De Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving presenteren vandaag het rapport 'Niemand aan de zijlijn' aan minister Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. In opdracht van het ministerie van VWS deden de raden onderzoek naar kansenongelijkheid in de sport. Rode draad in het advies is een brede aanpak. In een interview met Sport Knowhow XL geeft Tom van 't Hek, voorzitter van de NLsportraad, uitgebreid toelichting.
16 juni 2026
Nieuws
Uit de cijfers blijkt dat mensen met een hoge SEP (Sociaal Economische Positie) meer sporten en bewegen. In hoeverre komt dat door ongelijke kansen en in hoeverre is dat ook wellicht gewoon een kwestie van keuzes?
"Daarmee raak je meteen de kern: sport en bewegen worden vaak gezien als een individuele keuze, maar er zitten simpelweg verschillen tussen postcodegebieden en het zou toch wel heel raar zijn als alle mensen die er individueel voor kiezen om niet te gaan sporten toevallig in hetzelfde postcodegebied zijn gaan wonen. Er zijn allerlei onderliggende oorzaken als het gaat om wel of niet bewegen. Natuurlijk is er een individuele component, maar het draait om de kans die mensen krijgen om te bewegen en te sporten. De omgeving is bepalend, iemand moet wel toegang hebben en daarvan constateren we dat er structureel ongelijkheid is. Er blijken veel grotere drempels te bestaan. Als mensen bijvoorbeeld in armoede leven of andere grote zorgen hebben, heeft sport niet de eerste prioriteit."
"Dat gebeurt allemaal met de beste bedoelingen, maar we moeten constateren dat het niet heeft geleid tot de gewenste resultaten"
Tom van 't Hek
Zou je sport kunnen beschouwen als een kanarie in de kolenmijn, de plek waar je als eerste ziet dat die kansenongelijkheid in de samenleving ernstige gevolgen heeft?
"Die vergelijking gaat denk ik wat ver, maar de kansenongelijkheid in bewegen en sport staat niet op zichzelf. Er is in veel verschillende domeinen kansenongelijkheid en dat is onderling verbonden. Daarom is ons pleidooi om de problematiek breder aan te pakken. Tot nu toe keken we altijd naar de verschillende afgebakende beleidsterreinen. Wat is er in bewegen en sport nodig om de kansenongelijkheid aan te pakken? Aan een andere tafel werd gepraat wat er nodig is om de kansenongelijkheid in de zorg aan te pakken. En aan weer een andere tafel wordt gepraat over onderwijs. Dat gebeurt allemaal met de beste bedoelingen, maar we moeten constateren dat het niet heeft geleid tot de gewenste resultaten. Daarom pleiten we voor meer verbinding."
Heb je voorbeelden van dergelijke verkokering?
"Je hebt bijvoorbeeld een sportpas voor jeugdige sporters. Dat is helemaal geen slecht initiatief vanuit de gedachte dat je iedereen met zo'n pasje toegang geeft tot bewegen en sporten. Alleen in de praktijk blijkt dat zo'n pasje lang niet altijd direct leidt tot toegang naar bewegen en sporten. Er zijn nog heel veel andere drempels."
"Je ziet dat dergelijke pilots over het algemeen aanbodgericht zijn. Het komt vaak uit de koker van mensen uit de sector. Als je aan de mensen in de wijken zelf gaat vragen wat zij willen, waarom en hoe, dan blijkt dat die mensen vanuit heel andere vertrekpunten misschien wel tot bewegen en sporten komen."
"Wij gaan als NLsportraad veel het land in en dan kom je ook voorbeelden tegen die wel werken. Dat gebeurt bijna altijd vanuit die verbinding. Twee maanden geleden waren we in Emmen waar we zagen hoe vanuit het sociaal domein in een buurthuis mensen bij elkaar werden gebracht. Op een gegeven moment kwam daar het idee om ook eens samen te gaan wandelen. Daar ligt de verbinding, dat is wat je moet stimuleren, de ontmoeting."
In het persbericht over 'Niemand aan de Zijlijn' lezen we "De rijksoverheid moet duidelijke kaders stellen en zorgen voor stabiele financiering, maar zou daarbinnen meer ruimte en vertrouwen moeten geven aan de lokale uitvoering. Zo zou de rijksoverheid de gemeenten én hun lokale, maatschappelijke partners in staat moeten stellen om in te spelen op de specifieke situatie van inwoners." Hoe ziet dat er concreet uit?
"Het probleem is eigenlijk dat we vaak pas iets gaan financieren als er een probleem is. Dan gaan we een project opzetten en kijken of we daarmee problemen kunnen oplossen. Maar structurele problemen vragen om een investering aan de voorkant. Als de Rijksoverheid een sportwet aanneemt, heeft sport en bewegen een gelijke positie ten aanzien van andere domeinen. Dat zou een belangrijke stap zijn."
