1 maart 2011
Opinie
Gezien de zorgelijke financiële toestand van ons betaalde voetbal worden er eindelijk punten op de i gezet. Dat de situatie ernstig is, ernstiger dan ooit, wordt nu breed onderschreven. Ook door de clubs, die in het verleden geslaagde Europese exercities op hun naam schreven.
Met uitzondering van landskampioen FC Twente schrijven de v/h grote drie Ajax, Feyenoord en PSV rode tot vuurrode jaarcijfers. Er moet dus gesaneerd worden binnen de clubs, die voor zover ze dit seizoen betrokken waren bij Europees voetbal, op PSV na, geen van allen overwinterden in de EC-versie waaraan ze in augustus begonnen. FC Twente en Ajax redden het niet in de Champions League, samen met PSV gaan ze nu door in de Europa League. Feyenoord, FC Utrecht en AZ deden op dat niveau korter of langer mee, maar voor de kerst waren ze klaar in Europa. Conclusie: hoe spannend de Nederlandse competitie ook is, op Europees tópniveau heeft ons clubvoetbal afgehaakt.
Wat opvalt is dat er nog steeds halfzachte consequenties worden getrokken uit die Europese afgang. Hoe rood de jaarcijfers ook zijn en hoe teleurstellend het de clubs in Europa al jaren vergaat, telkens weer wordt dat feit weggemoffeld achter te veel hoop, geloof en clubliefde. Zelfs in Rotterdam kun je ondanks het voor zijn leven vechtende Feyenoord vernemen dat het goed komt met de club. En dat nieuwe, honderden miljoenen kostende stadion voor 75.000 toeschouwers willen ze nog steeds bouwen al schijnen de gemeentelijke beslissers daar inmiddels anders over te denken.
Bij Ajax - grossier in trainersmutaties, emigrerend talent en mislukte aankopen - opteert trainer Frank de Boer (met Cruijff aan de afstandbediening) dat zijn club op termijn terugkomt aan het Europese front. Bij PSV leeft dezelfde ambitie zonder dat de ontwikkeling van het Eindhovense spel daar veel aanleiding toe geeft. Alleen FC Twente lijkt structureler bezig. In Enschede is in elk geval sprake van groei naar een niet eerder gehaald niveau zonder dat de jaarcijfers meer dan roze kleuren.
Daarbij dient men zich te realiseren dat de laatste Nederlandse cup met de grote oren in 1995 door Ajax werd gewonnen. Zestien jaar geleden! Het ging ooit beter met Ajax in Europa, maar de gewonnen Europacups in 1971, 1972 en 1973 dateren zelfs van veertig jaar terug. Feyenoord (1970) en PSV (1988) presteerden iets dergelijks, maar met droge ogen volhouden dat ons clubvoetbal tientallen jaren de eerste viool speelde in Europa klopt niet met de feiten. Vermoedelijk is dat beeld ontstaan doordat het niet clubgebonden Nederlands elftal tussendoor knap presteerde met WK-zilver in 1974, 1978 en 2010; met EK-brons in 1976 en EK-goud in 1988.
Ik heb het vaker geschreven: ons via de KNVB met ruim een miljoen leden verhoudingsgewijs degelijk gestructureerde voetbal zal altijd voetbalkwaliteit voortbrengen zolang de concurrentie slaapt of, met veel meer geld in de pocket dan wij, genoegen neemt met eten uit andermans ruif. Ons probleem is dat het hier opgeleide jonge talent in het verleden eerst nog een paar seizoenen via onze clubs bijles kreeg, maar tegenwoordig zijn geld jonger dan ooit ophaalt in het buitenland, waar Wayne Rooney dagelijks € 40.000 verdient in Manchester. Zolang dergelijke wantoestanden bestaan, zal ook ons talent - zie gedoodverfde Barcelona-bankzitter Afellay - kiezen voor de middelpuntvliedende kracht, die buitenlandse topsalarissen genereren. Dus zwermen ze uit, hoe eerder hoe liever. De verleiding is inderdaad groot. Kiezen voor voetbalmetropolen als Londen, Milaan, München, Barcelona of Madrid. Wat zou u doen als potentieel multimiljonair?
De consequentie van die ontwikkeling is dat ons clubvoetbal blijvend ondergeschikt is geworden aan de kwaliteit van het clubvoetbal in de grote voetballanden. Bijkomend effect is dat die landen door hun internationale succes dusdanige aantrekkingskracht op machtige geldschieters uitoefenen dat wij het moeten doen met de kruimels. Zie Vitesse, zolang het duurt, met zijn Georgische mecenas Merab Jordania.
