22 mei 2025
Nieuws
door: Leo Aquina | 22 mei 2025
Sportgeneeskunde Nederland luidt de noodklok: er zijn te weinig sportartsen in Nederland en dat tekort loopt op omdat er te weinig opleidingsplekken zijn. "Het aantal verwijzingen naar de sportarts is de afgelopen vijf jaar met veertig procent gestegen en er is een groeiend aantal vacatures dat niet kan worden vervuld”, zegt directeur/bestuurder Bart van Veldhuizen van de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts (SBOS), dat onderzoeksbureau Nivel opdracht gaf tot een onderzoek.
Ieder jaar zijn er zeven opleidingsplekken beschikbaar voor sportartsen. Dat aantal wordt gebaseerd op ramingen van het Capaciteitsorgaan, een adviesorgaan van het ministerie van VWS dat iedere drie jaar ramingen maakt voor het aantal benodigde medisch specialisten in Nederland. “In de gesprekken met het Capaciteitsorgaan vorig jaar werden we uitgenodigd om aanvullende informatie aan te leveren”, aldus Bart van Veldhuizen. “Dat was voor ons de reden om het meteen grondig aan te pakken. Daarom hebben we bij het Nivel (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) aangeklopt.
Medisch specialisme
Hoewel sportgeneeskunde al sinds 1928 bestaat als onderdeel van de sociale geneeskunde, is het pas sinds 2014 erkend als medisch specialisme. Sindsdien is het aantal doorverwijzingen toegenomen. “De sportarts is medisch specialist beweegzorg, dat is veel breder dan alleen het begeleiden van sporters”, vertelt Harry van der Zaag, directeur van de Vereniging voor Sportgeneeskunde Nederland (VSG). Hij vervolgt: “De kracht van de sportarts is dat hij/zij zich toelegt op belasting en belastbaarheid. Dat gaat verder dan een revalidatiearts en het is ook iets anders dan orthopedie. Het gaat enerzijds om het hele houdings- en bewegingsapparaat, en aan de andere kant om de inspanningsfysiologie: hoe fit is iemand? Wij zijn geen snijdende specialisten, wij kijken naar de totale mens en daarin onderscheiden wij ons van bijvoorbeeld longartsen of cardiologen. Als sportarts kijk je naar alle elementen tegelijk, hoe alles functioneert en of je iets wel of niet aankan. Dan gaat het bijvoorbeeld om de fitheid van mensen met kanker. Hoe komen patiënten die een chemokuur ondergaan dat traject door?”
In het Nivel-rapport valt te lezen dat de positie van de sportarts steeds meer op waarde wordt geschat. Vanuit huisartsen en specialisten wordt er steeds vaker naar sportartsen doorverwezen, maar de capaciteit sluit daar niet bij aan. Van Veldhuizen: “Er komen elk jaar zeven nieuwe sportartsen bij, maar aan de andere kant gaan er ook sportartsen met pensioen. In de afgelopen acht jaar zijn er gemiddeld per jaar slechts 2,3 fte aan sportartsen bijgekomen.” Van der Zaag vult aan: “We weten dat vacatures op dit moment niet geadverteerd worden omdat er simpelweg geen sportartsen zijn om ze te vervullen.”
Capaciteit
Aan belangstelling voor het vak is geen gebrek. “We hebben ieder jaar ruim voldoende sollicitanten om de zeven beschikbare plekken te vullen en de kwaliteit van de sollicitanten is hoog. In het hypothetische geval dat het Capaciteitsorgaan het aantal opleidingsplekken zou verdubbelen, zouden we geen enkele moeite hebben die plekken op te vullen”, aldus Van Veldhuizen. Met het Nivel-rapport in de hand pleiten Van Veldhuizen en Van der Zaag dus voor een daadwerkelijke uitbreiding van het aantal opleidingsplekken. Van Veldhuizen: “Het Capaciteitsorgaan kijkt naar meerdere factoren zoals de toenemende zorgvraag, de werkgeverskant en demografische ontwikkelingen.”
Gezien de nog altijd toenemende vraag naar sportartsen concludeert het Nivel dat er ‘kansen liggen waarop sportgeneeskunde zou kunnen inzetten‘. In het rapport staat: ‘Dat is en blijft een keuze, waarbij elke ontwikkeling met belangrijke randvoorwaarden rond capaciteit, opleiding en financiële afwegingen te maken heeft. Met de geschetste ontwikkelingen of scenario’s, en de randvoorwaarden en belemmeringen daarbij, geeft dit onderzoek input aan Sportgeneeskunde Nederland om zijn strategisch beleid en visie verder te ontwikkelen. Hierbij hoort ook het betrekken van de relevante stakeholders die niet of minder in dit onderzoek zijn geconsulteerd zoals de zorgverzekeraars, het ministerie van VWS, gemeenten en - specifiek als het gaat om de arbeidsmarkt en opleidingsinstroom - het Capaciteitsorgaan.’
Beroepsprofiel aanscherpen
Van der Zaag is blij met de conclusies: “Het rapport helpt ons enorm. We hebben al een meerjarenbeleidsplan tot en met 2028, we zijn op de goede weg, maar er ligt ontzettend veel druk op de zorg in Nederland. Het knelt aan alle kanten, het kost te veel, er zijn te weinig zorgverleners en de vraag neemt toe. Hoe zorgen we met z’n allen dat we de zorg houdbaar maken voor de toekomst? Dat is voor ons reden om ons beroepsprofiel aan te scherpen, te kijken waar onze kernwaarden liggen en weten hoe zich dat verhoudt tot de andere specialisten zodat patiënten niet onnodig doorverwezen worden. Door goed samen te werken zie je als sportarts ook echt de patiënt die je zou willen zien en lever je juiste zorg op de juiste plek. En als het puur op opleidingscapaciteit aankomt: eind dit jaar komt er een nieuwe raming en VWS zal dat advies in 2026 wel of niet overnemen. Dat betekent dat er op zijn vroegst in 2027 nieuwe opleidingsplaatsen bijkomen.”
Voor meer informatie: Nivel-rapport Visies op de toekomstige ontwikkeling van de sportarts - Een onderzoek naar de positie van de sportarts vanuit verschillende perspectieven (pdf)
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.