30 mei 2013
Nieuws
Uit onderzoek van VeiligheidNL blijkt dat een toenemend aantal Nederlandse kinderen tussen 9 en 12 jaar sportblessures oplopen. Het aantal sportblessures in deze leeftijdscategorie steeg van 130 duizend blessures in 2006 naar 230 duizend in 2011. Per gesport uur is het blessurerisico bij deze kinderen met de helft toegenomen. Marco Brugmans - directeur van VeiligheidNL - legt de achtergrond van deze ontwikkeling uit en welke aanpak de stichting aanbeveelt.
Volgens Brugmans liggen twee ontwikkelingen ten grondslag aan de blessuretoename bij kinderen tussen 9 en 12 jaar. Allereerst bewegen kinderen te weinig, vertelt hij, wat ten koste gaat van hun motorische vaardigheden. Het aantal kinderen dat minimaal een uur per dag beweegt, is tussen 2006 en 2011 bijna gehalveerd. Ten tweede is er een groep kinderen die juist te intensief sport en daardoor overbelast raakt.
“Die eerste groep is veruit de grootste”, zegt Brugmans. “Dat zijn kinderen die eigenlijk alleen bewegen tijdens bewegingsonderwijs. Zij sporten weinig en spelen daarnaast niet of nauwelijks buiten, terwijl activiteiten als klauteren, klimmen en rennen de motoriek ontwikkelt.” Verminderd motorisch vermogen kan leiden tot letsel, wanneer het kind bijvoorbeeld tijdens een gymles een val niet goed kan opvangen.
De tweede groep is aanzienlijk kleiner. Brugmans: “Deze groep sport juist steeds meer. Soms wel vier keer per week. Overbelasting bij deze kinderen is een probleem omdat bewegingswetenschappers aantonen dat vóór en tijdens de groeispurt kinderen een verhoogd blessurerisico hebben.” Gemiddeld worden ongeveer tachtig kinderen per dag met sportblessures behandeld op de spoedeisende hulp in ziekenhuizen.
Wetenschappelijke fundering
Brugmans vindt het belangrijk dat er meer aandacht komt voor de kwaliteit van de sporttraining bij kinderen. “Sporten is gezond voor kinderen”, zegt hij. “Die relatie is door wetenschappers vaak aangetoond, onder meer in verband met overgewicht. Verder laat recent onderzoek zien dat kinderen die regelmatig bewegen, beter leren. Bewegen is vanuit dat oogpunt goed voor lichaam én geest bij kinderen”, zegt Brugmans.
“Maar in onze cijfers zagen wij een stijging van het aantal jonge kinderen met sportblessures, zowel uit enquêteonderzoek als op SEH-afdelingen (spoedeisende hulp - red.). Het maakte de huidige doorlichting van blessurecijfers bij kinderen relevant", aldus Brugmans. Hij legt uit dat het uiteindelijke onderzoek werd opgebouwd met - naast de waargenomen blessurestijging - nog twee aspecten.
“Een promotieonderzoek van het VUmc toonde aan dat motorische vaardigheden bij kinderen afnemen wanneer zij minder bewegen.” Verder heeft VeiligheidNL samen met deskundigen van het VUmc een valtraining voor kinderen voor het bewegingsonderwijs ontwikkeld.
Brugmans: “Uit evaluatie van die training bleek dat kinderen die weinig sporten daar vooral baat bij hadden: in het jaar na de training liepen zij de helft minder letsels door vallen op. Die drie zaken komen bij elkaar in het huidige onderzoek.”
Veldvoetbal en gym
VeiligheidNL benoemt veldvoetbal en bewegingsonderwijs op basisscholen als de twee beweegactiviteiten waarbij de meeste blessuregevallen voorkomen. Brugmans beaamt dat die top twee logisch is, omdat simpelweg de meeste kinderen die twee activiteiten ondernemen. Volgens Brugmans is het lastig om een blessuregevoeligste sport aan te wijzen, omdat VeiligheidNL die cijfers niet bijhoudt voor jonge kinderen.
De stichting houdt zich bezig met letselregistratie en onderzoek, maar ook met preventieaanpak en het ontwikkelen van gedragsveranderende campagnes en –interventies. Het huidige onderzoek naar de blessurecijfers van jonge kinderen moet de aandacht voor die initiatieven kracht bijzetten.
Brugmans wijst op het lespakket valvaardigheden dat VeiligheidNL al een paar jaar geleden ontwikkelde, met daarin onder meer technieken uit de judosport. “Deze training vinden de kinderen leuk om te doen en is effectief om letsels door vallen te voorkomen. Het grootste effect daarvan zien we bij de minst actieve kinderen. Wij willen graag dat alle basisscholen valtraining opnemen in hun bewegingsonderwijs. Het lespakket van VeiligheidNL kunnen leerkrachten simpel verwerken in hun lessen.”
Kwaliteitsimpuls
Daarnaast vindt Brugmans het belangrijk dat het sportaanbod voor kinderen meer toegespitst wordt op het trainen van sportieve basisvaardigheden. “De kwaliteit van het trainingsaanbod moet omhoog, omdat kinderen nu blessuregevoeliger zijn dan vroeger. Dus de inspanningen moeten niet alleen gericht zijn op meer sporten door kinderen, maar ook op beter sporten door kinderen.”
Tot slot hebben ouders een belangrijke rol, volgens Brugmans: “Zorg dat je kind zich ook motorisch goed ontwikkelt, door te beginnen met basissporten. Zwemles, judo- en gymlessen zijn geschikte sporten voor jonge kinderen. Daarmee leg je een goede basis onder de motoriek, coördinatie en balans, waar kinderen in hun latere sportcarrière profijt van hebben.”
Groeispurt
Over het probleem waar de tweede groep kinderen met blessures mee kampt - overbelasting - is Brugmans helder. “Daar is nog weinig aandacht voor, maar enthousiast sportende kinderen hebben een trainingsaanpak nodig die afgestemd is op wat goed is voor hun lijf. Tot en met de groeispurt moet de focus liggen op een optimale fysieke ontwikkeling, daarna pas op de sportprestaties”
Volgens hem zijn dat trainingen die voornamelijk focussen op mobiliteit, stabiliteit en coördinatie bij jonge kinderen en daarna op conditie, kracht en snelheid. Die notie dringt nu door in de topsportwereld, aldus Brugmans. Hij noemt als voorbeeld de jeugdopleiding van Ajax. “Daar zijn ze tot en met de groeispurt voornamelijk bezig om atleten van de jongeren te maken.” Een goed voorbeeld, vindt Brugmans, ook voor de breedtesport.
“Ook daar moet de jeugd blessurevrij kunnen sporten. Dat is het belangrijkste; het presteren komt later wel.” Ouders en de verenigingen zelf hebben volgens Brugmans een belangrijke begeleidingsrol in die context.
Cruijff-pleidooiDe voetballegende pleitte voor een soort ‘technisch hart’ met daarin sportcoryfeeën als Richard Krajicek, Pieter van den Hoogenband en Teun de Nooijer, die vanuit hun eigen sportdiscipline beweging propageren in het Nederlandse onderwijs. “Als dit zo doorgaat, en er niet wordt ingegrepen, is de zorg over vijf of tien jaar onbetaalbaar”, zei Cruijff bezorgd.
In zijn pleidooi deed Cruijff een direct beroep op minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een dergelijke denktank spoedig te lanceren en zo schooljeugd structureel in beweging te krijgen.
Klik hier voor de in het artikel genoemde reportage van Brandpunt van afgelopen zondag.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.