8 januari 2009
Opinie
Zoals de meesten onder ons inmiddels zullen weten is in het afgelopen jaar de
impuls voor brede scholen, sport en cultuur ingevoerd, beter bekend als `de
combinatiefunctie'. De combinatiefunctionaris waarvan er over een paar jaar
2.500 zullen rondlopen, draagt een trainingspak en vooral geen das. Hij of zij
is immers een doener, een bruggenbouwende uitvoerder, die zijn werk verricht
vanuit de school én de sportclub. Ik vind dat een geniale vondst. Eindelijk
iemand die sportstimuleringsactiviteiten ten goede laat komen aan de
georganiseerde sport. Iemand dus die een sportaanbod creëert direct na
schooltijd, maar wel samen met de sportverenigingen in de wijk. En die
tegelijkertijd de sportverenigingen `naar buiten laat kijken': maatschappelijk
georiënteerd. Of dat allemaal lukt is een tweede, maar de intenties zijn prima
en van deze tijd.
De aanloop naar deze omvangrijke maatregel is
lang geweest. En die aanloop kwam vanuit drie kanten tegelijk. Allereerst nam de
sport zelf een aanloop. De jeugd moest in de jaren negentig minder teevee kijken
en rondhangen, en meer sporten en bewegen. Onze toenmalige staatssecretaris
Erica Terpstra richtte hiervoor de stichting Jeugd in Beweging op. In het
kielzog hiervan organiseerden gemeenten, sportbonden en scholen allerlei
sportkennismakingslessen. Leuk voor de jeugd, maar wat bleek is dat het veelal
de jeugdleden van sportverenigingen waren die hieraan deelnamen. En wat ook
bleek, is dat het gemeentelijke sportconsulenten, sportbuurtwerkers en freelance
sportinstructeurs waren die deze lessen verzorgden. Van een brugfunctie naar de
sportclub om de hoek was geen sprake.
Een andere aanloop kwam uit de richting van het onderwijs. Scholen verlengden hun schooldag en richten zich daarbij meer op hun omgeving. De brede school deed zijn intrede. Dat betekende dat scholen ook moesten zoeken naar een nuttige en kwalitatief goede programma-invulling. Sport doet het daarin goed, zij het dat ook hierin de relatie met sportverenigingen zwak was. Ook hier was het de vakleerkracht zelf, de gemeentelijke sportconsulent of de professionele freelance sportinstructeur die - uiteraard met alle goede bedoelingen - de naschoolse activiteiten ging verzorgen.
Een derde aanvliegroute was er één vanuit de snelst groeiende maatschappelijke sector in dit decennium: de buitenschoolse opvang. Scholen zijn verantwoordelijk geworden voor de organisatie van naschoolse opvang en maken daarbij meestal gebruik van de reguliere kinderopvangsector. Ook die is zich ervan bewust geworden dat kinderen niet slechts `bezig gehouden' moeten worden na schooltijd. Het zou mooi zijn als ze ook nog eens iets nuttigs konden doen… sporten bijvoorbeeld. Dat trekt immers ook hun ouders over de streep.
Met enige goede wil zou je kunnen zeggen dat de combinatiefunctionaris op het brandpunt staat waar deze aanlooproutes bij elkaar komen. Eindelijk het kind centraal! Kunnen sporten na schooltijd, kunnen kiezen voor een sportvereniging in je wijk, bij een club die ook nog eens ondersteund wordt door een professional.
En toen moest ik plotseling denken aan alle sportbuurtwerkers en uitvoerende gemeentelijke sportconsulenten… Het borrelde al langere tijd in mijn hoofd. Ik wist niet goed hoe, maar nu weet ik het: in alle middelgrote en grote gemeenten kunnen we met gemak het aantal combinatiefunctionarissen verdubbelen! Inderdaad, door van deze sportbuurtwerkers en consulenten combinatiefunctionarissen te maken. Aan hun werkwijze hoef je helemaal niet zoveel te veranderen maar wel aan de achterliggende strategie: laat ze ook allemaal vanuit de georganiseerde sport werken. Koppel de buurt aan de sport. Koppel hun activiteiten dus altijd aan een vereniging die de geënthousiasmeerde jeugd kan opnemen.
Ondersteun die verenigingen daarbij. Dat kan door de inzet van diezelfde sportbuurtwerkers en consulenten. Die kennen de kinderen en jongeren en hebben daar veelal een vertrouwensband mee. Hiermee voorkom je wat ik altijd de achilleshiel van het sportbuurtwerk heb gevonden. Het aanbod is vaak kwalitatief goed, sportbuurtwerkers en gemeentelijke consulenten zijn uitstekend gekwalificeerd en hebben ook nog eens kennis van de buurt en de doelgroepen daarbinnen. Maar het rendement…. uiteindelijk leidt het op middenlange termijn tot niets.
Omdat het te vrijblijvend is, omdat het afgelopen is als de jeugd door wil gaan, en omdat het stopt als je zestien of achttien jaar bent. En dan houdt het letterlijk op voor die jongeren – jongeren waar we onze mond zo vol van hebben, uit de zogeheten prachtwijken of gewoon uit de oude wijken van doorsnee gemeenten in Nederland. Laat deze jeugd kennis maken met sportverenigingen, waar ze echt kunnen trainen, wedstrijden kunnen spelen en ook met andere kinderen leren omgaan. Goed voor de jeugd, goed voor de vereniging en goed voor het lokale beleid.
Wat is hiervoor nodig? Niet veel denk ik, vooral goede wil en inzicht. Sluit contracten af tussen gemeenten en sportverenigingen; de voorbeelden liggen waarschijnlijk klaar bij de VSG – zie de combinatiefunctionaris. Het kost allemaal niets, want die sportbuurtwerkers en sportconsulenten hebben we al. Gemeenten, sportconsulenten en sportbuurtwerkers selecteren die ‘verenigingen met toekomst’ die zich maatschappelijk willen profileren en een bloeiende jeugdafdeling voorstaan. De functieomschrijving van de sportbuurtwerker en sportconsulent moet worden aangepast aan de nieuwe strategie. Hij/zij werkt straks immers ook voor en namens de vereniging. En dus niet voor het welzijnswerk of voor het sportbeleid, nee: voor de jeugd en voor de club.
Ik zie een heel mooi 2009 voor me. Straks hebben we niet alleen de combinatiefunctionaris `OS', maar ook de combinatiefunctionaris `BS'. En bestrijken we eindelijk echt de hele `BOS-driehoek'.
Maar goed, in het begin van een nieuw jaar ben ik nog optimistischer dan ik normaal al ben.
Eric Lagendijk is partner van onderzoeks- en adviesbureau DSP–groep, dat dit jaar 25 jaar bestaat. Sinds 2008 is hij projectleider Meedoen (allochtone jeugd door sport) namens het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen en het ministerie van VWS. Reageren? 020-625 7537 of elagendijk@dsp-groep.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.