19 februari 2009
Nieuws
De laatste jaren zijn steeds meer topsporters fulltime en op een professionele manier met hun sport bezig. Desondanks zijn er in Nederland geen collectieve afspraken over zaken als arbeidstijden, flexibiliteit, opleidingsfaciliteiten voorzieningen na afloop van de topsportloopbaan. Om die reden is de Werkgevers Organisatie in de Sport in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een onderzoek gestart naar de arbeidsverhoudingen van topsporters in Nederland.
Het gezicht van een sport wordt veelal bepaald door sporters; in het bijzonder door topsporters. Opvallend genoeg zijn juist voor deze personen de arbeidsverhoudingen niet duidelijk vastgelegd. Hoewel er regelingen zijn – zoals de stipendiumregeling waarmee topsporters in hun levensonderhoud kunnen voorzien – valt er op dit terrein nog veel meer te organiseren. In sommige gevallen is het zelfs onduidelijk welke partij verantwoordelijk is voor de arbeidsverhoudingen. Dit kan zorgen voor onrust bij de topsporter, die zich in feite alleen met zijn sport zou moeten bezighouden.
Cao op Olympisch niveau
“Het gebrek aan duidelijke afspraken staat in contrast met de ambities van de Nederlandse overheid en sportsector”, meent Eric Lankers, beleidsadviseur juridische zaken bij de Werkgevers Organisatie in de Sport (WOS) en projectleider van het onderzoek. Zo wordt - ten behoeve van het Olympisch Plan 2028 - een sportklimaat op Olympisch niveau geambieerd. In een dergelijk sportklimaat horen arbeidsverhoudingen thuis die op een volwassen manier geregeld zijn. Lankers: “Nadat twee jaar geleden al een duidelijke rechtspositieafspraak is ontwikkeld voor bondscoaches en eenzelfde ontwikkeling heeft plaatsgevonden voor technisch directeuren, is het nu ook tijd voor duidelijke arbeidsafspraken bij de topsporters. Topsport wordt immers niet zomaar meer er bij gedaan, maar is steeds vaker een fulltime activiteit.”
Om de arbeidsverhoudingen van topsporters te reguleren en uiteindelijk een cao op Olympisch niveau te realiseren, is het de bedoeling dat de WOS samen met NL Sporter - de belangenorganisatie voor topsporters - tot aanbevelingen komt richting het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Begin dit jaar werd hiermee op 22 januari een begin gemaakt in de vorm van een expertmeeting in het Nationaal Sportcentrum Papendal. Tijdens deze bijeenkomst hebben vertegenwoordigers van NOC*NSF, sportbonden en arbeidsrechtdeskundigen met elkaar gebrainstormd over de huidige arbeidsvoorwaarden en het wenselijke toekomstbeeld.
Wensen omzetten naar aanbevelingen
Door de komende maanden in gesprek te gaan met diverse stakeholders binnen de sport willen de WOS en NL Sporter duidelijkheid creëren over welke afspraken van belang zijn en welke vorm deze afspraken moeten krijgen. “Het is voor ons belangrijk om te weten wat de wensen van verschillende partijen zijn en waar deze wensen naar zouden moeten leiden”, aldus Lankers. “Uiteraard gaan we ook in gesprek met de topsporters zelf. Zij moeten zich immers in onze aanbevelingen kunnen vinden.”
Overigens wordt in het onderzoek onderscheid gemaakt tussen verschillende takken van sport. “Het betaald voetbal valt buiten ons onderzoek, omdat daar al een cao voor contractspelers is ontwikkeld. Binnen de overige takken van sport is een hoge mate van diversiteit in de rechtspositie van sporters te bemerken. In de hoofdklasse van de hockeysport wordt bijvoorbeeld al met modelcontracten gewerkt, terwijl andere takken van sporten nog niet zo ver zijn.” Eind mei 2009 zal het onderzoek worden afgerond. “We zullen dan aan het ministerie van VWS aanbevelingen doen, die aan zo veel mogelijk behoeften voldoet.”
Voor meer informatie: WOS, Eric Lankers, e.lankers@w-o-s.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.