10 december 2015
Nieuws
door: Thomas van Zijl | 10 december 2015
Enkels, vingers en duimen, voor volleyballers zijn het bij uitstek blessuregevoelige plekken. VeiligheidNL bracht de blessuregevallen in die sport nauwkeurig in kaart. Jaarlijks ontstaan er zo’n 170.000 volleybalblessures tijdens een training of wedstrijd, 64.000 worden medisch behandeld. De Spoedeisende Hulp (SEH) had het in 2014 overigens minder druk met volleyballers dan voorheen.
“Volleybal hoort qua blessures bij de grote jongens”, zegt Casper Dirks, unitmanager Sport bij VeiligheidNL. De andere sporten in dat rijtje zijn voetbal, hardlopen, tennis en fitness. Niet geheel toevallig allemaal sporten die door een grote groep mensen beoefend worden. “We kijken dan puur naar het aantal. Fitness is helemaal niet zo blessuregevoelig, maar er zijn nu eenmaal heel veel mensen zo af en toe in een sportschool te vinden. Dan loopt het al snel op.”
Van deze top vijf maakt VeiligheidNL jaarlijks een factsheet. Als er vraag naar is gebeurt dat ook voor andere sporten en blessures, bijvoorbeeld om een interventie te ontwikkelen. Dirks: “In die gevallen is het handig om te weten wat de uitgangssituatie is om later de effecten goed te kunnen meten.”
Dwarsdoorsnede
VeiligheidNL laat jaarlijks een groep van tienduizend mensen ondervragen die geldt als een dwarsdoorsnede van Nederland. Deze groep wordt vervolgens in verschillende categorieën opgedeeld. De verdeling wordt telkens fijnmaziger en aan het einde van de rit vormen de volleyballers een eigen subcategorie, net als bijvoorbeeld de voetballers. Dirks: “Die volleyballers splitsen we weer uit naar geslacht en leeftijd. Zo krijgen we een nauwkeurig beeld en kunnen we dus ook op maat gemaakte programma’s en interventies ontwikkelen.”
Sinds de eeuwwisseling is het aantal SEH-behandelingen voor volleybalblessures gehalveerd, van rond de zesduizend naar ongeveer drieduizend in de laatste jaren. De verklaring ligt waarschijnlijk niet direct in een daling van het aantal blessures, wel in een landelijke beleidswijziging onder huisartsen. Waar ze vroeger doorverwezen naar de SEH voor onder meer het maken van een foto, doen ze dat nu zelf.
Cruciale rol voor trainers
Vooral vingers en duimen blijken bij alle volleyballers blessuregevoelig. “Dit ligt voornamelijk aan de techniek,” zegt Dirks. Het is dus van belang meteen de goede beweging aan te leren. In dat opzicht is er een cruciale rol weggelegd voor trainers. De enkel is een ander aandachtspunt. In de helft van de gevallen is een behandeling op de SEH het gevolg van een val. Vaak is een verzwikte enkel daarvan de oorzaak. Meer stabiliteit is belangrijk. Samen met de Nederlandse Volleybal Bond (Nevobo) ontwikkelde VeiligheidNL de Voorkom blessures, Versterk je enkel-trainersset.
Trainers kunnen de bewezen effectieve oefeningen inpassen in hun programma en volleyballers kunnen zelf aan de slag met de gratis Versterk je enkel-app. Voor een andere meer chronische klacht - de zogenoemde jumpers knee - heeft VeiligheidNL een oplossing op het oog die in het hockey al goed werkt. Sinds dit jaar werkt de hockeybond (KNHB) met een specifiek voor hockey ontwikkeld programma om een goede warming-up te garanderen. Voor volleybal staat er een uitbreiding van dat programma op stapel, in het bijzonder gericht op de onderste én bovenste extremiteiten. Dirks:
“Op die manier proberen we het aantal blessures aan onder andere schouders en knieën terug te dringen. Bij ZonMw hebben we een voorstel ingediend dat past in hun sportblessurepreventieprogramma.”
Risicogroepen
Overigens blijkt uit het overzicht van VeiligheidNL duidelijk dat niet iedere volleyballer evenveel risico loopt. Vrouwen tussen de 35 en 49 en mannen ouder dan 50 jaar zitten vaker in de gevarenzone. Voor met name het hogere aantal blessures bij vrouwen van middelbare leeftijd is niet gemakkelijk een verklaring aan te voeren. Toch probeert Dirks het:
“Blessures zijn vaak het gevolg van te veel sporten, maar in dit geval geldt waarschijnlijk het omgekeerde. Deze groep sport geregeld, maar vermoedelijk te weinig om echt volleybalfit te zijn. Het is soms een wankel evenwicht tussen te veel en te weinig volleyballen.”
Voor de mannen speelt mee dat ze op leeftijd raken. Zelfs als ze erg veel sporten, gaan ze merken dat het lichaam niet altijd meer wil wat de geest wil. Dirks: “Helaas zullen we dat op een gegeven moment allemaal onder ogen moeten zien, maar ik raad iedereen aan toch lekker te blijven sporten.”
Voor meer informatie: www.veiligheid.nl/sportblessures
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.