22 november 2012
Nieuws
“We willen over vijf jaar tegen elkaar kunnen zeggen dat de sport schoon is. En dat kunnen we alleen als we goed hebben onderzocht hoe het er vandaag de dag voorstaat”, zegt Marcel Wintels, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie. “Onze aanname is dat het nu een stuk beter gaat dan vijf jaar geleden.” Wintels maakte begin november bekend dat de KNWU een onderzoekscommissie instelt die het dopingvraagstuk in Nederland moet onderzoeken. De bond werkt op dit moment aan een nadere invulling van de onderzoeksopdracht en aan de personele samenstelling van de commissie. Volgend jaar juni moet er een rapport liggen.
Aanleiding voor de KNWU om een onderzoekscommissie in te stellen is het rapport van de Amerikaanse anti-dopingautoriteit USADA en het feit dat dit in Nederland leidde tot het afscheid van sponsor Rabobank van de wielersport. Bovendien was de KNWU teleurgesteld over de initiële reactie van de internationale wielerunie UCI op het USADA-rapport. Wintels “De UCI was in haar eerste reactie passief en pas een week later initieerden ze een onderzoekscommissie. Enerzijds willen ze onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om renners en begeleiders met een dopingverleden te verwijderen uit de sport en anderzijds moet die commissie ook het eigen functioneren van de UCI onderzoeken, met betrekking tot de zaken die in het USADA-rapport aan het licht zijn gekomen. Wij vinden het op zich prima dat de UCI die commissie in het leven roept, maar we vinden ook dat iedere nationale bond daarenboven haar eigen verantwoordelijkheid heeft om binnen haar eigen reikwijdte vast te stellen hoe het anti-dopingbeleid functioneert.”
Eigen verantwoordelijkheid
Hoewel de UCI volgens Wintels niet snel en adequaat genoeg heeft gereageerd op het USADA-rapport, waakt de KNWU-voorzitter ervoor om de internationale wielerunie tegen de haren in te strijken. “Wij beschouwen ons onderzoek als onze eigen verantwoordelijkheid en als aanvullend op wat de UCI doet. Je ziet nu ook dat we bijvoorbeeld in België en Australië navolging krijgen met nationale onderzoeken. Voor de UCI is het misschien ook nauwelijks mogelijk om in honderd verschillende landen onderzoek te doen, dus het is goed dat nationale bonden daar zelf mee aan de slag gaan. We hebben de UCI keurig op de hoogte gesteld van ons voornemen om nader onderzoek te verrichten.”
Ten goede gekeerd
Dat er in de wielersport een dopingvraagstuk op tafel lag, was ook vóór het USADA-rapport over Lance Armstrong verscheen al bekend. Waarom heeft de KNWU niet eerder een onderzoek ingesteld? “We proberen als KNWU heel lang naar buiten toe uit te stralen dat we doping niet tolereren. We hebben op dat gebied ook voorstellen gedaan. Ik pleit al jaren voor een schorsing van vier jaar in plaats van twee jaar voor een dopingovertreding. Gelukkig zien we dat het WADA (wereld anti-dopingagentschap, red.) deze week met een voorstel komt om de straf te verhogen tot vier jaar. We zetten al jarenlang allerlei stappen om doping aan te pakken, kijk naar de whereabouts en het bloedpaspoort. Reden om daarenboven nu die onderzoekscommissie in te stellen is dat het USADA-rapport wel een heel schokkend beeld laat zien en dat in Nederland de belangrijkste sponsor in de sport na zeventien jaar zegt geen vertrouwen meer te hebben in de instituties van de sport. Er is meer dan ooit sprake van een geloofwaardigheidcrisis in het wielrennen. Overigens moeten we daarbij wel constateren dat het USADA-rapport praktijken beschrijft uit de periode 2005-2008. We nemen aan dat het de laatste jaren wel ten goede is gekeerd.”
Waarop is de aanname gebaseerd dat er op dit moment minder sprake is van dopinggebruik dan vijf jaar geleden? “Op datgene wat de UCI en de dopingautoriteiten zeggen”, aldus Wintels. ”Bovendien hebben we sinds een paar jaar de bloedpaspoorten en het systeem van de whereabouts. De grip en de controle op doping is daarmee enorm vergroot. De maatregelen die zijn genomen en de uitslagen van de bloedwaarden rechtvaardigen de veronderstelling dat we een steeds schonere sport krijgen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen probleem is met de geloofwaardigheid en de cultuur.” Het herstellen van die geloofwaardigheid heeft volgens Wintels tijd nodig.
