Go with Golazo
Sportknowhowxl

Wie kansenongelijkheid wil bestrijden, moet investeren in sportverenigingen

Duizenden sportverenigingen leveren dagelijks een bijdrage aan het verkleinen van kansenongelijkheid. Juist daarom is het opmerkelijk dat in het recente advies Niemand aan de zijlijn wordt gesteld dat de overheid voor die opgave 'breder moet kijken dan de sportverenigingen'. Het zal niemand verbazen dat ik als zelfbenoemd Nationaal Commissaris Sportverenigingen die conclusie niet deel.

9 juli 2026

Opinie

De Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving hebben op 15 juni hun gezamenlijke advies Niemand aan de zijlijn aangeboden aan minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. De beide raden constateren dat het beleid er in de afgelopen decennia niet in is geslaagd de ongelijkheid in sport- en beweegdeelname substantieel te verminderen. Die conclusie is moeilijk te bestrijden.

Een complexe opgave

De raden wijzen terecht op de complexiteit van kansenongelijkheid. De oorzaken liggen immers niet uitsluitend binnen de sportsector. Armoede, gezondheid, stress, sociale omstandigheden en de inrichting van de leefomgeving spelen allemaal een rol. Daarom pleiten de raden voor een domeinoverstijgende aanpak, waarin verschillende beleidsvelden samenwerken aan gelijke kansen. Ook dat is een verstandige constatering.

"Sportverenigingen vormen juist een van de meest kansrijke instrumenten om kansenongelijkheid tegen te gaan"

Jan Raateland

Juist daarom is het opmerkelijk dat vervolgens wordt geconcludeerd dat inwoners alleen een passende plek kunnen vinden wanneer de overheid 'breder kijkt dan de sportverenigingen'. Het tegendeel is eerder waar: sportverenigingen vormen juist een van de meest kansrijke instrumenten om kansenongelijkheid tegen te gaan.

Een sterk advies met één zwakke plek

Dat is des te opvallender omdat het advies op veel punten overtuigend is. Drie aanbevelingen verdienen nadrukkelijk steun. Ten eerste stellen de raden terecht dat bewegen en sport binnen het samenspel van maatschappelijke domeinen een gelijkwaardige positie moeten krijgen. Ten tweede pleiten zij voor het verankeren van sport als publieke voorziening in een sportwet. En ten derde geven zij prioriteit aan jeugd, omdat juist in de jeugd de basis wordt gelegd voor gelijke of ongelijke kansen gedurende het verdere leven.

"In werkelijkheid is er de afgelopen vijfentwintig jaar nauwelijks rechtstreeks geïnvesteerd in de sportvereniging zelf"

Jan Raateland

Deze aanbevelingen sluiten nauw aan bij eerdere adviezen van de Nederlandse Sportraad, waaronder De opstelling op het speelveld uit 2020, waarin al werd vastgesteld dat de organisatie van de sport in Nederland aan vernieuwing toe is.

De verkeerde diagnose

De raden stellen dat systemen en beleid vooral zijn geënt op de gevestigde orde van sportverenigingen, die niet iedereen zou kunnen bedienen. Die stelling wordt echter nauwelijks onderbouwd. Bovendien wordt hierbij een belangrijke vergissing gemaakt. De gevestigde orde bestaat niet uit de sportverenigingen zelf, maar uit de nationale organisatie van de sport: sportbonden, koepels en landelijke organisaties die in de afgelopen decennia steeds verder zijn afgedreven van de ruim 24.000 lokale verenigingen.

Jan Raateland

Jan Raateland

In werkelijkheid is er de afgelopen vijfentwintig jaar nauwelijks rechtstreeks geïnvesteerd in de sportvereniging zelf. Het beleid en de financiering waren vooral gericht op landelijke organisaties, sportbonden en allerlei ondersteunende instituties. Opmerkelijk genoeg constateren de raden zelf dat binnen de sportsector een gezamenlijke visie en richting ontbreken. Dat probleem ligt echter niet bij de verenigingen.

