekeringswet is het simpelweg onrealistisch om van zorgverzekeraars te verwachten dat ze zich volledig toeleggen op preventie. Hun verantwoordelijkheid ligt bij het verzekeren van zorg, niet bij het waarborgen van gezondheid. Alleen wanneer er expliciet een wettelijke basis is voor preventie, komen zorgverzekeraars in beeld, zoals bij de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI). Voor de GLI is wel een medische indicatie vereist, waardoor deze aanpak zich vaak in een laat stadium van preventie bevindt. Onderzoek suggereert juist dat duurzame gezondheidswinst door sporten en bewegen haalbaar is in een vroeg stadium, met name bij jongeren met een gezond gewicht. Zorgverzekeraars zouden een rol kunnen spelen in het financieren van preventieve maatregelen, maar dit moet dan wel binnen hun takenpakket vallen. Het kader voor deze taken wordt gevormd in de politiek, niet door de verzekeraars zelf.

"In een extreme vorm zouden er zelfs wettelijk vastgelegde beweegnormen kunnen komen"

Zoals de klimaatdoelen aantonen, worden er daadwerkelijk concrete maatregelen genomen wanneer er een wettelijke noodzaak is (denk aan wetgeving over de uitstoot van broeikasgassen), er financiële prikkels worden gecreëerd (bijvoorbeeld via de handel in emissierechten) en er investeringen worden gedaan (zoals in het Klimaatfonds). Hoewel daar de oorspronkelijke doelen waarschijnlijk niet worden behaald, is het wel onmiskenbaar dat er aanzienlijke veranderingen hebben plaatsgevonden. Zorgverzekeraars kunnen pas duurzaam investeren in sport en beweging als het kabinet betere wettelijke en financiële kaders biedt, bij voorkeur gebaseerd op wettelijk vastgestelde gezondheidsdoelen.

Net als bij klimaat kunnen doelstellingen op het gebied van gezondheid worden vastgelegd via wettelijk vastgelegde streefdoelen2. Hier kunnen ook doelen op het gebied van sport en bewegen onder vallen. Maar ook zonder zulke specifieke doelen is het sport- en beweegdomein een even natuurlijk als noodzakelijk terrein om via preventie een meer vitale samenleving te krijgen. Hetzelfde geldt voor zorgverzekeraars. In een extreme vorm zouden er zelfs wettelijk vastgelegde beweegnormen kunnen komen, waarbij zorgverzekeraars gedwongen worden om te investeren in programma's die aan deze normen voldoen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen resulteren in (financiële) consequenties voor zorgverzekeraars die niet voldoende bijdragen aan het bereiken van nationaal vastgestelde beweegdoelen.

XL3OpenPodiumWdB-2

Meer financiële prikkels
Natuurlijk kunnen zorgverzekeraars op vrijwillige basis inspanningen leveren, maar als dit hen geen financieel voordeel oplevert, is het logisch dat ze terughoudend zijn. Momenteel ontbreken er domweg financiële prikkels om te investeren in preventie. Hoewel sommige verzekeraars regelmatig initiatieven ontplooien op het gebied van sport en beweging, zoals kortingen bij sportaanbieders of beloningen voor beweeggedrag, ontbreken er nog steeds voldoende financiële prikkels voor duurzame investeringen in sport en beweging. Dit kan worden verbeterd door beloningen te koppelen aan het behalen van gezondheids- of preventiedoelen, of door subsidies aan zorgverzekeraars te verstrekken om te investeren in programma's voor sport en beweging. Voorbeelden zijn de Collectieve Zorgverzekeringen voor minima, of andere specifieke risicogroepen (waar specifieke preventie interventies onderdeel van uitmaken), Preventie Kosten Groepen (waarbij verzekeraars budgetten krijgen voor uitgevoerde preventieprogramma’s op basis van hun populatie) en de in het verleden (met weinig succes) uitgeprobeerde Health Impact Bonds3. Net als bij wetgeving is hier wel in eerste instantie het kabinet aan zet.

"In wijken met relatief meer leden van sportverenigingen zijn de zorgkosten significant lager, zelfs na correctie voor sociaaleconomische factoren"

Kennisontwikkeling
Er bestaat veel discussie over de vraag of sport en beweging kunnen bijdragen aan het verlagen van zorgkosten. Uit mijn promotieonderzoek blijkt dat er inderdaad een relatie is tussen sport en beweging en zorgkosten4. In wijken met relatief meer leden van sportverenigingen zijn de zorgkosten significant lager, zelfs na correctie voor sociaaleconomische factoren. Voor het voldoen aan de beweegrichtlijnen zien we een vergelijkbare relatie, vooral in wijken met een lage sociaaleconomische positie. Dit onderzoek leidde tot een nieuwe studie van het RIVM naar de langetermijneffecten van meer sport- en beweegdeelname op zorgkosten5. Hoewel deze studie aangaf dat de totale zorgkosten op termijn marginaal hoger zouden kunnen zijn door meer beweging, impliceert dit niet dat de gemiddelde zorgkosten per persoon niet zouden dalen. Een toename van gezonde en actieve mensen betekent meer draagkracht, zowel financieel als fysiek, voor de gezondheidszorg.