Geen ‘Barbertje moet hangen’
De onderzoekscommissie is een eerste stap op weg naar dat herstel. In eerste instantie dacht de KNWU erover een waarheidscommissie in te stellen, maar dat werd uiteindelijk een onderzoekscommissie. Waarom? “De waarheid, dat is wel een erg groot woord en dat gebruiken we liever niet. Ons onderzoek gaat in essentie om het systeem, minder om individuele gevallen. Het is voor de KNWU - en trouwens ook voor de UCI - beleidsmatig belangrijk. Het gaat ons er niet primair om sporters in een beklaagdenbank te zetten, we gaan niet op de stoel van de dopingautoriteiten zitten. Het is niet ‘Barbertje moet hangen’, het draait om de vraag hoe het systeem functioneerde en inmiddels functioneert, welke verbetermaatregelen nodig zijn en hoe de sport zijn geloofwaardigheid terugkrijgt.”
De opdracht van de te vormen commissie is tweeledig. Enerzijds moet de commissie ‘de gangbare praktijken en systemen ten aanzien van het dopingvraagstuk in Nederland zichtbaar maken, tekortkomingen blootleggen en laten zien welke stappen inmiddels zijn gezet en nog gezet moeten worden. Anderzijds vraagt de KNWU ook expliciet om ‘concrete aanbevelingen en voorstellen ter verbetering van de huidige antidopingaanpak.’ Hoever gaat de commissie daarbij terug in het verleden? “De commissie moet de reikwijdte voor een groot gedeelte zelf invullen. Elke grens is arbitrair. Het gaat ons erom lering te trekken uit het verleden. Teruggaan naar 1973 heeft niet veel zin, maar we willen wel vaststellen in hoeverre er de afgelopen vijf tot tien jaar sprake is geweest van een dopingcultuur op systeemniveau.”
Harm Kuipers
Vorige week had Sport Knowhow XL een interview met Harm Kuipers die pleit voor lagere straffen voor dopingzondaars en betere voorlichting. Wintels heeft het gelezen en is het slechts ten dele eens met Kuipers. “Als het gaat om goede voorlichting ben ik het helemaal met Kuipers eens. Maar lagere straffen voor dopingzondaars vind ik een slecht plan. Het systeem van de afgelopen twintig jaar heeft laten zien dat de straffen niet hoog genoeg waren. Doping is weliswaar niet meer dan een overtreding van de regels, maar daarin zitten gradaties. Het is iets anders dan een handsbal bij het voetbal. Het gaat ook om de gezondheid van de sporters en je moet mensen tegen zichzelf in bescherming nemen. Er zijn ook mensen die zeggen: geef het allemaal maar vrij. Maar ik wil niet dat het in de sport normaal is dat mensen met allerlei spuiten in hun lijf zetten voordat ze gaan rondrijden.”
Wintels gelooft dat de sport op dit moment schoner is dan vijf jaar geleden en hij gelooft ook dat het op de lange duur goed komt met het wielrennen: “Niemand zal mij horen zeggen dat de sport ooit helemaal zonder overtreders zal zijn, maar ik geloof dat we op de goede weg zijn en ik denk dat het mogelijk is het dopingvraagstuk te beheersen en de wielersport zijn geloofwaardigheid terug te geven.” Wat is daarvoor nodig? “Een cultuuromslag. Zolang er nog steeds zoveel mensen in de sport rondlopen die de cultuur van tien jaar geleden mede hebben bepaald, is de geloofwaardigheid van de sport in het geding. Je moet bij excommunicatie altijd rekening houden met de nuances, maar wil je als sport echt je geloofwaardigheid terugkrijgen, dan zal er een zelfcorrigerend vermogen moeten komen.”
De onderzoekscommissie zal aanbevelingen doen ten aanzien van dat zelfcorrigerend vermogen. Dat doet de commissie onafhankelijk van de KNWU. “We zoeken experts die de zaak volledig onafhankelijk en zonder belangen kunnen onderzoeken. Het zal een gezaghebbende commissie zijn van mensen buiten de inner circle van het wielrennen”, aldus Wintels. Uiterlijk 1 juni 2013 moet het rapport op tafel liggen.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.