Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Toekomstig voetbalprof snel ontdekt door gronings talentonderzoek

Toekomstig voetbalprof snel ontdekt door Gronings talentonderzoek

29 augustus 2013

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 29 augustus 2013

'Overweldigend', zo noemt Barbara Huijgen de reacties op haar gelauwerde promotieonderzoek: landelijke media, voetbalclubs en zelfs een uitgeverij benaderden de bewegingswetenschapper van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) de afgelopen maanden voor haar proefschrift over de talentontwikkeling van jeugdvoetballers in betaald voetbalorganisaties. De conclusie van haar promotieonderzoek? Al op jonge leeftijd onderscheiden de latere betaald voetballers zich van niet-profs op voetbaltechnisch gebied.

Huijgen bivakkeerde voor haar onderzoek zes jaar in de jeugdopleidingen van sc Heerenveen en FC Groningen en vier jaar in de jeugd-opleiding van AZ, waar ze in totaal een groep van 500 spelers tussen de leeftijd van 10 en 21 jaar volgde. De wetenschapper onderwierp de jonge voetballers aan verschillende veldtesten, waarmee ze hun voetbalvaardigheden in kaart bracht.

Zo bleek uit een test dat de toekomstige profs gemiddeld 0,3 seconde sneller waren met de bal aan de voet over een totale afstand van dertig meter dan jongens die in het amateurvoetbal belandden. Daarnaast waren de talenten tussen 14 en 18 jaar die uiteindelijk in het betaald voetbal terechtkwamen, gemiddeld één seconde sneller met de bal over een afstand van drie keer dertig meter, vergeleken met hun leeftijdgenoten die in dezelfde jeugdopleiding speelden, maar uiteindelijk geen profvoetballer werden. Ook scoorden toptalenten hoger op nauwkeurigheid bij het uitvoeren van technische vaardigheden zoals passing en balcontrole en maakten zij op hogere spelsnelheid minder fouten.

Tennisroots
Dat Huijgen zich zes jaar lang zou onderdompelen in de voetbalwereld, was gezien haar eigen sportachtergrond een verrassende carrièrestap. Na het afronden van haar middelbare school vertrok Huijgen als tennistalent naar de Verenigde Staten en tenniste daar twee jaar op universiteitsniveau. Nog steeds speelt ze regelmatig wedstrijden en is ze dol op de sport.

De wetenschapper legt uit hoe het voetbalonderzoek op haar pad kwam. “Het onderzoek was in 2001 al gestart bij sc Heerenveen en FC Groningen door mijn promotor prof. dr. Chris Visscher en copromotor dr. Marije Elferink-Gemser (die met een soortgelijk onderzoek gericht op hockey in 2005 promoveerde, red.), maar die data was nog niet geanalyseerd en er moest een vervolg worden gegeven aan het longitudinale onderzoek. Na mijn afstuderen als bewegingswetenschapper wilde ik heel graag iets in de sportwereld blijven doen en het talentonderzoek was een mooie mogelijkheid.

“Vervolgens kwamen er in totaal drie promotieplekken beschikbaar bij de RUG - onder de vlag van het UMCG - voor onderzoek op het gebied van talent en jeugdvoetbal: eentje vanuit een tactische invalshoek, eentje met een mentale invalshoek en ik richtte mij op het technische deel.”

Via connecties van Huijgen in de tenniswereld werd AZ in 2007 de derde club in het onderzoek wiens jeugdopleiding werd doorgelicht. “Mijn connectie was een wetenschapper en fysieke trainer die bij AZ aan het werk ging. Hij was eerder werkzaam bij de tennisbond en was geïnteresseerd in een samenwerking met ons.”

Grens van 14 jaar tenorechte door media belicht
In het persbericht en andere mediapublicaties over Huijgens’ onderzoek wordt de leeftijd van 14 jaar genoemd als hét moment wanneer het klassenverschil tussen de toekomstige profs en hun minder talentvolle generatiegenoten duidelijk zichtbaar wordt.