Het is echter nog onduidelijk hoe meer mensen actief kunnen worden en welke rol zorgverzekeraars kunnen spelen bij het bevorderen van sport en beweging, zonder zichzelf daarbij financieel te benadelen. Er is behoefte aan meer duidelijkheid over de kansen in het sport- en beweegdomein om via preventie ook financieel voordeel te behalen voor zorgverzekeraars. De aanbeveling van NLsportraad om financiële ruimte te creëren bijvoorbeeld via een preventiefonds voor experimenten en kennisinzicht is een goede stap. Het is daarbij wel een kwestie van Doen, zonder vrijblijvendheid.

XL3OpenPodiumWdB-3

Inzet van kennis en data
Zelfs zonder direct te streven naar het verlagen van zorgkosten, hebben zorgverzekeraars een unieke positie om bij te dragen aan preventiebeleid voor een gezondere samenleving en het verminderen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Weinig organisaties beschikken over zoveel directe en indirecte kennis en data over gezondheid op individueel en populatieniveau. Het faciliteren van kennis- en data-uitwisseling tussen zorgverzekeraars en andere betrokken partijen kan helpen bij het meten van de effectiviteit van programma's en beleidsinterventies op het gebied van sport en bewegen.

Er zijn talloze mogelijkheden om de effecten van bijvoorbeeld sportaccommodaties, de inrichting van de openbare ruimte en deelname aan sport- en beweegaanbod te koppelen aan gezondheids- en zorgkosteninformatie op buurt-, wijk-, lokaal, regionaal en nationaal niveau. Er lijkt op dit vlak met name veel potentieel voor samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten, GGD’s en onderzoekers. Hoewel er beperkingen zijn, worden de mogelijkheden momenteel zowel onderbenut als onderschat, zowel binnen als buiten de zorgverzekeringswereld. De rijksoverheid kan hierbij een rol spelen in het creëren van (voorwaarden voor) een infrastructuur voor het veilig delen van gezondheidsgegevens.

"Het heeft weinig zin om verwijtend te zijn richting zorgverzekeraars die vooral rationeel en commercieel handelen"

Tot slot: het gezondheidslandschap evolueert voortdurend en staat voor complexe uitdagingen, variërend van opkomende gezondheidsbedreigingen tot stijgende medische kosten. In deze dynamische context vervullen zorgverzekeraars een cruciale rol als schakel tussen gezondheidszorgaanbieders en individuen. Ze fungeren als een brug tussen de complexe realiteit van de gezondheidszorg en de essentiële behoefte om deze toegankelijk en betaalbaar te houden voor iedereen. Daarbij wordt hun potentieel om bij te dragen aan preventie enorm onderbenut. Het heeft echter weinig zin om verwijtend te zijn richting zorgverzekeraars die vooral rationeel en commercieel handelen. Ook zullen ‘softe’ aanbevelingen gericht op dialoog en vrijblijvendheid naar een (toekomstig) kabinet waarschijnlijk weinig verandering brengen in de huidige status quo. Alleen met betere wettelijke ondersteuning en financiële prikkels kunnen zorgverzekeraars een cruciale rol spelen bij preventie in het algemeen en met betrekking tot sport en bewegen in het bijzonder. Het optimaliseren van die rol is primair een politieke keuze.

Noten

  1. Nederlandse Sportraad (2023), Van zorg naar beweging. Den Haag: Nederlandse Sportraad.
  2. Mierau, J., Toebes, B. Streefwaarden voor de volksgezondheid. TSG Tijdschrift Gezondheidswet 99, 70–74 (2021).
  3. Soeters M. en Verhoeks G. (2014) Financiering van Preventie. Analyse van knelpunten en inventarisatie van nieuwe oplossingen. Wassenaar: Zorgmarktadvies.
  4. De Boer, W. I., Dekker, L. H., Koning, R. H., Navis, G. J., & Mierau, J. O. (2020). How are lifestyle factors associated with socioeconomic differences in health care costs? Evidence from full population data in the NetherlandsPreventive medicine, 130, 105929.
  5. RIVM (2022) Impact van scenario's voor sport en bewegen op gezondheid en zorgkosten. Bilthoven: RIVM.

Willem de Boer is als docent en onderzoeker verbonden aan HAN Sport en Bewegen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, op het expertisegebied Sports Economics & Strategic Sports Management. Hij promoveerde in het voorjaar van 2022 op een proefschrift met de titel: ‘Sport as a medicine for health and health inequalities’. Daarin gaat hij dieper in op het verband tussen sportparticipatie en de kosten van de gezondheidszorg, maar ook op sociaal-economische verschillen op dat gebied. Voor meer informatie: willem.deboer@han.nl.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.