Voetbal is emotie zegt de stamtafel als er weer eens standpunten worden verkondigd, die rationeel bezien dubieus zijn. In het verleden (1969-1984) ben ik vijftien jaar hoofdredacteur geweest van Voetbal International. De voetbalwereld zag er anders uit in die tijd. Volgens de huidige hoofdredacteur bestaat de sportjournalistiek van toen niet meer. Voetballers komen met hun zaakwaarnemer of de pr-functionaris van hun club aan hun zijde niet verder dan platitudes, die van elk interview slappe thee maken. Alles wordt afgedekt. Hetzelfde euvel beheerst volgens hem de sportjournalistiek. Ook in die sector zijn de media noodgedwongen commerciëler bezig dan ooit teneinde zich te handhaven op de krimpende lezersmarkt. Anders dan nu kon je vroeger afwegen wat volgens jou principieel móest. Of juist niet! Zo is op de VI-redactie - toen de shirtreclame werd ingevoerd in 1982 - overwogen om geen elftalfoto’s te plaatsen met shirtreclame c.q. de elftalfoto’s dusdanig te fotoshoppen dat de (sluik)reclame teniet werd gedaan. Lang duurde die VI-discussie niet, want ik was geen Don Quichote. Diens windmolens leverden immers evenmin groene stroom op.
Een van de principes die destijds overeind bleef was dat ik mij als VI-journalist - in 1945 lid van ADO geworden en later nog een blauwe maandag keeper van het eerste elftal - zou onthouden van sportjournalistieke exercities jegens mijn ex-club. Tegenwoordig is mijn afstand tot runner-up ADO anders ingekleurd. Het geelgroene ADO lijkt op geen stukken na op de roodgroene club, waarvan ik als jochie van 9 jaar in 1945 lid werd. Toen was de club nog trots op de twee landstitels, die in 1942 en 1943 werden behaald - de huidige BV ADO Den Haag heeft geen boodschap meer aan dat blijkbaar verjaarde succes.
Des te trotser is ADO op zijn huidige eredivisiepositie na jarenlang gemodder in de marge. Het gaat inderdaad beter in Den Haag, ook financieel. De club wordt positief gerecenseerd. Wat opvalt is dat de landelijke sportjournalistiek nu de resultaten meevallen, de club omarmen als hét voorbeeld van hoe het óók kan na zoveel ellende. Tijd daarom voor enige relativering. Ik heb dit seizoen de meeste ADO-(thuis)wedstrijden bijgewoond. De uitslagen waren grosso modo een correcte afspiegeling van wat je te zien kreeg. Maar óók de blauwdruk van wat je voortaan van ons profvoetbal kunt verwachten. ADO pakte knap punten van tegenstanders waarvan nog maar kort geleden ruim werd verloren. Coach John van den Brom bewees daarmee dat hij beperkt spelersmateriaal een kontje kan geven. Maar is ADO zo superieur als de media melden? Misschien ben ik verwend door wat ik in het verleden allemaal live heb gezien, maar nee - vaak was het ook van ADO-zijde, naar internationale maatstaven gemeten, halfvolle melk. ADO speelt, bij vlagen, tactisch beter dan voorheen. Dat is Van den Broms grote verdienste, maar objectief bezien speelt ook ADO beperkter dan we voorheen gewend waren in onze intussen hevig genivelleerde nationale top. In Den Haag wordt beter gevoetbald dan we in jaren van ADO gewend waren, maar de club dankt zijn subtoppositie ook bij gebrek aan beter bij de rest.
Bescheidenheid blijft dus geboden, maar in Den Haag wordt alweer gespeculeerd over Europees voetbal. Begrijpelijke supporterspraat, maar gevaarlijke onzin. Met de huidige selectie zal een dergelijk avontuur van korte duur zijn. Op de pof investeren dan maar weer komende zomer? Niet doen! Investeer naar het niveau van de Nederlandse competitie. Investeer in talentvolle jeugd, laat ze debuteren en rijpen zolang de markt het toestaat, benut hun talent aldus en verdien hun opleidingskosten x-maal terug via internationale transfers. Investeer niet in kansloze Europese ambities, zie eventueel EC-succes hooguit als bonus. Meer zit er niet in. Als het Nederlandse topvoetbal dát ADO-voorbeeld volgt zijn de jaarcijfers voortaan zwart. Zal het zo gaan? Misschien nog wel bij ADO, maar niet bij een getergd Ajax, bij een getergder PSV en evenmin bij Feyenoord dat volgens de stamtafel meer recht zou hebben op de eredivisie dan clubs die tot dusverre beter presteren. Opnieuw onzin! Competitievoetbal impliceert per definitie marktwerking, maar accepteer dan ook dat je via subjectieve argumenten geen room at the top kunt claimen.
Joop Niezen begon zijn carrière in 1964 als sportredacteur bij de VARA-radio. In 1966 maakte hij de overstap naar weekblad Voetbal International. In 1969 werd hij daar hoofdredacteur en hij bleef dat tot 1984 toen de betaalde oplage inmiddels 184.000 bedroeg. Niezen werkte in deze periode ook gedurende dertien jaar wekelijks voor het radioprogramma ‘Langs de Lijn’. Na zijn pensionering heeft Niezen twee jaar meegewerkt aan programma’s van RTV West (columns en wedstrijdanalyses van wedstrijden van ADO). Ook voor het blad ‘Nummer 14’ was hij nog regelmatig actief als schrijver van achtergrondverhalen. In zijn jeugd keepte Joop Niezen o.a. bij de Haagse clubs ADO en Quick. Bij Quick debuteerde hij al op 16-jarige leeftijd in het eerste elftal.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.