4 oktober 2012
Nieuws
door: Leo Aquina | 4 oktober 2012
Binnen de Kwalificatie Structuur Sport (KKS) bestaan vijf trainersniveaus. Tot niveau 4 worden trainers en coaches opgeleid binnen de sportbonden, de CIOS-en en de MBO-opleidingen sport & bewegen, maar tot vijf jaar geleden was er nog geen opleiding voor niveau 5. Op verzoek van NOC*NSF hebben de Hanzehogeschool uit Groningen en de opleiding SM&O van de Hogeschool van Amsterdam in 2006 de handen ineen geslagen. Zij begonnen toen met de ontwikkeling van de TopCoach5 opleiding om trainers en coaches in Nederland klaar te stomen voor het allerhoogste niveau. “De opleiding heeft drie pijlers: kennis, praktijk en persoonlijke ontwikkeling”, aldus opleidingscoördinator Ton van Klooster.
“Formeel zijn wij - buiten de voetbalbond die zijn eigen opleidingen verzorgt - de enige opleiding voor coaches op niveau 5”, aldus Van Klooster. Niet iedereen kan zich daar zomaar voor inschrijven. Een coachopleiding op niveau 4 is de eerste instroomeis. Daarnaast moeten de cursisten een goede praktijkplek in de topsport hebben en ze moeten een trackrecord hebben in de sport. Een diploma op niveau 4 is geen keiharde eis. “Het komt ook voor dat een bond iemand voordraagt die dat papiertje niet heeft, maar wel een praktijkplek en voldoende topsportervaring.” In eerste instantie was het de bedoeling dat ook studenten van de Amsterdamse SM&O opleiding en van de Groningse ALO mee konden doen, maar dat bleek in de praktijk nauwelijks haalbaar. “Dat trackrecord in de sport is toch heel belangrijk. Je hebt 10.000 uur nodig om een goede sporter te ‘bouwen’, maar om een goede coach te maken heb je misschien wel het dubbele nodig. Studenten die op achttienjarige leeftijd aan de opleiding beginnen zijn gewoon nog niet zover.”
Iedere cursist die aan de opleiding begint, krijgt een persoonlijke leercoach. Daarmee loopt de persoonlijke ontwikkeling door de hele opleiding heen. “Die leercoaches komen van de Hogeschool van Amsterdam, van de Hanzehogeschool en incidenteel vanuit NOC*NSF. Er is 360 graden feedback bij de intake en de leercoaches hebben gedurende de hele opleiding gesprekken met de cursist over de visie op coachen en sport”, vertelt Van Klooster. De theoretische pijler van de opleiding komt vooral in het eerste jaar aan bod. Er zijn twee- of driewekelijkse bijeenkomsten op Papendal, soms van twee dagen en soms van één dag. “In het verleden hadden we meer tweedaagse sessies met een overnachting, wat interessant was omdat er ’s avonds aan de bar ook over sport wordt gepraat en je een mooie kruisbestuiving krijgt tussen de verschillende sporten. Maar we gaan steeds meer toe naar kortere en frequentere sessies om meer te kunnen sturen en daarnaast is zo’n tweedaagse sessie ook een enorme belasting voor de cursisten.” Na het eerste theoretische jaar gaan de cursisten een jaar volledig de praktijk in.
De cursisten worden in het praktijkgedeelte van hun opleiding binnen hun eigen sport opgeleid, maar de theoretische sessies zijn generiek. “De sprekers die we uitnodigen, hebben allemaal een dermate interessant verhaal dat het altijd vertaald kan worden naar de sport toe. Of het nu gaat om mentale begeleiding, voeding, periodisering, krachttraining, noem maar op. Dat soort onderwerpen moet de cursist naar zijn eigen praktijk vertalen.” De cursisten hebben ook een inbreng in wie er komt spreken, maar het zijn altijd mensen die grote expertise hebben op een bepaald gebied in de topsport. Van Klooster noemt een aantal voorbeelden: “We starten gewoontegetrouw met de Chef de Mission van de Nederlandse Olympische ploeg, op dit moment dus Maurits Hendriks. Toon Gerbrands komt praten over communicatie, Hanno van der Loo over motorische leerprocessen, als het om beleid gaat is Jeroen Bijl van NOC*NSF vaak van de partij en René van der Zee praat over het persoonlijke ontwikkeling.”
Cursisten kunnen op elk moment examen doen door middel van een eindgesprek, maar in de praktijk is dat meestal na hun tweede jaar. “Daarin moet de cursist aantonen wat hij of zij heeft gedaan, aan de hand van de opdrachten uit de cursus. Het gaat dan altijd om de gemaakte keuzes. Hoe heb je bepaalde dingen gedaan en waarom? Zou je het weer zo doen of zou je het met de kennis van nu anders aanpakken? Het gaat in dat gesprek vooral om zelfreflectie en verantwoording.” De cursisten worden uiteindelijk beoordeeld op de zeven competenties zoals die zijn vastgelegd in de KKS:
• Coachen
• Training geven
• Begeleiden van sporters in meerjarenperspectief
• Beleid, opstellen en implementeren
• Managen van een topsportbegeleidingsteam
• Delen van kennis
• Opleiden van assisterend kader.
Bij het eindgesprek, dat als examen wordt beschouwd, is altijd een vertegenwoordiger van de sportbond aanwezig en iemand van de opleiding.
De opleiding kost 9.000 euro. Dat bedrag wordt soms betaald door de sportbond die haar mensen wil opleiden, maar er zijn ook cursisten die dat bedrag zelf op tafel leggen. Wat is het diploma uiteindelijk waard? “Je hebt de hoogst haalbare opleiding als sportcoach in Nederland”, aldus Van Klooster. “Degenen die de opleiding achter de rug hebben, komen meestal wel goed terecht, maar het is geen garantie voor een baan in de sport. Wel zijn er steeds meer bonden die aandacht besteden aan de kwalificaties van hun coaches. De schaatsbond heeft bijvoorbeeld al gesteld dat je alleen aan de rand van de olympische baan mag staan als je deze opleiding hebt afgerond. Het is overigens een misverstand dat deze opleiding alleen bedoeld is voor bondscoaches. Ik denk dat de hele Nederlandse sport erbij gebaat is als coaches op topniveau een opleiding op het hoogste niveau hebben.”
Voor meer informatie: www.topcoach5.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.