Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Voorzitter jos hell laat judobond met gerust hart achter

Voorzitter Jos Hell laat judobond met gerust hart achter

5 september 2013

Nieuws

door: Leo Aquina | 5 september 2013

Eind november neemt Jos Hell (72) na twaalf jaar afscheid als voorzitter van de Judobond Nederland. Afgelopen maandag keerde hij terug van het WK in Rio de Janeiro, waar de Oranje-equipe vijf medailles veroverde. “Dat zijn er drie meer dan op de Olympische Spelen in Londen. Missie geslaagd”, zegt de preses. Met Sport Knowhow XL kijkt Hell terug op een bewogen periode als voorzitter van de JBN: “Het is aan anderen om over mij te oordelen, maar ik denk dat de judobond onder mijn leiding in rustiger vaarwater terecht is gekomen.”

Als we hem vragen naar zijn grootste verdienste als voorzitter van de bond, citeert Hell uit een radio-interview met Theo Plasschaert op de avond van zijn aantreden in 2001. “Ik was zowel vanuit de bondsraad als vanuit het bestuur benaderd om de voorzittersfunctie over te nemen, in eerste instantie tijdelijk. Het eerst wat Theo in dat interview zei was: ‘Je moet wel een enorme masochist zijn om voorzitter van deze bond te willen worden.’ Vóór mijn aantreden waren er voortdurend conflicten en er waren drie voorzitters op rij weggestuurd. Ik heb toen tegen Theo gezegd dat ik niet was aangetreden als de volgende bestuurder wiens hoofd op het hakblok kwam. We moeten het samen doen. Dat heb ik toen benadrukt, dat was destijds mijn ambitie."

"Als ik kijk hoe we er als bond nu voorstaan, dan denk ik dat het allemaal wat rustiger en reëler is geworden. Om een voorbeeld te noemen: ik ben erin geslaagd om Willem Ruska en Anton Geesink - die al jaren in onmin leefden - weer bij elkaar te brengen. Daar ben ik best trots op. Natuurlijk zijn er meningsverschillen en niet alles hoeft pais en vree te zijn, maar uiteindelijk moeten we de handen ineen slaan en tot zaken komen. Het is niet productief om mensen te beschadigen. Daarnaast ben ik trots op de sportieve prestaties van de afgelopen jaren. We hebben in mijn bestuursperiode vijf wereldkampioenen gehad en een vracht aan Olympische medailles. We hebben een WK en een EK judo georganiseerd in Nederland en we behoren tot de top-acht van de wereld.”

Spijt?
Zijn er nog zaken waar Hell achteraf met spijt op terugkijkt? “Ik heb me wel eens moeten inhouden op momenten dat er dingen gebeurden die in mijn ogen niet konden. Het heeft me best vaak moeite gekost om me in te houden omwille van de lieve vrede. Mensen hebben me het ook wel eens aangerekend dat ik niet met de vuist op tafel heb geslagen. Het ging dan bijvoorbeeld over zaken als regelgeving en ook over de relatie van de bondsraad met het bestuur. Tegenwoordig is die verhouding anders, maar in het verleden bemoeide de bondsraad zich te pas en te onpas met het beleid. Ze claimden het hoogste orgaan in de bond te zijn en meenden daarom dat het bestuur precies moest doen wat zij zeiden. Daarmee doorkruiste de bondsraad de bestuurlijke verantwoordelijkheid. De bondsraad is er om het bestuur te controleren niet om zelf te besturen. Op dit gebied hebben we veel verbetering geboekt, al zijn we nog niet zover als ik had willen zijn.”

Bestuurlijke herstructurering
“We hebben in 2010 een rapport laten opstellen door Anderson Elffers Felix, dat heeft geleid tot een bestuurlijke herstructurering. Daarin staan aanbevelingen over bijvoorbeeld het omlaag brengen van het aantal leden van de bondsraad. Dat is inmiddels teruggebracht van 47 naar 35, maar het moet nog verder omlaag. Een ander punt zijn de districtsbesturen. Die moeten verantwoording afleggen aan hun leden en niet aan het hoofdbestuur. Op die manier heb je twee verschillende besturen binnen één organisatie. Dat zijn zaken die nog moeten worden gewijzigd.”