De open sportclub bestaat al

In de aanbevelingen wordt bovendien vrijwel volledig voorbij gegaan aan de duizenden verenigingen die zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld tot maatschappelijk actieve of open sportclubs. Deze verenigingen functioneren allang als ontmoetingsplaatsen in buurten en wijken. Zij werken samen met onderwijs, zorg, welzijn en gemeenten. Zij verbinden domeinen die in beleid vaak nog gescheiden zijn. Juist deze verenigingen beschikken over de kwaliteiten die de raden elders in hun advies zo nadrukkelijk benoemen: doorzettingsmacht, lokale sleutelfiguren, maatschappelijke betrokkenheid en het vermogen om verbindingen te leggen.

"De beide raden hebben gelijk dat kansenongelijkheid een brede maatschappelijke aanpak vraagt"

Jan Raateland

Naast deze duizenden maatschappelijk actieve verenigingen bestaan er nog veel meer sportverenigingen die zich in dezelfde richting kunnen ontwikkelen. Die potentie kan worden benut door te investeren in professionalisering van bestuur en organisatie, gecombineerd met een sterkere lokale verankering van het sportbeleid.

Gemeenschapszin als maatschappelijk kapitaal

Sportverenigingen bieden nog een tweede kwaliteit die in het debat vaak wordt onderschat: zij vormen bestaande sociale netwerken. Professor Paul van Lange van de Vrije Universiteit wees daar onlangs in NRC op. Hij beschreef hoe gemeenschapszin en sociale verbondenheid onder druk staan en hoe verenigingen daarin een cruciale rol spelen. 'Sport, en vooral voetbal, zorgt voor veel gemeenschapszin. Naast de positieve effecten van beweging is sport de belangrijkste bron van sociaal kapitaal', schreef hij. De overheid zou volgens Van Lange juist moeten investeren in de duurzame sociale netwerken die sportverenigingen vormen. Dat advies verdient serieuze aandacht. Het grote voordeel van sportverenigingen is immers dat deze netwerken al bestaan. Zij hoeven niet opnieuw te worden opgebouwd.

Niet naast, maar midden in de oplossing

De beide raden hebben gelijk dat kansenongelijkheid een brede maatschappelijke aanpak vraagt. Gezondheid, onderwijs, armoede, welzijn en leefomgeving spelen allemaal een rol. Maar juist binnen die brede aanpak verdienen sportverenigingen een centrale plaats. In vrijwel iedere gemeente zijn verenigingen aanwezig. Zij beschikken over vrijwilligers, accommodaties, sociale verbanden en een sterk lokaal netwerk. Zij brengen mensen samen die elkaar anders niet zouden ontmoeten. Wie kansenongelijkheid wil bestrijden, hoeft daarom niet voorbij de sportvereniging te kijken. Wie kansenongelijkheid wil bestrijden, moet juist opnieuw naar de sportvereniging leren kijken.

Jan Raateland zet zich in voor erkenning en versterking van sportverenigingen, zie www.desportverenigingen.nl

Deel dit bericht:

Door: Jan Raateland

3 reacties

Anja van der Zwan

9 juli 2026

Een goed initiatief,sporten is heel belangrijk voor de hele samenleving ,voor jong en oud!!

Femmy van Egmond

9 juli 2026

Versterking van de plaatselijke sportvereniging verdient absoluut meer aandacht van de overheid!

Sylvester

9 juli 2026

Sportverenigingen stimuleren de ontwikkeling van diverse doelgroepen op zowel sociaal, emotioneel als fysiek niveau. De fysieke ontspanning die sport biedt, versterkt de mentale veerkracht van zowel kinderen als volwassenen.

Sportverenigingen hebben veel meer aandacht nodig.

Jan Raateland dank voor je heldere woorden!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.