Volgens Huijgen ligt die stellig onderstreepte leeftijdsgrens genuanceerder. “Om zoiets uit te lichten, is typisch een mediading. We zijn het onderzoek gestart met het testen van spelers vanaf 14 jaar. Pas in een latere fase hebben we die leeftijd verlaagd: eerst naar 12, en vervolgens naar 10 jaar. Over spelers onder de 14 konden we in mijn onderzoek daarom nog weinig zeggen. Het zou dus kunnen dat spelers met de potentie om betaald voetbal te halen, al onder 14 jaar een betere voetbaltechniek hebben. Dat zijn we nu aan het uitzoeken.”

Advies
Huijgen focuste haar onderzoek op de voetbaltechnische vaardigheden van talenten, met als hoofdvraag: wat zijn de verschillen tussen getalenteerde spelers die uiteindelijk in het profvoetbal terechtkomen en spelers die in het amateurvoetbal gaan spelen? Ook wijdde ze in haar onderzoek een passage aan de bevindingen van de twee andere in 2007 gestarte promotieonderzoeken.

Uit het onderzoek blijkt volgens Huijgen dat voetbaltechnische en -tactische vaardigheden van jonge voetballers het belangrijkste zijn bij het wel of niet realiseren van hun profdroom. “Maar de mentale factoren zijn lastig te meten en daar hebben we nu ook nog niet de goede methode voor”, benadrukt ze.
    
De onderzoekster eindigt haar proefschrift met het advies voor jeugdopleidingen om spelers regelmatig te testen op voetbaltechnische vaardigheden en daarmee zowel de club als voetballers zelf inzicht te geven of een speler achterblijft in prestaties. Specifieke training zou eventueel gebruikt kunnen worden om bepaalde aspecten te verbeteren.

Met de testresultaten kunnen clubs ook in een vroeger stadium zien of spelers behouden moeten blijven binnen de opleiding, volgens Huijgen, omdat zij veel of weinig potentie hebben om profvoetballer te worden. “Maar we blijven het onderzoek doorontwikkelen”, zegt ze vol overtuiging.

Voortzetting
Ook na haar promotie blijft Huijgen betrokken bij het talentonderzoek en wordt ze geassisteerd door studenten van de RUG. “Het loopt gewoon door en we zijn bezig met het uitbreiden van onze meetmethoden”, zegt ze. “Nu kijken we onder meer hoe we reactietijd beter kunnen registreren en of spelers snel kunnen schakelen, door bijvoorbeeld te kijken of ze andere beslissingen maken terwijl ze al met een handeling bezig zijn.”

Maar eerst staan er voor Huijgen nog afspraken in haar agenda, die is volgestroomd na haar promotie in mei. “Ik heb veel reacties gehad van mensen uit onder meer de commerciële wereld, die via het onderzoek een soort breed toepasbare ‘talenttool’ willen maken. Verder stelde een uitgever voor een handelseditie van het proefschrift uit te geven.”

Ajax
Daarnaast waaien de deuren in de voetbalwereld open voor Huijgen, nu ze haar sporen heeft verdiend als talentexpert. In september heeft ze een afspraak bij Ajax. “Ze hebben mij benaderd, maar meer vanuit de gedachte hoe ze zelf iets kunnen hebben aan mijn resultaten in hun jeugdopleiding. Niet zozeer voor deelname aan het onderzoek.”

Graag zou Huijgen haar onderzoek uitbreiden naar andere sporten. “Uiteraard prikkelt dan tennis, vanwege mijn eigen sporthistorie. Maar dan komt een bekend fenomeen in de wetenschap om de hoek kijken, namelijk: geen geld, geen onderzoek. Op dit moment ga ik daarom met plezier door met mijn voetbalonderzoek. Dat is toch een beetje mijn specialisme geworden en daarnaast wordt het samenwerken met clubs makkelijker, omdat ze steeds vaker zelf een wetenschapper in dienst hebben.”

Voor meer informatie: klik hier

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.