28 augustus 2025
Nieuws
door: Emilie Maclaine Pont | 28 augustus 2025
Hoe druk je in geld uit dat mensen gelukkiger worden, zich minder eenzaam voelen en meer gaan bewegen? Het zijn effecten die lastig in cijfers te vangen zijn, maar toch wagen onderzoekers van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) zich eraan. Voor de Stichting Sociale Sportschool, een initiatief dat sport en ontmoeting combineert, berekenden zij de maatschappelijke waarde van een bootcamp-sessie: bijna duizend euro.
De Sociale Sportschool is geen doorsnee sportschool. Waar in een gewone bootcamp autobanden, kettlebells en TRX-banden worden ingezet, spelen hier rollators en rolstoelen de hoofdrol. Jonge sporters en ouderen vormen samen een team. De jongeren leveren de spierkracht, de ouderen moedigen aan of doen mee op hun eigen manier. Zo ontstaat een setting waarin niet alleen fysieke grenzen worden verlegd, maar ook sociale muren worden geslecht.
De Sociale Sportschool draait inmiddels op meerdere plekken in Nederland en wekt met zijn creatieve aanpak veel enthousiasme. Maar enthousiasme alleen is niet genoeg om financiers en beleidsmakers te overtuigen. “In gesprekken met gemeenten, zorgorganisaties en fondsen komt steevast de vraag: wat levert het op?”, zegt Jelle Schoemaker, onderzoeker en sporteconoom aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN). “Dat was voor de Sociale Sportschool aanleiding om ons te vragen de maatschappelijke waarde van hun werk te berekenen.”
Met dat doel ontwikkelde de HAN samen met Kenniscentrum Sport & Bewegen eerder de Impactwijzer: een instrument dat sportorganisaties helpt de effecten van hun werk inzichtelijk te maken. Schoemaker: “Impact meten klinkt mooi, maar het is vaak ingewikkeld. Met de Impactwijzer hebben we theorie, voorbeelden en vragenlijsten gebundeld, zodat sportorganisaties ermee aan de slag kunnen. Soms doen studenten er onderzoek mee, soms schakelen organisaties experts in. In dit geval hebben wij het samen met collega Tom Naberink uitgevoerd.”
Van beweegminuten naar euro’s
De impactanalyse kent twee stappen. Eerst is vastgesteld welk effect deelname heeft op het gedrag van de deelnemers. Gaan ze meer bewegen? Voelen ze zich fitter of minder eenzaam? Vervolgens is gekeken hoe waardevol die veranderingen zijn voor de samenleving.
Schoemaker legt uit hoe dat werkt: “We gebruiken de zogenaamde wellbeing valuation approach. Stel dat iemand zich door deelname gelukkiger voelt. Dan vragen we: hoeveel extra inkomen zou nodig zijn om diezelfde stijging in welzijn te realiseren? Op die manier kunnen we de effecten vertalen naar een monetaire waarde. Dat maakt de opbrengst concreet en vergelijkbaar.”
De resultaten zijn opvallend. Van de zestien deelnemers aan een gemiddelde sessie – acht jongeren en acht ouderen – blijken bijna zes jongeren meer te bewegen dankzij de Sociale Sportschool. Bij de ouderen gaat het om ruim zeven van de acht, waarvan bijna twee mensen ook minder eenzaam zijn geworden. Dat effect weegt zwaar mee: onderzoek laat zien dat het verminderen van eenzaamheid een drie keer zo groot effect heeft op welzijn als extra bewegen.
Alles bij elkaar leidt één bootcamp tot een maatschappelijke waarde van ongeveer duizend euro. Per deelnemer komt dat neer op 65 euro per sessie, ofwel 257 euro per maand. De locaties die structureel draaien, genereren zo tussen de drieduizend en vijfduizend euro maatschappelijke waarde per maand.
Meer dan een rekensom
De kracht van dit onderzoek, mogelijk gemaakt door het Agis Innovatiefonds, zit niet alleen in de eurobedragen, benadrukt Schoemaker. “Natuurlijk is het indrukwekkend om te zeggen: een bootcamp van de Sociale Sportschool levert duizend euro op, maar de echte waarde zit in de verhalen van deelnemers. Vooral bij ouderen zien we dat bijna niemand zonder dit initiatief in beweging zou komen. Dat maakt de impact enorm. Zeker als ze zich minder eenzaam voelen door de activiteit.”
Het onderzoek liet ook verschillen tussen locaties zien. Op sommige plekken was de opbrengst groter dan elders. Dat kan te maken hebben met de manier waarop deelnemers worden geworven, het moment van de week waarop een sessie plaatsvindt of de betrokkenheid van zorginstellingen. Schoemaker: “Daar kunnen organisaties van leren. Als je bijvoorbeeld weet dat het effect vooral groot is bij mensen die eenzaam zijn, kun je daar beter op inzetten.”
Grenzen en mogelijkheden
De onderzoekers zijn de eersten om te erkennen dat de methode nog niet perfect is. “We hebben gebruikgemaakt van vragenlijsten die deelnemers zelf invullen”, zegt Schoemaker. “Dat is laagdrempelig en niet belastend, maar ook minder nauwkeurig. Met beweegsensoren kun je veel preciezer meten hoeveel iemand beweegt, en met uitgebreidere vragenlijsten kun je eenzaamheid beter in kaart brengen. Dat zijn stappen voor de toekomst, als er meer tijd en middelen zijn.”
Toch biedt dit onderzoek nu al waardevolle inzichten, vindt Schoemaker: “Sport levert veel meer op dan fysieke fitheid alleen. Het draagt bij aan geluk, gezondheid en verbondenheid. Als we dat beter weten te kwantificeren, kunnen we sport steviger positioneren in beleid en financiering. Zo laat dit onderzoek zien dat sportinitiatieven zoals de Sociale Sportschool niet alleen leuk of sympathiek zijn, maar ook een aantoonbare maatschappelijke waarde hebben.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.