12 maart 2009
Nieuws
Hoewel Nederland veel sportmanagement-opleidingen op HBO-niveau kent, zijn er slechts twee universitaire varianten. Naast de particuliere en onlangs gecertificeerde MBA Sportmanage-ment van het Sport Management Institute wordt onderwijs op het terrein van Sportbeleid en Sportmanagement, aangeboden door de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen (USBO), de enige niet-commerciële universitaire opleiding op dit gebied.
De tweejarige masteropleiding van de USBO is voortgekomen uit de achtergrond van docenten die eraan verbonden zijn. Vanuit de expertise van gerenommeerde sportonderzoekers als bijvoorbeeld Paul Verweel, Maarten van Bottenburg en Annelies Knoppers is vier jaar geleden besloten een sportgerelateerde masteropleiding binnen de USBO te ontwikkelen. Sportbeleid en Sportmanagement - inmiddels twee lichtingen afgestudeerden verder - richt zich met name op het organiseren, managen en besturen van de sportsector. Dit in tegenstelling tot de MBA Sportmanagement, waarbij de nadruk op maatschappelijk ondernemen ligt. Centraal in de master van de USBO staat de verbinding tussen wetenschap en praktijk: studenten volgen niet alleen colleges, maar lopen gedurende hun hele studieperiode een deel van de week stage bij een sportorganisatie.
Studentenlimiet vanuit didactische visie
Dat deze duale invulling van het studieprogramma de interesse van veel studenten heeft gewekt, blijkt onder meer uit de overinschrijving waar de USBO mee kampt. “Er hebben zich zowel in 2007 als 2008 ruim veertig studenten aangemeld voor Sportbeleid en Sportmanagement”, aldus Inge Claringbould, onderzoekster en docente aan de USBO. “Vanwege ons streven naar kleinschaligheid hebben we echter een limiet gesteld van vijfentwintig studenten per studiejaar. Dit betekent dat we jaarlijks moeten selecteren uit de totale hoeveelheid aanmeldingen.”
Deze selectie vindt plaats vanuit het doel van de USBO om een zo gemotiveerd én divers mogelijke groep studenten aan de masteropleiding te laten beginnen. “Door met een op die manier samengestelde groep medestudenten te werken, leren studenten tijdens hun studie zo veel mogelijk van elkaar”, verklaart Claringbould. “Ze kunnen immers gebruik maken van elkaars achtergrond, ervaringen, contacten en vaardigheden.”
Groot netwerk en brede oriëntatie
De arbeidsmarktkansen voor studenten die Sportbeleid en Sportmanagement afgerond hebben, blijken prima. Zij komen relatief snel en makkelijk aan het werk bij bijvoorbeeld een gemeente, sportbond of -koepel, ministerie, onderzoeksbureau of organisatie-adviesbureau. “Doordat studenten gedurende hun studie ook lange tijd stage lopen, bestaat de mogelijkheid dat ze na hun afstuderen een baan aangeboden krijgen bij hun stagebedrijf”, legt Claringbould uit. “Daarnaast leren ze via medestudenten veel andere organisaties kennen en komen ze door gastcolleges regelmatig in contact met mensen die in de sportsector werkzaam zijn. De brede oriëntatie die studenten op die manier ontwikkelen en het netwerk dat ze opbouwen, is naar mijn idee absoluut een voordeel ten opzichte van studenten die een sportmanagementopleiding op HBO-niveau volgen.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.