"We kunnen prachtige structuren opzetten, maar het draait allemaal om de mensen"
Tom van 't Hek
"Vervolgens zeggen we: vertrouw op lokale mensen. De uitvoering kan op verschillende plekken heel anders zijn. Geef daar de ruimte voor. Maar je moet wel investeren. Dit kabinet spreekt uit dat ze streven naar de gezondste generatie ooit. Daar zijn we heel erg blij mee, maar daar hangt ook een prijskaartje aan. Ik hamer er nog maar eens op: we steken 130 miljard in de zorg en 480 miljoen in sport en bewegen. Je moet aan de voorkant durven investeren en dan kun je enorm veel besparen. Bewegen en Sport wordt vaak uitgedrukt in kosten, maar je moet daar ook tegenover stellen wat het oplevert."
Als het om lokale initiatieven gaat, vinden jullie dat lokale sleutelfiguren vertrouwen moeten krijgen. Wie zijn die lokale sleutelfiguren?
"Dan kom je in de haarvaten van de samenleving, zoals dat zo mooi heet. Mensen die lokaal weten wat er speelt, weten beter dan wie ook wat zou kunnen helpen om drempels weg te halen en problemen op te lossen. Dat kunnen buurtsportcoaches zijn, professionals, maar het kunnen ook vrijwilligers zijn. We zijn onlangs op bezoek geweest bij voetbalclub Zeelandia in Middelburg. Wat daar gebeurt is echt fenomenaal. Daar is een professionele verenigingsmanager bij betrokken, maar ook een zorgondernemer die in zijn eentje het hele G-voetbal daar heeft opgezet. Hij kent iedereen, wist exact wat er speelde, kent ook de doelgroep en weet vervoer te organiseren. Dat soort mensen moet je als gemeente en vereniging de ruimte geven. We kunnen prachtige structuren opzetten, maar het draait allemaal om de mensen."
We kennen al heel lang buurtsportcoaches in Nederland. Er bestaat dus al een regeling om die verbindingen lokaal te leggen. Werkt dat dan niet goed?
"We moeten eerlijk zijn: er ligt ook een grote taak voor de sport- en beweegsector zelf om veel meer met elkaar te durven samenwerken en dat geldt juist op lokaal niveau."
De afgelopen jaren hadden we de sportakkoorden om lokaal verbindingen te leggen, maar het sportakkoord houdt op te bestaan. Waren die sportakkoorden een goed vehikel om ook kansenongelijkheid in de sport aan te pakken, en hoe moet het nu verder zonder deze regeling?
"Het sportakkoord heeft een aantal hele goede dingen opgeleverd en we hopen dat de goede dingen die daaruit zijn voortgekomen blijven bestaan, maar het belangrijkste is je uitgangspunt. Zeg je: ik bied iets aan en ik kijk wel wie er komt. Of zeg je: ik ga de buurt in om te vragen waar we kunnen helpen, zodat we het kunnen organiseren in de buurt. Of je dat nou in een sportakkoord doet of vanuit een regeling voor buurtsportcoaches, het gaat om de gedachte dat je vertrekt vanuit de personen voor wie het nodig is."
In het rapport lezen we: 'Landelijke beleidsmakers in bewegen en sport streven inclusie na om kansenongelijkheid te verminderen'. Jullie schrijven: 'Hoe naar inclusie wordt gekeken, leidt niet tot inclusie van iedereen.' Wat bedoelen jullie daar precies mee?
"Het idee is lang geweest dat iedere sportaanbieder voor iedereen toegankelijk moet zijn. Op zich een buitengewoon goed idee, maar in de praktijk kan het vaak helemaal niet. Neem bijvoorbeeld die voetbalclub in Zeeland, als je G-Voetbal wilt organiseren, moet je verder kijken. Er zijn misschien maar vier potentiële deelnemers in Middelburg en dan ook nog drie in Goes, dus dat aanbod kun je beter regionaal organiseren. Waar wij dus op mikken is dat er binnen redelijkheid voor iedereen toegang moet zijn tot bewegen en sport, maar dat wil niet zeggen dat iedere aanbieder ook per se aanbod moet hebben voor iedereen."
"Drempels wegnemen houdt bijvoorbeeld in dat je een specifiek aanbod organiseert in een zwembad voor vrouwen die om allerlei redenen niet op reguliere publieksuren willen zwemmen. En ik weet dat dit tot discussie leidt, omdat mensen zeggen dat je mensen op die manier afzondert van de samenleving, maar dat zeggen we toch ook niet van een golfclub waar de contributie 1000 euro is? Als mensen zich in bepaalde groepen willen verenigen om te bewegen, moet je het faciliteren. Vroeger hadden we protestantse en katholieke voetbalverenigingen. Dat was toch ook geen uitsluiting? Je moet er gewoon voor zorgen dat iedereen binnen redelijkheid toegang heeft tot sport."
"De eerlijkheid gebiedt gewoon te zeggen dat een groot deel van het geld dat nu naar de sport vloeit, terechtkomt bij mensen die het eigenlijk ook zelf wel zouden kunnen betalen"
Tom van 't Hek
Welke organisatie voert daar uiteindelijk de regie over?
