21 februari 2023
Opinie
door: Jaap de Groot
Regelmatig wordt mij gevraagd of Ajax nog volgens het gedachtegoed van Johan Cruijff wordt geleid. Laat ik het zo stellen, het is niet meer dan logisch dat ruim twaalf jaar na het begin van de fluwelen revolutie er binnen de club het één en ander is veranderd.
Toets je de huidige situatie vervolgens aan de speerpunten van de toen door Nummer 14 geformuleerde visie, dan rijzen er toch vraagtekens. De hoofdzaken nog even op een rij: 1. Oud-voetballers vormen de basis voor het te voeren beleid; 2. Jeugdopleiding is ader van de club; 3. Aankopen zijn aanvullend, nooit overheersend; 4. Sportieve doel is internationale top.
Voor alle duidelijkheid, de vier hoofdpunten staan bewust in deze volgorde: de één is het vervolg op de ander.
Het begon dus in december 2010 met de verkiezing van oud-spelers Co Meijer, Edo Ophof, Peter Boeve, Piet Schrijvers, Dick Schoenaker, Keje Molenaar, Barry Hulshoff en Aron Winter in de 24-koppige ledenraad. Theo van Duivenbode nam plaats in de Raad van Commissarissen en het operationele team bestond uit Edwin van der Sar, Marc Overmars, Wim Jonk en Dennis Bergkamp. Dit noemde Cruijff het ‘Technisch Hart’, dat bepalend zou zijn voor de te volgen bestuurlijke lijn.
Daarbij ging Cruijff uit van een voor de Nederlandse topsport nieuw organisatiemodel waarin niet het bestuur de top van de piramide vormt, maar het eerste elftal. Alles daaronder moet daar ondergeschikt/ondersteunend aan zijn. Concreet: de visie ontstaat op het veld en eindigt in de bestuurskamer.
Verder werd Tscheu La Ling gevraagd om, als extra handvat voor alle betrokkenen, het zogenaamde ‘Technisch Rapport’ te schrijven.
Daarmee was de basis voor een succesformule gelegd. Binnen zeven jaar bereikte Ajax de Europese top; haalde in 2017 met overwegend zelf opgeleide spelers de finale van de Europa League en in 2019 de halve finales van de Champions League. Intussen was het eigen vermogen gestegen tot boven de 200 miljoen euro.
Even los van Ajax symboliseert dit proces ook de Hollandse School. Vaak wordt hiermee een link met de speelstijl gelegd, terwijl de Hollandse School meer is dan een voetbalcultuur. Het is een way of life, een levensinstelling. Van mensen die stappen voorwaarts maken, in plaats van achteruit. Die hun nek uitsteken, in plaats van te polderen. Die durven te doen, daarin geloven en er pal voor staan. Net als Ajax, Feyenoord en Oranje uit de jaren zeventig en natuurlijk de onverschrokken pionier Johan Cruijff zelf.
De mede door Ajax gevormde Hollandse School staat daarom symbool voor durf, vernieuwing en op een goede manier schijt hebben aan de wereld.
Daar gaat het nu dus mis.
Want ook binnen de topsport is Nederland verworden tot de grachtengordel van de wereld. Met bestuurders en talking heads die een bepaalde status hebben verworven, maar totaal niet weten hoe ze met de ‘bedrijfstak topsport’ om moeten gaan. Terwijl er meer dan ooit behoefte is aan ondernemers, blijven organisaties als NOC*NSF, KNVB en andere sportbonden vasthouden aan klassieke beroepsbestuurders.
Daar wringt nu ook bij Ajax de schoen. Hoe ver de club van de bron is weggedreven merkte ik al in mei. Voor het eerst sinds mensenheugenis was er niet één jeugdteam kampioen geworden. Een historische devaluatie van de levensader van de club. Het zegt daarom veel over het huidige Ajax dat, na de op de Toekomst geleverde wanprestatie, de alarmbellen niet massaal zijn afgegaan.
Om vervolgens haaks op de in 2010 aangescherpte clubfilosofie door te stomen. Terwijl de opleiding door de ondergrens was gezakt, werd er wel fors ingekocht. Helaas op hetzelfde niveau als op De Toekomst. Met als gevolg dat het weer opgebouwde vermogen drastisch aan het slinken is.
Intussen houdt een incomplete RvC toezicht, is de directie onderbezet en wordt het eerste elftal geleid door een interim-coach. En rijst de vraag, hoe kunnen zij die dit hebben veroorzaakt, de problemen gaan oplossen?
Neem de voordracht van Pier Eringa als opvolger van bestuursvoorzitter Leen Meijaard, die jarenlang bezig is geweest om Ajax van een vereniging in een corporate geleide organisatie te transformeren. Toch wordt nu in de Johan Cruijf ArenA niet voor een ondernemer gekozen, maar een beroepsbestuurder. Geen visionair, maar iemand die op de toko past.
Terwijl Ajax snakt naar iemand op wie de waan van de dag geen vat heeft, die de juiste specialisten aanstelt en inziet dat binnen een organisatie met een unieke verenigingsziel tegelijk een professionele bedrijfsvoering vereist is.
Iemand met de onverschrokkenheid van het aloude Ajax en clubicoon Johan Cruijff. Waar durf, vernieuwing en schijt hebben aan de wereld van afspat.
Die is op de grachtengordel zeker niet te vinden.
Jaap de Groot is als sportjournalist, columnist en analist actief voor onder meer BNR Nieuwsradio, Masters Magazine, SBS Australië en CNN. Eerder werkte hij van 1975 tot 2019 bij De Telegraaf - vanaf 2006 als hoofdredacteur sport - waarvoor hij 12 WK's en 11 EK's voetbal volgde, evenals 5 Olympische Spelen en 4 Winterspelen en zo’n 100 Grands Prix in de Formule 1. Verder was hij van 2016 tot 2020 lid van de Nederlandse Sportraad.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.