7 maart 2013
Nieuws
Op Cyprus werd afgelopen november het European Youth and Sport Forum (EYSF) georganiseerd; een zesdaagse conferentie, bedoeld voor jonge sportleiders tot en met 30 jaar uit heel Europa. De Nederlandse Elise van Casteren nam als adviseur van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) deel aan het congres. Nu wil ze ontdekken wat de Nederlandse sportwereld kan opsteken van de conferentie-uitkomsten.
Sinds 2004 wordt het EYSF gehouden en vanaf de tweede editie in Groot-Brittannië (2005) neemt de voorzitter van de Europese Unie de organisatie van het sportforum voor zijn rekening. Vandaar dat havenstad Larnaca het decor was van de conferentie; Cyprus was EU-voorzitter in de tweede helft van 2012.
Leerzaam
In die zes congresdagen heeft Van Casteren veel geleerd. “En niet eens zoveel van de presentaties of lezingen. Daarin was de nieuwswaarde vrij laag. Maar ik heb wel ontzettend veel opgestoken door gesprekken te voeren met Europese sportcollega’s.”
Dat gezelschap van collega’s was divers. Zo waren er afvaardigingen van landelijke sportorganisaties en sportbonden, van lokale sportverenigingen, maar ook studenten. Van Casteren benadrukt dat toegang op het forum alleen mogelijk was als een deelnemer officieel werd afgevaardigd door een sportorganisatie.
Haar belangrijkste conclusie na al die kennisuitwisseling? Van Casteren: “Dat we het in Nederland op sportgebied allemaal goed voor elkaar hebben vergeleken met andere landen”, zegt ze overtuigd.
“Zowel op het gebied van faciliteiten en voorzieningen, maar ook wat betreft overheidssteun in allerlei programma’s en projecten, landelijk en lokaal. Daarnaast hebben we met NISB als enig Europees land een overheidsgesubsidieerd sportkenniscentrum met veel kennis over sport en bewegen.”
Slotverklaring
Om het congres af te sluiten schreef een afvaardiging van de in totaal 86 deelnemers uit 28 landen een slotverklaring met daarin raadgeving voor de Europese Unie op sportgebied, gefocust op de drie thema’s waar het sportforum om draaide: sportparticipatie, gezondheid en vrijwilligerswerk.
Eindresultaat was een totaal van acht aanbevelingen en 21 actiepunten op de drie gebieden waar de EU volgens de sportjongeren meer energie in moet steken. Zelf zat Van Casteren in de groep die adviezen op het gebied van gezondheid moest voordragen.
Waardevol
Van Casteren ziet de eerste aanbeveling op het gebied van gezondheid als zeer waardevol. Daarin pleiten de jongeren voor het in kaart brengen van wetenschappelijk onderzoek naar sportparticipatie, om zo gericht de gaten in dat onderzoeksgebied te dichten. Tegelijkertijd moeten daarbij succesvoorbeelden gebundeld worden, zodat landen niet constant opnieuw het wiel moeten uitvinden.
“Verspreid over Europa zijn er zoveel goede voorbeelden van sportparticipatie. Het is altijd goed om van elkaar te leren en ik denk dat Nederland daar ook wat aan heeft. Zo’n Europees platform is dan handig”, zegt Van Casteren over het gezondheidsvoorstel.
Daarnaast beschouwt Van Casteren twee aanbevelingen op het gebied van vrijwilligerswerk als nuttig. Centraal in die adviezen staat dat vrijwilligers meer erkenning moeten krijgen voor hun bijdragen aan de sport- en beweegwereld binnen Europa. Zowel op het gebied van beeldvorming, maar ook werkelijke erkenning in de vorm van bijvoorbeeld studiepunten.
Van Casteren: “Je moet vrijwilligerswerk op je cv kunnen zetten, geaccepteerd als een vorm van leren of werkervaring. Incorporatie in Europass, de Europese standaard voor cv’s, zou daarbij helpen. Met vrijwilligerservaring zou je een streepje voor moeten hebben in de sollicitatieprocedure.”
Op het congres merkte Van Casteren dat jongeren bulkten van ervaring, puur vanwege hun vrijwilligerswerkzaamheden. “Bijvoorbeeld als trainer, organisator of via besturen bij onder andere lokale sportverenigingen”, benadrukt de sportadviseur.
Verschillen
In de werkgroepen tijdens het sportforum gingen deelnemers met elkaar de discussie aan. Daarin observeerde Van Casteren duidelijke verschillen tussen Europese landen op sportgebied, en dan met name tussen Noord-/West-Europa en Zuid-/Oost-Europa.
“West-Europese landen hebben veel faciliteiten op sportgebied, vergeleken met landen als Bulgarije of Spanje”, concludeert Van Casteren. Als voorbeeld noemt zij methodes om autistische jongeren aan het sporten te krijgen of flexibele uren op brede scholen om te sporten.
Die verschillen leverden interessante gesprekken op: “Zo zijn fietssnelwegen - met zo min mogelijk stoplichten zodat mensen eerder de fiets pakken - bij ons ingeburgerd. De Bulgaren hadden daar nog nooit van gehoord en zij wilden die voorziening meteen in de eindverklaring zetten, maar je kunt dit moeilijk opnemen als algemene aanbeveling aan de EU.”
Van Casteren legt uit dat adviezen in de slotverklaring eerst op elk EU-land toepasbaar moesten zijn en daarnaast realistische doelen moeten nastreven, voordat de verklaring naar de EU ging. “Daar stond best veel druk op. Iedereen was heel betrokken. Met name de Italianen en Spanjaarden verdedigden hun standpunten vol passie.”
De forumdeelnemers spraken na het congres af de aanbevelingen uit de verklaring vanuit zijn of haar sportfunctie zo goed mogelijk uit te zetten in eigen land.
Nederlandse behoefte
Van Casteren is momenteel volop bezig haar EYSF-belofte in te lossen. Dit doet ze samen met de andere Nederlandse participante, Annemiek Pas van Stichting de Vrolijkheid. Het landelijke netwerk dat Van Casteren heeft opgebouwd als NISB-adviseur moet daarbij helpen.
Tijdens het sportforum op Cyprus beschouwde Elise het delen van goede sportvoorbeelden en kennis over sport en bewegen als hoofdbezigheid. Terug in Nederland willen Van Casteren en Pas graag weten waar de Nederlandse sportwereld behoefte aan heeft en of de aanbevelingen uit de slotverklaring aansluiten op de Nederlandse situatie en behoeftes op sportbeleid.
“We willen eerst kijken waar die behoefte precies ligt voordat we grote organisaties benaderen”, zegt Van Casteren over de huidige fase van haar onderzoek. “Een discussie over de aanbevelingen moet meer laten zien”.
De sportliefhebster nodigt bezoekers van Sport Knowhow XL dan ook van harte uit om de EYSF aanbevelingen te bekijken met een Nederlandse bril. Een Nederlandse vertaling van de slotverklaring - met aanbevelingen en actiepunten - is hier te vinden. Van Casteren werpt de volgende vragen op:
'Sluiten de aanbevelingen uit de EYSF-slotverklaring aan op eventuele hiaten of witte vlekken in de Nederlandse situatie van Gezondheid, Vrijwilligerswerk of Participatie in de sport? Hoe kunnen deze aanbevelingen in actie worden gezet en wie dient daarbij betrokken te worden?'
Voor meer informatie: Nederlandse vertaling van de slotverklaringDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.