8 maart 2012
Nieuws
‘Er bestaan spanningen tussen de uitgangspunten en doelstellingen van het huidige sportbeleid en het liberale gedachtegoed.’ Dat schrijft de Teldersstichting in het rapport ‘Manifestaties van de Vrijheid des Geestes, een liberale kijk op cultuur en sport’, dat woensdag 7 maart werd gepresenteerd. Het wetenschappelijk bureau van de VVD doet daarin een aantal aanbevelingen, waaronder: ‘Stop met politiek geïnitieerde draagvlakontwikkeling voor topsportevenementen’. Coauteur Ivo van Hilvoorde licht toe: “Het rapport zet vooral vraagtekens bij een aantal dominante legitimeringen van het huidige sport- en cultuurbeleid.”
De samenvatting van het rapport begint met een opmerkelijke constatering: ‘Wie van enige afstand de ontwikkeling van het cultuurbeleid en het sportbeleid bekijkt, zou die in één zin kunnen samenvatten met de vaststelling dat de overheid op het terrein van de cultuur haar vanzelfsprekende financiële betrokkenheid ter discussie heeft gesteld, terwijl zij op het terrein van de (top)sport haar traditioneel afzijdige houding heeft laten varen.’ Sport en cultuur zijn in Den Haag twee verschillende beleidsterreinen, maar vanuit een liberaal filosofisch oogpunt hebben de twee veel met elkaar gemeen. “De titel van het rapport – afkomstig uit een citaat van professor Telders zelf – verwijst ook naar die overeenkomsten”, aldus Van Hilvoorde. “Het gaat in beide gevallen om gedragingen van mensen die nooit helemaal te reduceren zijn tot financiële plaatjes en het nut voor de samenleving. Johan Huizinga wijst met zijn Homo Ludens ook naar de grondslag van alle cultuur: de spelende mens.” Dat sport en cultuur in Den Haag heel anders worden benaderd, is volgens Van Hilvoorde historisch gegroeid: “Dat heeft er onder meer mee te maken dat de beleidsterreinen zijn ondergebracht bij verschillende ministeries en het komt ook doordat sportbeleid steeds meer op één lijn is gesteld met gezondheidsbeleid. Die vanzelfsprekendheid zou doorbroken moeten worden.”
Dat gezondheidsbeleid is één van de drie achterliggende legitimatiegronden voor overheidssteun aan topsport. Dit komt voort uit de gedachte dat bewegen gezond is en dat topsport een stimulans is voor breedtesport. “Nog los van de kwestie of topsport inderdaad een stimulans is voor breedtesport – daar kun je ook vraagtekens bij zetten – is het vanuit een liberaal oogpunt zeker niet vanzelfsprekend dat de overheid zich zo nadrukkelijk bemoeit met de persoonlijke levensstijl van mensen, bijvoorbeeld als het om hun gezondheid gaat. Op dat gebied is het paternalisme van de overheid nogal uit de hand gelopen; het staat in ieder geval op gespannen voet met liberale beginselen”, aldus Van Hilvoorde.
Een andere legitimatiegrond voor topsportsubsidies is het aanwakkeren van nationale trots en saamhorigheid. Ook in dit geval zetten de auteurs vraagtekens bij de vaak voor feit aangenomen conclusie dat topsportsuccessen structureel de nationale trots bevorderen. “Bovendien staat het aanwakkeren van collectieve gevoelens van nationale trots op gespannen voet met het liberale gedachtegoed, dat uitgaat van het individu en niet van het collectief.” Ook bij de derde legitimatiegrond – topsportevenementen genereren economische opbrengsten – plaatst het rapport zowel praktische als principiële kanttekeningen. “Naast de vraag of topsportevenementen economisch rendabel zijn, is het de vraag of het vanuit liberale principes logisch is om dat soort economische activiteiten van overheidswege te steunen.”
Bovengenoemde vragen worden in het rapport uitgebreid behandeld en voor het sportbeleid leidt dat onderzoek tot twee belangrijke aanbevelingen. Als eerste: ‘Leg in het sportbeleid primair het accent op de facilitering van breedtesport en wees terughoudend met overheidssteun aan topsport.’ Deze aanbeveling komt voort uit het liberale principe om voor alle individuen gelijke kansen te creëren in de maatschappij. Sportbeleid moet volgens het rapport primair een zaak zijn voor gemeenten die de sportdeelname van burgers kunnen faciliteren.
De tweede, al in de inleiding van dit artikel genoemde aanbeveling luidt: ‘Stop met politiek geïnitieerde draagvlakontwikkeling voor topsportevenementen.’ Daarmee plaatst de Teldersstichting impliciet kanttekeningen bij de omarming van het Olympisch Plan 2028 door het kabinet. “Die hele draagvlakdiscussie is wonderlijk”, aldus Van Hilvoorde. “Als er in de maatschappij geen draagvlak is voor ontwikkelingssamenwerking, wordt dat gebruikt als legitimatie om te bezuinigen. Als er geen draagvlak is voor het Olympisch Plan, wordt er geroepen dat we het draagvlak moeten verhogen.” De Teldersstichting roept op tot bezinning en een consequentere hantering van de liberale principes als het gaat om sport- en cultuurbeleid. “In het cultuurbeleid zien we dat de overheid geneigd is steeds meer aan de markt over te laten en in de sport zien we een tegengestelde beweging. Dat laatste is vanuit het liberale gedachtegoed niet vanzelfsprekend.”Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.