9 januari 2024
Opinie
door: Femke Pluim
Het jaar vliegt met een rotvaart voorbij en iedereen is drukker dan waar de definitie van 'druk' ooit op voorbereid was. Maar als de wijze woorden 'jeetje, alweer een jaar voorbij gevlogen' gevolgd door 'komend jaar gaan we echt de tijd nemen' uitgesproken worden, weet je: het is weer kerst, absoluut een van mijn favoriete momenten van het jaar.
Het leven raast, maar het sportleven kent een extra versnelling om het gebrek aan tijd goed te maken. Stilstand voelt als achteruitgang, uit de angst om gelijk alweer achter de feiten aan te lopen. 'In de topsport bepaalt het erepodium veelal de minimale inspanning die geleverd moet worden', aldus een oud-hoofdcoach. We moeten vooruit, en liefst harder dan mogelijk, om verlies voor te blijven. Als sporter noemde ik dit 'de topsport-TGV'. Efficiënt geplande stations waar wat te halen valt, om vervolgens recht op het volgende doel af te stieren. Mijn sportleven was geen 24/7 maar een 25/7 gevoel van haast. Maar, er was altijd kerst. Kerst was van mij. Tijdens kerst was er wél tijd, kerst was harmonie en saamhorigheid (en ja, harmonie en saamhorigheid, dat ben ik). Ooit was er sprake van dat we op trainingskamp zouden zijn tijdens kerst, en hoewel een ruggengraat in de beginjaren van mijn carrière meer af- dan aanwezig was, wist ik één ding altijd zeker: met kerst ben ik thuis.
Een aantal maanden terug schreef ik samen met sportpsycholoog Tim Koning het artikel met de titel 'Goed, beter, best', waarin ik mijn ervaring als atleet deelde in de jacht naar ‘best’. Niet omdat ik geloof dat ik het allemaal weet (want ik ben geen wonder), of omdat ik het recept voor goud kan delen (want dat heb ik ook niet). Maar, ik heb afgelopen tien jaar wel in de topsport rondgelopen, heb prachtige hoogtepunten mogen meemaken maar ken ook de lelijke kant van sport. En ik hoop door het geluid van atleten in onder meer in de toBsportpodcast, en via verschillende ervaringen, met allerlei invalshoeken, mogelijke goede of goed foute recepten, de komende jaren de sport wat mee te geven uit voorgaande jaren. Hoe hard we ook doorgaan met jagen naar volgende hoogtepunten, laten we ook oor houden voor het verleden. Want men vindt wel dat ik moet leren van m’n fouten als ik drie wedstrijden achter elkaar m’n aanvangshoogte mis (welkom in de polsstokwereld), maar als we drie keer achter elkaar ons kop in het zand steken om de realiteit niet eens aan te hoeven kijken, moeten we daar dan niet van te leren?
Mijn topsport-TGV kende een heel aantal prachtige tussenstations. Zo werd ik al relatief gezien vroeg in mijn carrière een olympiër, was m’n groei in de beginjaren exponentieel en leek het alsof ik kon blijven gaan. Mensen riepen 'go with the flow, Fem!'. Ik ging altijd door, want er was geen reden om te stoppen. Achteraf gezien was er eigenlijk net zo weinig reden om door te gaan, maar daar dacht ik in ‘die flow’ geen seconde aan. Nu vraag ik me vaak af: wat was destijds eigenlijk echt mijn motivatie? En misschien nog wel dieper: was het wel MIJN motivatie? Want, toen die trein door een wolkendek ging, er weinig ‘flow’ meer inzat, en mijn nieuwe trainer aan mij vroeg: 'Femke, wat is je doel voor komend jaar?', weet ik nog heel goed dat ik zei: 'Mijn doel? Jij bepaalt toch wat voor doel ik moet hebben?'.
Ik was verward, want moest ik nu opeens zelf een doel bepalen? Werd dat niet door een ander bepaald, en zo gebracht dat het ook nog oprecht voelde alsof dat ook mijn doel was? Ik ga niet ontkennen dat ik het vet vond (en vind) om olympiër te worden (te zijn), absoluut. Uitdagingen ga ik graag aan, en werken kan ik alsof ik inderdaad kan blijven doorgaan, maar gaandeweg voelde die topsport-TGV ook een als ongeleid projectiel die me op té gekke plekken bracht.
Mijn enkeltje topsport-TGV (want retour gaat het leven nooit worden) passeerde na m’n beginjaren ook enkele stations in een wolkendek. Ondanks dat ik vakkundig genieter ben (aldus m’n moeder), hebben ook die grijze wolken me veel gebracht. Juist omdat zelfs mijn geniet-gen in uitzichtloze situaties niets te doen had, ging mijn aanzicht niet naar buiten, maar naar binnen. Want, welke keuzes kan en wil ik maken? Ik kan zelfs, goedbedoeld, roepen: 'ik gun mensen een blessure' (geen grote, zo’n sadist ben ik niet), omdat het in de snelheid wat verhelderende stilstand kan geven. En, niet te vergeten, een van mijn favoriete mantra’s: in moeilijkheid zit ook mogelijkheid.
