10 februari 2011
Nieuws
Terug naar de basis. De KNZB heeft een nieuw zwembadconcept ontwikkeld: ‘2521 gewoon zwemmen’. Jan Kossen, directeur van de zwembond legt uit: “We stellen de zwemvereniging centraal. Het gaat om het sport- en leszwemmen, dus voor bubbelbaden, sauna’s en glijbanen is geen plaats. Koppert+Koenis Architecten ontwierp een basiszwembad dat zowel in aanleg als in exploitatie veel goedkoper is dan de luxe publieksbaden.
“Als KNZB zijn we natuurlijk de moeder van de 440 zwemverenigingen in Nederland en we hebben met elkaar een groeiambitie. Maar op dit moment is er gewoon te weinig zwemwater beschikbaar voor de verenigingen”, zegt Kossen. Deze analyse publiceerde de zwembond in 2009 in het Masterplan Accommodaties: ‘Gezocht Water.’ In de huidige publieksbaden zijn zwemverenigingen vaak een ondergeschoven kindje. De commerciële exploitant stelt het bad op gunstige tijden liever open voor publiek, waardoor de verenigingen alleen ’s ochtends heel vroeg en ’s avonds heel laat terecht kunnen.
“Dan is het wel goed om even te kijken wat de grote klanten van een zwembad zijn”, aldus Kossen. “Enerzijds zijn dat de verenigingen, anderzijds de zwemlessen en op de derde plaats de banentrekkers. De gewone publieke openingsuren zijn niet de uren waarop een zwembad het meest rendeert. Het zijn juist die vaste groepen, de stabiele gebruikers, die het leeuwendeel van de exploitatie financieren.” Met ‘2521 gewoon zwemmen’ gaat de KNZB uit van die stabiele gebruiker. “Bubbelbaden, glijbanen en al die dingen eromheen maken het zwembad wel aantrekkelijker, maar ze worden tachtig procent van de tijd niet gebruikt en drukken wel zwaar op de exploitatie.”
Kossen vergelijkt zwemverenigingen met andere sportverenigingen. “Het is heel normaal dat hockeyverenigingen, voetbalverenigingen en tennisverenigingen hun eigen accommodatie hebben en beheren. Dus wij hebben Koppert+Koenis gevraagd een zwembad te ontwikkelen dat juist gericht is op de exploitatie door een zwemvereniging.” In de reguliere baden staan de accommodatie en de exploitant centraal. “Een gewoon zwembad is altijd opengesteld voor publiek”, zegt Kossen. “Dat brengt zware personeelslasten met zich mee. Bij een sporthal moet je als gebruiker ook je eigen trainer meenemen. De meeste sportverenigingen weten niet beter.” Kossen geeft nog een voorbeeld: “In ieder zwembad zijn losse kleedhokjes. Er is geen tennisbaan, geen voetbalveld, geen sportveld waar losse kleedhokjes zijn. Waarom in een zwembad wel? Dat is logica vanuit publiek gebruik, maar het neemt ruimte in en het kost veel toezicht, terwijl fanatieke zwemmers meestal de grote kleedkamers gebruiken.”
“Wat wij nu hebben ontwikkeld is gewoon een zwembad, niets meer en minder”, vervolgt Kossen. De cijfers 2521 staan voor de afmetingen. De lengte van 25 meter kan variëren en de breedte van 21 meter is gelijk aan acht banen. Het grote voordeel van het nieuwe bad ten opzichte van de publieksbaden is geld. “Als je het op de achterkant van een sigarendoosje uitrekent, kost het aanleggen van een regulier 25 meterbad met acht banen ongeveer zes miljoen euro. Dit nieuwe bad kost ongeveer vier miljoen euro.” De meeste winst zit echter in de exploitatiekosten. “De gemiddelde levensduur van een zwembad is ongeveer 25 jaar. Het exploitatietekort van een regulier bad is ongeveer 400.000 euro tegenover 100.000 euro voor het 2521 gewoon zwemmen-bad.”
Naast de financiële voordelen levert het de verenigingen ook gunstigere zwemtijden op. “Je kunt trainen op het moment dat het uitkomt en daardoor kun je veel efficiënter van het bad gebruik maken dan in het verleden is gebeurd”, aldus Kossen, die benadrukt dat er ook nog milieuvoordelen aan het bad zitten. “Het is technisch hoogstaand en energiezuinig, bijna klimaatneutraal. Volgens een nieuwe formule kan het in de helft van de tijd worden gebouwd.” De KNZB is inmiddels in gesprek met 32 gemeenten over de aanleg van een 2521 gewoon zwembad. Dat wil echter niet zeggen dat al die gemeenten uiteindelijk voor de nieuwe formule zullen kiezen. “De reguliere publieke baden en dit nieuwe bad kunnen naast elkaar bestaan. Er zijn ook gemeenten waar we tot de conclusie komen dat ze beter kunnen kiezen voor een regulier bad. Dat is niet erg. We zijn geen zwembadverkopers. We willen meedenken wat de beste oplossing is op dat moment.”
In Denekamp zien de lokale zwemvereniging en het college van B&W het nieuwe concept als beste oplossing. “Het college in de Gemeente Dinkelland heeft al voor het nieuwe bad gekozen en dat besluit ligt nu voor de gemeenteraad. Dat wordt dan een vijftig meterbad.” Hoeveel gemeenten volgen, durft Kossen op dit moment nog niet te voorspellen.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.