8 oktober 2009
Nieuws
De Werkgroep Evaluatie SPortevenementen (WESP), waarover eerder al is gepubliceerd door Sport Knowhow XL (zie hier), is gestart met haar eerste missie: het onderzoeken van de economische effecten en de belevingswaarde van La Vuelta, de Spaanse wielerronde die eind augustus in Assen van start ging.
Aan de WESP zijn maar liefst zes Nederlandse hogescholen verbonden. Naast de Hogeschool van Nijmegen en Arnhem (HAN) - die dit voorjaar het initiatief nam om de werkgroep te starten - zijn ook de hogescholen van Rotterdam (HRO), Breda (NHTV), Den Haag (Haagse Hogeschool), Groningen (Hanzehogeschool) en Leeuwarden (NHL) aan de WESP verbonden. Een belangrijke reden voor het oprichten van de werkgroep - waarin ook NOC*NSF, Rotterdam Topsport, Nijmeegse Vierdaagse Feesten en Sport&Recreatie Rotterdam zijn vertegenwoordigd - is het delen van kennis door HBO-instellingen.
“Hoewel de HAN in principe genoeg kennis in huis heeft om economische effectstudies uit te voeren, zouden we door alleen te werk te gaan geen bijdrage leveren aan kennisverspreiding”, licht docent-onderzoeker Egbert Oldenboom van de HAN toe. “Nu we met zes hogescholen samenwerken, wordt de discussie over de kosten en opbrengsten van grote sportevenementen op een hoger niveau getild. Bovendien is het door de geografische spreiding van de hogescholen organisatorisch veel gemakkelijker om sportevenementen in verschillende regio’s te onderzoeken en zo van elkaars ervaringen te leren.” Ook in het waarborgen van de objectiviteit van de onderzoeken heeft de WESP - die de onderzoeken overigens niet zelf uitvoert, maar als begeleidingscommissie voor de uitvoerende hogescholen dient - een belangrijke functie. Oldenboom: “Wanneer de ene hogeschool bepaalde resultaten iets te positief interpreteert, kan één van de anderen aan de bel trekken.”
Economische impuls voor Drenthe?
De economische effectrapportage van La Vuelta - waar de provincie Drenthe opdracht voor heeft gegeven - belicht verschillende kanten van het sportevenement. Allereerst wordt aan de hand van de afgenomen straatinterviews nagegaan waaruit de economische impuls voor Drenthe bestaat. Om dit te berekenen is zowel naar de bezoekersbestedingen als naar de bestedingen van betrokken organisaties gekeken. “Daarnaast wordt achterhaald wat het evenement daadwerkelijk heeft toegevoegd voor de provincie”, vertelt Oldenboom. “Hiervoor is het van belang om te meten welke bestedingen niet hadden plaatsgevonden zonder het evenement. Met andere woorden: wat heeft La Vuelta extra opgeleverd?”
In het rapporteren van dergelijke economische effecten moet volgens Oldenboom echter altijd rekening gehouden worden met een aantal belangrijke zaken. “De grootste valkuil is dat je alle bestedingen die je tegenkomt in het onderzoek meeneemt”, zo legt hij uit. “Niet alle bestedingen vallen namelijk onder het kopje ‘extra’. Daarnaast moet je onderscheid maken tussen het aantal bezoekers en het aantal bezoeken. Eén bezoeker kan namelijk meerdere keren een evenement bezoeken, waardoor het aantal bezoeken in dat geval hoger komt te liggen dan het aantal bezoekers. Bij het berekenen van het aantal overnachtingen is dit onderscheid bijvoorbeeld erg belangrijk.” Zowel het aantal bezoekers als het aantal bezoeken is in het geval van La Vuelta, een evenement dat in de open lucht plaatsgevonden heeft, echter niet zo eenvoudig te achterhalen. “Door de capaciteit van een bepaalde route te meten en het aantal rijen bezoekers met behulp van speciaal daarvoor gemaakte luchtfoto’s te tellen, hebben we hier toch een goed beeld van kunnen krijgen.”
Effectmeting voor ieder sportevenement mogelijk
De effectrapportage van La Vuelta zal aan het eind van het jaar verschijnen, en is voor geïnteresseerden vrij toegankelijk via internet. “We zijn geen black box waar ineens één getal uitkomt”, aldus Oldenboom. “Alle metingen en resultaten zullen openbaar worden gemaakt.” Dit geldt overigens niet alleen voor het onderzoek naar La Vuelta, maar bijvoorbeeld ook voor de Grand Départ van de Tour de France, die in 2010 in Rotterdam zal plaatsvinden. Ook de economische effecten van dit evenement zullen namelijk door de aan de WESP verbonden hogescholen onderzocht gaan worden.
Op de vraag of ook andere grote sportevenementen in Nederland geschikt zouden zijn voor een dergelijk onderzoek, antwoordt Oldenboom bevestigend. “In principe kan van elk sportevenement een economische effectmeting worden gedaan”, zo meent hij. “Een onderzoek moet echter wel op touw gezet worden: de organisatie ervan kost tijd en geld. Soms is er wel vraag naar een onderzoek, maar is er eenvoudigweg niet de capaciteit om het onderzoek uit te voeren. Dit laatste was het geval bij het WK Judo, dat onlangs in Rotterdam plaatsvond.”
Het WK Turnen en het WK Tafeltennis zijn evenementen waar de deelnemers van de WESP op dit moment wél mee bezig zijn. “Ook zijn er contacten gelegd met de organisatie van de Giro”, licht Oldenboom toe. “Naast de economische effecten van deze sportevenementen zal de werkgroep zich ook buigen over het meten van de belevingswaarde, de promotionele effecten en de gevolgen voor de breedtesport.” Zoals al in het eerder verschenen artikel op Sport Knowhow XL werd vermeld, zal deze aanpak uiteindelijk leiden tot een blauwdruk voor onderzoek naar alle sportevenementen in Nederland.
Voor meer informatie: Egbert Oldenboom, egbert.oldenboom@han.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.