Financiële problemen
Aanvankelijk had Hell gepland om in mei 2012 aftreden, maar hij wilde destijds eerst nog ‘problematische zaken’ uit de weg ruimen. Wat waren dat voor zaken en zijn die zaken naar tevredenheid afgerond? “Er kwam vlak voor mijn beoogde aftreden een financieel probleem boven tafel dat we niet hadden voorzien. Ik vond het mijn verantwoordelijkheid als voorzitter om daar niet van weg te lopen. Concreet kwam het erop neer dat zo’n 8.000 leden in de administratie stonden die er niet waren. In totaal moesten we ruim vier ton afboeken en daarmee stonden we op de rand van een faillissement. Daar kwam nog eens bij dat de technisch directeur op dat moment opstapte en dat de algemeen directeur met pensioen ging. Al die zaken tegelijk maakten dat het voor de continuïteit van de organisatie beter was om aan te blijven, hoewel ik vanwege mijn privésituatie eigenlijk al had besloten op te stappen. Ik ben verkozen voor een nieuwe periode van drie jaar, maar voor mezelf had ik wel al besloten dat ik die termijn niet per se vol zou hoeven maken.”

“Inmiddels is het financiële probleem van tafel en zijn de vacante functies ingevuld. We hebben fors bezuinigd. Gelukkig hebben we niemand hoeven te ontslaan, maar we hebben aflopende contracten niet verlengd, we hebben geen belangrijk internationaal toernooi meer georganiseerd en we hebben het jaarlijkse bondsblad niet meer uitgegeven. Daarnaast hebben we een contributieverhoging ingevoerd. Daar is wel een stevige discussie over gevoerd in de bondsraad, maar we hebben het erdoor gekregen. Vorig jaar hebben we een plus gedraaid van ruim vier ton en dit jaar verwacht ik opnieuw zwarte cijfers.”

Centralisatie topjudo
Hoewel de judobond in vergelijking met twaalf jaar geleden een oase van rust is, zijn er nog altijd meningsverschillen en die komen ook nogal eens in de media. Afgelopen weekend stond er een artikel in het NRC waarin coach Chris de Korte stevige kritiek uit op de plannen van technisch directeur Ben Sonnemans om het Nederlandse topjudo te centraliseren. De Korte vindt het geen goed plan om de regionale topjudocentra te vervangen door één centrale locatie. ‘Als je de toppers uit de centrale steunpunten wegtrekt, verliest de jeugd zijn bovenlaag om tegenop te kijken’, zo redeneert De Korte.

Volgens Hell is de judobond nog lang niet zover. “Voorlopig verandert er nog helemaal niets aan de huidige situatie met regionale steunpunten. In ons beleidsplan staat wel dat we verdere centralisatie willen onderzoeken. Natuurlijk brengt iedere verandering problemen met zich mee, maar het is de bedoeling om tot verbetering te komen. De vier regionale steunpunten (Heereveen, Eindhoven, Rotterdam en Haarlem - red.) blijven bestaan, maar we onderzoeken of het niet beter zou zijn de internationale topjudoka’s bij de senioren op één plek in het land samen te brengen waar je de krachten bundelt, waar je kan zorgen voor nog betere faciliteiten voor topsporters.”

Hell maakt duidelijk dat dit onderzoek los staat van het besluit dat technisch directeur Ben Sonnemans heeft genomen om de centrale coaches af te schaffen. “In het verleden kon iedere judoka zijn eigen centrale coach kiezen die hem of haar begeleidde. Dat leidde ertoe dat we bijvoorbeeld onlangs in Miami met zeventien judoka’s en veertien coaches zaten. Dat is enorm kostbaar bovendien leidt het tot onwerkbare situaties. Daarom zijn die centrale coaches afgeschaft en Chris de Korte was er daar één van. Voortaan ligt die rol op internationale toernooien bij de bondscoaches Marjolein van Unen en Maarten Arens. Dat staat los van de eventuele centralisatie van de seniorenjudoka’s op één locatie. Ik heb hierover met Chris de Korte gesproken en ook met bijvoorbeeld Mark Huizinga, die als oud-pupil natuurlijk opkomt voor zijn voormalige coach.”

