Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Uitgebreid onderzoek wijst op verbeterpunten bewegingsonderwijs

Uitgebreid onderzoek wijst op verbeterpunten bewegingsonderwijs

6 november 2007

Nieuws

gepubliceerd op | 6 november 2007

De studie is door VWS gefinancierd in het kader van het meerjarenprogramma 2002-2006 van het Mulier Instituut en is uitgevoerd in samenwerking met vijf verschillende Academies voor Lichamelijke Opvoeding en de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO). Het onderzoek bestond uit verschillende deelonderzoeken die zich onder meer richtten op de gewenste effecten en de gerealiseerde effecten van bewegingsonderwijs, de kenmerken en voorwaarden van kwaliteitsvol bewegingsonderwijs en de sportgerichtheid daarvan.

Voor het vak LO heeft de overheid kerndoelen en eindtermen geformuleerd. Uit het onderzoek blijkt echter dat zowel leerlingen als vakdocenten die niet in dezelfde mate belangrijk vinden. “Dat leidt er toe dat niet alle kerndoelen en eindtermen werkelijk gehaald worden, omdat leerkrachten hun aanbod daar niet altijd goed op afstemmen”, verklaart Stegeman. Hij merkt overigens op dat de doelen onlangs globaler zijn gedefinieerd, maar dat daarvan voor vakleerkrachten weer te weinig sturing uitgaat.

Over het algemeen vinden onderwijsgevenden het vooral belangrijk om leerlingen plezier te laten ervaren in sport- en beweegactiviteiten en ze de vaardigheden te leren die nodig zijn voor een adequate deelname. Het onderzoek maakt duidelijk dat op de basisschool vakleerkrachten daarin veel beter slagen dan groepsleraren. “Ten eerste bieden vakleerkrachten een breder aanbod, waardoor hun programma beter aansluit bij de wettelijk vastgelegde doelen”, legt Stegeman uit. “Maar ook zijn de leerlingen positiever over de gymles door vakleerkrachten dan door groepsleraren. Zij ervaren meer plezier en zeggen er meer van te leren.”

In het voortgezet onderwijs zijn de leerlingen in het algemeen tamelijk positief over het bewegingsonderwijs. Maar naar het oordeel van meer dan de helft van de leerlingen hebben ze een aantal bewegingsactiviteiten niet of niet goed geleerd en komen domeinen als ‘bewegen en regelen’ en ‘leren over bewegen’ onvoldoende uit de verf. Bovendien kan het bewegingsonderwijs meer prikkelen om buiten de lessen om meer aan sport en bewegen te doen.

Naschools aanbod onvoldoende
“Dat ligt ook aan de scholen”, vindt Stegeman. “Hoewel de overheid ambitieuze doelen heeft met betrekking tot naschoolse sportmogelijkheden, blijken veel scholen daar nauwelijks aandacht aan te besteden. Als er wel een structureel schoolsportprogramma is, lokt dat vaak juist de meer bewegingsgetalenteerde leerlingen. Schoolleidingen zouden meer aandacht moeten besteden aan buitenschoolse sport. Bijvoorbeeld door vakdocenten meer faciliteiten te bieden. Ook de samenwerking met buitenschoolse sportaanbieders blijkt vaak beperkt tot ad hoc-activiteiten”, aldus Stegeman. De alliantie School & Sport heeft als doel geformuleerd dat 90 procent van de scholen vijf dagen in de week naschoolse sport- en beweegactiviteiten biedt. Uit het onderzoek blijkt dat er wat dat betreft nog een lange weg te gaan is.

Het onderzoek concludeert ook dat het op peil houden van de eigen deskundigheid bij veel leraren lichamelijke opvoeding geen (bewuste) prioriteit heeft. “Ze lezen wel vakbladen en er is vaak wel informeel overleg met collega’s, maar daar blijft het vaak bij.” De KVLO, de organisatie voor leraren LO, realiseerde zich onlangs al dat op dat gebied nog een wereld te winnen is en heeft, voorlopig op vrijwillige basis, het registerleraarschap ingevoerd. Voorwaarde om in dit register te worden opgenomen, is regelmatige deelname aan bijscholingsactiviteiten.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.