"Mijn pleidooi zou zijn dat gemeenten daar regie op durven nemen. Als je bij gemeenten komt, zie je vaak dat wethouders verbaasd zijn over wat er allemaal al in de gemeente gebeurt. Dat is niet om die mensen een verwijt te maken, want ze hebben genoeg aan hun hoofd, maar juist binnen de gemeente kun je domeinoverstijgend verschil maken. Maar als je kansenongelijkheid wil aanpakken heb je het onderwijs nodig, het sociaal domein, de sportsector… je moet op zoek naar verbinding."
Wat is in dat opzicht de rol van NOC*NSF, die zichzelf graag ziet als koepelorganisatie van de Nederlandse sport?
"Uiteraard is daar een rol voor weggelegd, maar ook bijvoorbeeld voor de POS en de MOS. Ons pleidooi daarin is niet nieuw: treed veel meer als sector naar buiten en daar wordt ook echt aan gewerkt. Er is sectoroverleg tussen al die partijen en ze kijken nu ook echt hoe ze met elkaar een stap verder kunnen komen."
Jullie pleiten ervoor kansenongelijkheid in de sport breder aan te pakken dan alleen binnen de sport zelf, maar de sportsector heeft zelf ook een verantwoordelijkheid. Hoe ziet die eruit?
"De sport heeft zelf een grote verantwoordelijkheid en dat gaat over vragen als: wat doen wij om een groot deel van de mensen erbij te betrekken; hoe zorgen wij ervoor dat ons aanbod beter is afgestemd op mensen die er op dit moment niets in zien? Er gebeurt al heel veel en ik wil er dan ook absoluut niet over somberen, maar de sportsector zal zich nog meer open moeten stellen. Je moet ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren. De eerlijkheid gebiedt gewoon te zeggen dat een groot deel van het geld dat nu naar de sport vloeit, terechtkomt bij mensen die het eigenlijk ook zelf wel zouden kunnen betalen. Dat betreft vooral accommodatiesubsidies. Daarmee zeg ik niet dat je al die subsidies maar moet afschaffen, maar je kunt er wel een vraag bij stellen. U krijgt subsidie, maar wat doet u? Hoeveel maatschappelijke activiteiten organiseert u? Wie bedient u met uw organisatie? En dan hoeft de club van mij die maatschappelijke activiteiten niet zelf te organiseren, want clubbestuurders hebben ook al heel veel op hun bord, maar je kunt wel samen met de gemeente en andere domeinen proberen de bezettingsgraad van de accommodatie omhoog te krijgen."
"Een beschaafde samenleving moet daar iets van vinden en iets op bedenken"
Tom van 't Hek
Jullie willen kansenongelijkheid in de sport aanpakken, maar is kansenongelijkheid niet ook inherent aan sport. Sport is competitief, het draait vaak om selecties. Uitsluiting is minstens zo'n groot onderdeel van het sport-DNA als inclusie.
"De voetbalbond heeft geloof ik 1,2 miljoen leden. De beste elf speelden zondagavond gelijk tegen Japan. In totaal zijn er misschien zo'n 100.000 leden die ervan dromen ooit bij die beste elf te komen en de rest speelt op recreatief niveau. Natuurlijk is er competitie, daarmee voorzie je als sport ook in een behoefte, maar er zijn zoveel meer vormen van sport en bewegen: vrijdagavondvoetbal, trimhockey… We noemen sport en bewegen altijd in één adem, maar waar we het hier in eerste instantie vooral over hebben, is dat we mensen aan het bewegen krijgen."
In hoeverre zit er in het rapport ook een politieke boodschap?
"Ik wil buiten de politiek blijven. De simpele constatering dat je postcode de belangrijkste voorspellende waarde is voor in welke gezondheid iemand leeft en hoeveel gezonde jaren iemand heeft, dat vind ik veel groter dan politiek. Een beschaafde samenleving moet daar iets van vinden en iets op bedenken. Vinden dat alle mensen op deze aardbodem een gelijke kans moeten hebben om aan een aantal dingen deel te nemen is niet links of rechts. Dat overstijgt de politiek."
Tot slot de vraag die bij de presentatie van ieder rapport voor de hand ligt: hoe zorg je ervoor dat het niet onderin een la verdwijnt?
"Dat gevaar is er absoluut, maar aan de andere kant is dit wel iets dat aansluit bij wat de overheid op dit moment zelf propageert. Het kabinet heeft het zelf benoemd. Er is dus al beweging en ik hoop dat wij kunnen helpen die beweging een duw te geven. We hebben het wiel niet opnieuw uitgevonden, dit is allemaal al ooit eerder gezegd, maar ik heb wel de hoop dat dit er mede toe bijdraagt dat er iets in beweging komt. Het is ook een strijd van de lange adem. Soms worden zaken terzijde geschoven en blijven ze lang op de plank liggen om dan vervolgens een nieuw leven te krijgen. Het advies over de sportwet dateert al uit 2018. Daar is op landelijk niveau lang helemaal niets mee gedaan, maar nu wordt er toch over nagedacht. Het herhalen van de boodschap is ook belangrijk."
Deel dit bericht:
Door: Leo Aquina
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.