Camiel Eurlings

Toen onlangs bekend werd dat Camiel Eurlings de opvolger wordt van koning Willem-Alexander als IOC-lid, reageerde Hell verrast. Voormalig IOC-lid Anton Geesink was altijd een groot voorstander van sporters op bestuurlijke posities. Hell had altijd een goede band met Geesink. In hoeverre heeft dat mede zijn oordeel over Eurlings bepaald? “Anton was mijn eerste leraar, samen met Jaap Nauwelaerts de Agé. Ik heb Anton meer dan vijftig jaar gekend en als voorzitter had ik bijna wekelijks contact met hem. Ik hechtte zeer aan zijn oordeel en hij heeft mij geholpen in het internationale verkeer, maar we waren het natuurlijk ook wel eens niet eens met elkaar.”

“Als je me vraagt naar de voordracht van Camiel Eurlings, dan denk ik niet dat mijn oordeel zozeer te maken heeft met de visie van Anton Geesink. Ik ken Eurlings niet goed, dus ik kan niet over zijn kwaliteiten oordelen. Wat ik wel weet is dat hij niet thuis gaf op het moment dat het Olympisch Plan 2028 ten grave werd gedragen en hij was daar nota bene voorzitter van. Dan vraag ik mij af ‘hoe sterk maak je je ervoor? Hoe belangrijk is het voor je?’ Van mij hoeven sportbestuurders echt niet per se een (top)sportachtergrond te hebben, maar het is wel belangrijk dat zij affiniteit hebben met de sport. Ik weet dat van Eurlings niet. Zijn benoeming is denk ik ingegeven door economische belangen. De olympische beweging heeft natuurlijk baat bij mensen met een stevig netwerk in het bedrijfsleven en dat heeft Eurlings natuurlijk. Op dat gebied kan hij ook wel wat betekenen. Kennelijk wogen die economische belangen zwaarder dan de sportieve.”

Opvolging

Hell treedt op 20 november af als voorzitter van de JBN. Op dit moment zoekt een selectiecommissie bestaande uit twee leden van het bondsbestuur, een districtsvoorzitter, een vertegenwoordiger namens aikido/jiujitsu en de algemeen directeur van het bondsbureau samen met Marcel Gasseling als externe adviseur naar een geschikte opvolger (klik hier voor de advertentietekst). “Er hebben zich al mensen gemeld en binnenkort starten de eerste gesprekken met kandidaten. De voornaamste uitdaging van mijn opvolger wordt uitvoering geven aan het beleidsplan waarin de clubs centraal staan. We willen via de clubs als bond weer naar een ledengroei toe. Het streefgetal is 55.000 leden in 2016. Tegelijkertijd willen we met de topsport bij de top-10 van de wereld blijven behoren.”

Collega-bestuurders over Jos Hell

André Bolhuis, voorzitter NOC*NSF:
"Jos was een bijzonder bestuurder door zijn bedachtzaamheid, overdachtzaamheid en betrouwbaarheid. Hij was daardoor ook van belang binnen de hele NOC*NSF-beweging. Bestuurlijk droeg hij de hoogste dan"

Marcel Wintels, voorzitter KNWU:

"Binnen NOC*NSF-verband was Jos wel altijd heel 'betrokken' en duidelijk aanwezig. Kleurrijk. Zeker ook iemand waar volgens mij naar geluisterd werd."

Jos Geukers, voorzitter KNGU:
"Hoewel Jos Hell en ik inhoudelijk minder met elkaar te maken hebben gehad, voelde ik allereerst steeds een band; we woonden beiden een tijdlang in De Liemers, oostelijk van Arnhem en hij liet regelmatig op een plezierige blijken me aandachtig te volgen met alles waarmee ik bezig was als burgemeester van Westervoort. Jos Hell is niet meteen het type 'imponerende' judoreus, dan denken we aan Anton Geesink, Wim Ruska en Mark Huizinga. Maar Jos heeft als Judobondvoorzitter wel langjarig laten zien dat hij evenals zij gedreven vasthoudend en gedisciplineerd net zo lang weet te duwen en te trekken totdat hij zijn doelen heeft bereikt. Kortom: zwarte band waardig!"

Hans Nieukerke, voorzitter NeVoBo:
"Wat mij opviel aan Jos: zijn eindeloze betrokkenheid bij en trots op de judosport. Ook zijn warme interesse in anderen is een mooie eigenschap. Hij behoort tot de schaarse categorie bestuurders waar participatie centraal staat en macht geen hoofdzaak is."

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.