11 september 2025
Nieuws
door: Emilie Maclaine Pont | 11 september 2025
Veertien jaar geleden werd de Dutch Cycling Embassy (DCE) opgericht. Inmiddels is de organisatie uitgegroeid tot hét internationale aanspreekpunt voor alles wat met de Nederlandse fietscultuur en -infrastructuur te maken heeft. Voorzitter Ruben Loendersloot vertelt hoe een klein idee kon uitgroeien tot een wereldwijd netwerk dat kennis, ervaring en bedrijven samenbrengt.
“Buitenlandse steden en regio’s wisten niet goed bij wie ze in Nederland moesten aankloppen”, zegt Loendersloot. “De benodigde kennis was in ons land volop aanwezig bij gemeenten, universiteiten en adviesbureaus, maar versnipperd en lastig toegankelijk voor buitenlandse partijen. De rijksoverheid zag daarom de meerwaarde van bundeling van kennis en initiatieven als erkenning van de Nederlandse kracht op het gebied van fietskennis en het economisch potentieel. Zo is in 2011 de Dutch Cycling Embassy ontstaan, een samenvoeging van Fietsberaad International en International Cycling Expertise (ICE), beide actief op internationale fietsgerelateerde vraagstukken. DCE is een publiek-private netwerkorganisatie die deze expertise onder één herkenbare vlag internationaal beschikbaar maakt.”
Kennis en praktijk
DCE is een non-profitorganisatie die een netwerk vormt van publieke en private partijen. Van adviesbureaus en hogescholen tot gemeenten, van fietsindustrie tot ngo’s: allemaal brengen ze hun expertise in. Het doel is helder. “We willen de Nederlandse kennis over fietsen, fietsinfrastructuur en beleid delen en verbinden met de ervaring van lokale experts”, legt Loendersloot uit. “Want alleen in samenwerking met steden en regio’s ter plekke, die de lokale expertise hebben, kunnen we duurzame resultaten bereiken. Als er in het buitenland meer wordt gefietst, profiteert iedereen. Onze leden kunnen er werk uithalen en overheden leggen waardevolle verbindingen met collega’s in andere landen.”
Op papier klinkt het simpel, maar in de praktijk is het werk veelzijdig: een burgemeester in Ierland die zijn stad fietsvriendelijker wil maken; een regio in Colombia die een delegatie naar Nederland stuurt; een nationale spoorwegmaatschappij die meer wil weten over fietsenstallingen bij stations. “We krijgen vragen uit de hele wereld”, zegt Loendersloot. “Van de Filippijnen tot Zwitserland en van Zuid-Amerika tot Frankrijk. Soms geven we een workshop, dan weer een rondleiding of doorlopen we een uitgebreid onderzoekstraject.”
Netwerk van honderd leden
De organisatie telt inmiddels ruim honderd leden. Al vier jaar is dat aantal stabiel, maar de variatie is groot. Grote gemeenten als Amsterdam, Utrecht en Rotterdam doen mee, net als onderzoeksinstituten als de TU Delft en de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) en maatschappelijke organisaties als CROW, Fietsplatform en SWOV. Ook de Fietsersbond en Rijkswaterstaat zijn aangesloten. Daarnaast nemen adviesbureaus en bedrijven deel, evenals zelfstandige experts.
Voor leden betekent het lidmaatschap meer dan alleen internationale zichtbaarheid. “Ze tonen ermee dat ze belang hechten aan de verspreiding en uitwisseling van fietskennis”, aldus Loendersloot. “Als er in Nederland een vraag binnenkomt, zit daar vaak een verzoek aan vast om een workshop te geven of een delegatie rond te leiden. Dat werk gaat naar ons netwerk. Het is een wisselwerking.”
De financiering van DCE komt uit meerdere bronnen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat levert een belangrijke bijdrage in de vorm van een subsidie, aangevuld met ondersteuning van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het ministerie van Buitenlandse Zaken via de ambassades en consulaten-generaal wereldwijd. Bedrijven, organisaties en instellingen betalen lidmaatschapsgeld afhankelijk van hun omvang en sector. Bovendien leveren activiteiten inkomsten op. “De financiering bestaat uit een mix van publieke en private middelen. Daarmee kunnen we continuïteit waarborgen en een professioneel bureau draaiende houden.”
Uniek in de wereld
Dat de Nederlandse fietscultuur zo aantrekkelijk is voor het buitenland, is volgens Loendersloot eenvoudig te verklaren. “In Nederland is fietsen onderdeel van het dagelijks leven. Je denkt er niet over na, je pakt gewoon de fiets. Dat komt doordat we al decennialang die cultuur hebben. Mensen die in de jaren vijftig en zestig alles per fiets deden, doen dat nu nog steeds, en omdat zoveel mensen fietsen, hebben we ook de infrastructuur ontwikkeld om dat mogelijk te maken. Fietsen gaat hier vlekkeloos.”
Juist die vanzelfsprekendheid is voor buitenlandse ogen zo bijzonder. Het verklaart ook het succes van YouTube-kanalen als Not Just Bikes of Bicycle Dutch, die alledaagse beelden van het Nederlandse fietsgebruik delen en miljoenen kijkers trekken. “Buitenlanders vragen zich dan af: hoe hebben jullie dit voor elkaar gekregen? Wij kunnen dan uitleggen dat het meer is dan een fietspad neerleggen. Het gaat ook om voldoende fietsenstallingen bij eindbestemmingen als treinstations, maar ook om beleid, educatie en het betrekken van de lokale gemeenschap, kortom: om een integraal beleid. Fietsen hoort bij de manier waarop je een stad of regio inricht.”
Wat Nederland kan leren
Toch betekent dat niet dat Nederland zelf niets meer te leren heeft. Loendersloot ziet dat andere landen soms met meer lef naar voren stappen. “In Nederland zijn we geneigd om alles zo goed mogelijk uit te denken. Dat kan ertoe leiden dat plannen zo duur worden dat ze niet doorgaan. In het buitenland nemen ze soms genoegen met een eenvoudigere oplossing. Dat pragmatisme is iets waar wij best naar mogen kijken.”
Daarnaast ziet hij hoe buitenlandse fietsgemeenschappen zich organiseren. “In sommige landen ontstaan echte grassroots-bewegingen, communities die het fietsen promoten. Hier hebben we de Fietsersbond, die dit jaar haar 50-jarig jubileum viert. Maar er zijn in Nederland veel minder van dat soort initiatieven, terwijl fietsen bij ons wel degelijk onder druk staat. Supermarkten verdwijnen uit buurten en liggen steeds verder weg, waardoor de auto sneller in beeld komt. Het zou goed zijn als we ons daar bewuster tegen verzetten.”
Daarnaast ziet Loendersloot andere dan louter commerciële voordelen van het netwerk en de interactie met buitenlandse bedrijven, organisaties en instanties. “Voor ons is het bijzonder dat we enerzijds heel concreet met een stad in Colombia of een regio in Ierland kunnen werken, en anderzijds in Nederland een kennisgemeenschap vormen. Die kruisbestuiving is waardevol. We brengen kennis naar buiten, maar we halen ook inzichten terug en delen die met elkaar. Dat maakt ons relevant: voor de wereld, maar zeker ook voor Nederland zelf.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.