6 november 2014
Nieuws
door: Marc Hoeben | 6 november 2014
Als een olievlek breiden de activiteiten van Voetjebal en Panasj zich uit. De voetbaltrainingen voor kinderen van 2 tot en met 5 jaar en hockeytrainingen voor kinderen van 3 tot en met 10 jaar vullen een gat in de markt. Van Den Haag - waar het in 2004 begon - verplaatsten de activiteiten zich in 2010 naar de regio Amsterdam en vervolgens naar Utrecht, ’t Gooi, Tilburg en Rotterdam. Daarmee houdt de expansiedrift niet op. Want Wouter von Brucken - één van de mensen achter Voetjebal en Panasj - is inmiddels de markt in Spanje (Barcelona) en België aan het verkennen.
"Geen idee waar de grenzen van de groei liggen", zegt Tom Verhoek. De medewerker marketing & sales van Voetjebal en Panasj heeft het werk zich steeds op natuurlijke wijze zien uitbreiden. Zo kan het dat argeloze bezoekers aan Australië binnenkort ook op het speelse concept voor de jongste jeugd stuiten. “Ha, dat komt door Susan van der Ham. Zij gaf trainingen in Amsterdam, is met haar vader naar Australië geëmigreerd en het leek haar leuk om daar iets op te zetten.”
Enthousiasme als drijfveer
Van contact tot contact tot contact. Zo gaan de dingen bij Voetjebal en Panasj, een onderneming die drijft op het enthousiasme van jonge mensen. Wouter van Brucken, één van de stuwende krachten, ziet momenteel mogelijkheden in België, dankzij lokale contacten. Onlangs ook kreeg hij bezoek van mensen uit Barcelona. Zo wordt het bedrijf misschien opeens een internationale onderneming.
Om werk hoeven ze toch al niet verlegen te zitten, vertelt Verhoek. “In Amsterdam doen zo’n 750 kinderen bij ons aan hockey en voetbal, in Den Haag zijn dat er enkele honderden. Dan hebben we daarnaast nog de kleinere locaties in Utrecht, ’t Gooi, Tilburg en Rotterdam, waar toch ook al snel honderd kinderen per plaats actief zijn.”
Voetjebal en Panasj richten zich op de jongste jeugd, met indoortrainingen in veelal gymnastiekzalen. “Je kunt het kinderen op die leeftijd niet aandoen dat ze het koud hebben in de winter.” Ouders betalen 10 euro per training van een uur, waarvan driekwartier minuten echt les wordt gegeven. “Het gaat om 33 lessen per seizoen. We gaan altijd door, behalve in de vakanties. Je kunt ook eerst kosteloos een proefles nemen of voor een blok van tien lessen inschrijven. Naast het lesgeld betaal je voor het kind een inschrijfgeld van 35 euro. Daarvoor krijgen ze een shirt en bij Voetjebal ook nog een broekje.”
De trainingen moeten als een aanvulling van het sporten bij de vereniging worden gezien. Op de genoemde leeftijden, zeker bij voetbal, kunnen kinderen nog geen lid worden. “De clubs zijn vooral blij met ons. Als ze nu instromen zijn de kinderen al verder in hun ontwikkeling.”
Bij hockey lopen de trainingen van Panasj door tot en met 10 jaar. “In hockey heb je het probleem van de wachtlijsten. Kinderen willen wel lid worden van een club, maar kunnen dat nog niet. Daarom gaan we langer door.”
Cognitieve en motorische ontwikkeling
Het concept is in grote lijnen bij voetbal en hockey hetzelfde, alleen heeft de laatste sport dus een langere uitloop. “In fase 1 draait het om basisvormen met verschillende kleuren. Ze mogen dan kegels en bolletjes proberen om te schoppen of te slaan. Het gaat om de cognitieve en motorische ontwikkeling, alles gaat op muziek en we beginnen altijd met het dierenlied. Dan springen ze bijvoorbeeld als een kikker of rennen ze als een paard. Geweldig.”
In fase 2, voor de 4- en 5-jarigen, komt het al meer op techniek aan. “Dan leren ze dribbelen en leren ze trucjes. Die trucjes hebben in Voetjebal namen van bekende voetballers als Ronaldo en Kaká.” Bij Voetjebal houdt het na deze stap op. Panasj gaat verder. “Dan wordt het echt hockeytraining, met partijvormen. Ze mogen alleen niet flatsen en slaan, want dat kan niet in de zaal.”
Het Haagse deel valt onder de verantwoordelijkheid van Wouter von Brucken, de regio Amsterdam heeft Sjoerd Wartena en Govert van Doesburgh als leiding. Alles draait om een speelse ontwikkeling, ze houden zich verre van prestatiesport. Volgens Verhoek hebben de medewerkers minstens een sportdiploma op mbo-niveau. “We krijgen redelijk wat aanmeldingen van trainers. Op de eerste plaats kijken we vanuit het belang van het kind, ze moeten vooral goed met kinderen omgaan en een pedagogische achtergrond hebben. Wij hebben ook nauwelijks trainers van 18 of 19 jaar, maar eerder van 24, 25 jaar. Het zijn in elk geval geen broekies.”
Voor meer informatie: www.voetjebal.com en www.panasj.nl. Eerder op Sport Knowhow XL (juni 2011): Training op techniek maakt zéér jonge hockeyers beter
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.