7 september 2023
Nieuws
door: Emma Meertens | 7 september 2023
Hoe weet je of kinderen plezier beleven aan een gymles? Welke factoren beïnvloeden het plezier in bewegen? En wat verstaan we eigenlijk onder het begrip ‘plezier’? Deze vragen staan centraal in het nieuwe onderzoeksproject van de Hogeschool van Amsterdam: 'Met een Glimlach de Gymles Uit'. Samen met diverse onderzoekspartners wil de HvA kinderen inspireren om een leven lang te bewegen.
Uit een SALTO-onderzoek van de Fontys Sporthogeschool blijkt dat het beweegplezier van kinderen tijdens de gymles het zit- en beweeggedrag van kinderen na schooltijd voorspelt. “Daarnaast werd duidelijk dat als kinderen succeservaringen opdoen tijdens de gymles, dat dat tot een actievere levensstijl leidt op het moment dat ze volwassen worden”, zo vertelt Pim Schaatsenberg.
Hij is de projectleider van Met een Glimlach de Gymles Uit van het HvA-lectoraat Bewegen in en om School en docent-onderzoeker aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam. Aan het onderzoek werken alle ALO’s in Nederland mee: Hogeschool van Amsterdam, Hanzehogeschool Groningen, Hogeschool Windesheim, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de Haagse Hogeschool en Fontys Sport en Bewegen.
Succeservaring
Schaatsenberg werkte jarenlang als vakleerkracht Bewegingsonderwijs. Door die ervaring weet hij dat beweegplezier er voor ieder kind anders uitziet. “Zelf versta ik onder plezier een succeservaring. Dus wanneer een koprol bijvoorbeeld goed gaat of iemand een bal in de ring gooit, dan geeft dat plezier. Maar samen doen slagen, samen tot een bepaalde prestatie komen, kan ook voor veel plezier bij een kind zorgen”.
Dat plezier bijdraagt aan leven lang bewegen is een van redenen waarom dit onderzoek op touw is gezet. Maar ook de geluiden van vakleerkrachten Bewegingsonderwijs spelen hier een rol in. Schaatsenberg: “Als je aan gymdocenten vraagt wat ze belangrijk vinden in de gymles, dan zeggen ze dat ze het belangrijk vinden dat kinderen plezier ervaren. Maar hoe meet je plezier? En hoe weet je of dat plezier gekoppeld is aan het leren bewegen? Daar is nog nooit concreet onderzoek naar gedaan”.
Om dit onderzoek te kunnen uitvoeren is er bij Regieorgaan SIA een aanvraag gedaan voor een RAAK-subsidie. Om deze subsidie te krijgen moest de organisatie aan een aantal eisen voldoen. “Het moet een relevante onderzoeksvraag zijn, het onderzoek moet voor de professional (gymdocent) zijn en er moet een netwerk met expertise zijn”. Uiteindelijk is de subsidie van 300.000 euro toegekend.
Drie onderzoeksfases
Het onderzoeksproject start deze maand en bestaat grofweg uit drie fases. “In de eerste fase gaan we de huidige ervaringen van leerlingen in kaart brengen. Dat doen we door middel van vragenlijsten en semigestructureerde interviews”, zo legt Schaatsenberg uit. De vragenlijsten worden afgenomen bij kinderen uit groep 5 en 7 op negen scholen in Nederland. Ook worden er per groep twee leerlingen geïnterviewd om diepere inzichten te krijgen. De onderzoekers verwachten verschillen tussen leerlingen die een hoge beweegcompetentie hebben en leerlingen met een lage beweegcompetentie. Schaatsenberg:
“De gedachtegang hierachter is dat ze beiden heel andere antwoorden zullen geven als je ze vraagt wat voor hen plezier betekent. Voor een leerling die motorisch vaardig is draait plezier misschien meer om beweegcompetentie. Terwijl iemand die minder goed kan bewegen misschien wel meer plezier haalt uit het feit dat ze samen met klasgenoten de ruimte krijgt om te bepalen wat ze gaan doen tijdens de gymles”. Overigens kan het zo zijn dat er uiteindelijk meer dan twee leerlingen per groep worden geïnterviewd. Als blijkt dat er meer verdieping nodig is, dan worden er meer leerlingen bij betrokken totdat er verzadiging optreedt.
De output van de vragenlijsten en interviews wordt gebruikt om een meetinstrument te ontwerpen. Dit is fase 2. “Het meetinstrument wordt ontworpen door vakleerkrachten en docent-onderzoekers aan de hand van de Design Thinking-methode. In die methode staat een ijkpersoon centraal die vanuit allerlei kanten belicht wordt. Zo’n persoon heeft te maken met de omgeving, met de docent, met de klas, met de accommodatie.” Doordat deze factoren inzichtelijk worden gemaakt, weten vakleerkrachten vervolgens ook welke mogelijkheden zij hebben om ervoor te zorgen dat elke leerling beweegplezier ervaart tijdens de gymles. “De rol van de gymdocent is ontzettend belangrijk in het beweegplezier van kinderen. Met de resultaten van dit onderzoek heeft de docent straks een aantal handvaten om elk kind in zijn of haar behoeften te voorzien”, zo legt de projectleider uit. “Dat wordt uiteindelijk ook meegenomen in het curriculum van de ALO’s, zodat ook nieuwe docenten daarmee aan de slag kunnen. Voor docenten in het werkveld organiseren we nascholingen.”
In fase 3 wordt het meetinstrument kleinschalig getest en geëvalueerd op negen scholen. Dit zijn andere scholen dan de scholen waar de vragenlijsten en interviews zijn afgenomen.
Aftrap
In totaal werken er dus 18 scholen mee in het onderzoek. Deze scholen zijn allemaal afkomstig uit de netwerken van de zes ALO’s die betrokken zijn bij het project. Naast de diverse hogescholen zijn ook de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) en Kenniscentrum Sport en Bewegen betrokken. Een unieke samenwerking die op 21 september afgetrapt wordt. “Tijdens die bijeenkomst gaan we samen kijken wat ieder zijn expertise is en hoe we die optimaal kunnen benutten.” In december dit jaar worden vervolgens de eerste resultaten gepresenteerd.
Voor meer informatie: Met een glimlach de gymles uit
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.