Momenteel staat m'n TGV bij het tussenstation voor een flinke onderhoudsbeurt, maar misschien is het ook wel het eindstation. Ik weet ik niet zo goed wat polsstok nog voor plek in mijn leven heeft. M’n focus is aan het veranderen, het eindproduct is aan het veranderen, maar mijn passie is niet aan het veranderen. Die passie is groter is dan ooit. Beetje laat wel om nu pas zoveel passie te voelen, maar ik ben laat met alles. Laat met atletiek. Laat met m’n eerste polsstoksprong. En zo ook (ver)laat met dit. Eens een laatbloeier, altijd een laatbloeier.
Maar vroeg of laat, bij mij bloeit er altijd hoop. Misschien heeft die hoop mij naar een hoger niveau geholpen, een flinke dosis (overdosis) energie gegeven en kracht in m’n persoonlijke ontwikkeling. Of misschien gaven mijn ouders me een extra dosis positiviteit bij mijn geboorte. Ik weet niet wat het was, maar ik ben naast positief en energiek ook 'addicted to hope'.
'Het komt goed, whatever good may be', riep ik (te) vaak, en na wederom een gescheurde pees begon ik nog net niet de 'het komt goed'-sekte, maar in mijn carrière voelde ik altijd hoop. Ik vind hoop mooi, iets magisch en iets krachtigs.
Echter, het voelt soms alsof ik met die hoop ook de naïviteit zelve ben. Want hoe hoopvol ik ook ben over de toekomst, en hard ik in het diepste van mijn sportieve hart geloof dat we allemaal het beste met elkaar en de sport voor hebben, toch voel ik ook wanhoop. Als ik weer eens verdwaal in de nieuwsberichten rondom een veilig sportklimaat, lijkt het bijna alsof ik blij moet zijn als er weer een verhaal van op de tafel naar in de la wordt verschoven, want kijk ons systeem dit prima afhandelen. Maar is het een kwestie van afhandelen, of kunnen we het ook behandelen? En in een wanhopige bui vraag ik me dan af hoe kan het grijze gebied in de sport toch zo grijs blijven terwijl we echt allemaal massaal zoeken naar duidelijkheid in deze identiteitsloze kleur. We schijnen er lichten op, hebben er meningen over, presentaties hier, programma’s daar, we stoppen er echt bakken energie in, maar vanuit een hoopvol oogpunt, of vanuit een wanhopige invalshoek?
Ooit zei een hoge pief uit het systeem mij 'Femke, je moet echt nog volwassen worden. Soms moet je mensen een tweede kans geven', waarop ik de vraag terugkaatste 'maar wanneer moet ik eigenlijk geen kans meer geven, en krijgt het gewoon het label: kansloos?'. Daarop had de desbetreffende persoon geen antwoord. En juist daardoor vroeg ik me af, als we zelf de grens tussen kans, en kansloos, hoop en hopeloos niet weten, hoe gaan we dan ooit dat grijze monster kunnen verslaan?
Maar, ik heb altijd hoop. Want laten we niet vergeten dat er in ieder geval aandacht is, of we het nou eens of oneens zijn, in actie zit energie. Als ik begin met 'stel'-zinnen, haken er altijd mensen af, maar ik geef het toch een kans; stel dat we over de komende tien jaar met een open hand mensen zelf durven/kunnen aanspreken op gedrag, komen we wellicht als samenleving sterker naast elkaar te staan. Zonder dat ik een ander geschiedenisboek uit de kast ga trekken zo aan het einde van dit stuk, heb ik het altijd opmerkelijk (pijnlijk) gevonden dat de volgende woorden net iets te vaak voorbij kwamen: 'ja maar iedereen zag toch dat dat niet goed ging...'. Dus als ik dan één wens mag hebben, wil ik graag wensen dat in 2034 deze zin niet meer voorbij komt. En dan niet omdat we zwijgen, maar omdat we samen de verantwoordelijkheid dragen om deze volgorde van woorden voor te blijven.
In moeilijkheid zit mogelijkheid.
Femke Pluim, Nederlands recordhoudster polsstokhoogspringen, vertegenwoordigde TeamNL onder andere tijdens de Olympische Spelen van 2016. Naast haar carrière op de atletiekbaan studeerde ze bewegingstechnologie aan de Haagse Hogeschool en deed haar minor psychologie aan de Open Universiteit. Inmiddels is ze parttime werkzaam bij de Atletiekunie voor de Aangepaste Atletiek, en deelt ze haar ervaringen uit de sport om bij te dragen aan een trotse, dankbare en bewuste nieuwe generatie sporters.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.