25 mei 2023
Nieuws
door: Leo Aquina | 25 mei 2023
De Nederlandse sport is hard getroffen door de coronalockdowns, maar er zijn ook sporten die juist floreren. Uit onderzoek in opdracht van NOC*NSF blijkt dat zo’n 700.000 mensen na corona niet zijn teruggekeerd in de sport, maar uit de Wielermonitor van de Nederlandse Tour Fiets Unie (NTFU) blijkt dat corona ervoor heeft gezorgd dat 87.000 mensen zijn gestart met wielrennen. De sport groeit met name onder jonge vrouwen. Waarom slaagt wielrennen er wel in nieuwe mensen te trekken en wat kunnen andere sportbonden hier mogelijk van leren? We legden de vraag voor aan Jos van Schijndel, Coördinator verenigingsondersteuning bij de NTFU.
“We maken De Wielersportmonitor al sinds 2014, omdat we als NTFU naast sportbond ook een kennisinstituut willen zijn”, zegt Jos van Schijndel. Naast de NTFU is er in Nederland ook nog een Koninklijke Nederlandse Wielrenunie. Waarom zijn er eigenlijk twee bonden? Van Schijndel: “Bij de KNWU zit er altijd een wedstrijdelement in en bij ons niet. Wij zijn er voor de toerfietser, maar er zijn ook gebieden waar we samenwerken. We zijn allebei belangrenbehartigers voor fietsers en we proberen altijd te kijken waar de gemeenschappelijke deler is. We delen resultaten van de Wielersportmonitor ook altijd met de KNWU.”
Coronabonus
Het onderzoek voor de wielersportmonitor wordt om de twee jaar gedaan. De recente editie is iets uitgesteld. “Omdat er in 2021 nog voor een deel corona-lockdowns waren, hebben we gewacht op de post-coronacijfers om een betere vergelijking te kunnen maken met de cijfers van daarvoor”, legt Van Schijndel uit. “We zitten als NTFU in de luxepositie dat we eigenlijk al heel lang een redelijk groei hebben in ons ledenbestand. We hebben jaarlijks zo’n zevenduizend aanmeldingen en een netto ledengroei van twee- tot drieduizend mensen.”
Opvallende trend sinds het begin van de Wielermonitor in 2014 is de gestage opmars van vrouwen op de racefiets, met name vrouwen onder de 35 jaar. Van Schijndel: “Negen jaar geleden was de verhouding tussen mannen en vrouwen 80-20 procent en inmiddels is dat 70-30.” Die verdeling geldt over het totaal aantal mensen dat in Nederland regelmatig op een racefiets, mountainbike of gravelbike start. Dat zijn er in totaal zo’n 900.000. Van Schijndel: “De NTFU heeft ongeveer 75.000 leden en de KNWU bijna 40.000, dus er fietsen een kleine 800.000 mensen los rond. Daarvan geven ongeveer 200.000 mensen aan te overwegen om bij een vereniging te gaan fietsen. Dat is voor ons interessant terrein.”
Minder prestatief
Wat is volgens van Schijndel de oorzaak van de verschuiving in man-vrouwverhoudingen? “Corona heeft daar een rol in gespeeld. In die periode zijn er sowieso meer mensen gestart met fietsen en relatief veel vrouwen. Het was een van de weinige sporten die je ook tijdens de lockdowns nog goed kon beoefenen. Maar ook vóór corona was deze trend al ingezet.” Een specifieke strategie om meer vrouwen aan het fietsen te krijgen, heeft de NTFU niet, maar de bond houdt er wel rekening mee. “We brengen bewust meer vrouwen op de fiets in beeld via Fietssport en letten erop dat we op nieuwe foto's en video's zowel mannen als vrouwen staan”, aldus Van Schijndel. “Ons beleid is in het algemeen gericht op vier verschillende segmenten. Dat loopt van de fanatiekere fietser die echt een prestatie wil neerzetten, tot de onderkant waarbij het halen van de eindbestemming een doel op zich is. In alle segmenten zitten mannen en vrouwen, het verschil zit in de beleving. Wel zien we nuanceverschillen in behoeftes. Daarin moeten we verenigingen wel ondersteunen.”
Wat zijn die andere behoeften en hoe speelt de NTFU daar op in? Van Schijndel: “Voor veel vrouwen is gezelligheid een belangrijk aspect aan het fietsen. We zien dat samen fietsen vrouwen echt stimuleert. Heel zwartwit gesteld zijn vrouwen iets minder prestatief dan mannen.”
Dat er nog altijd veel meer mannen aangesloten zijn bij NTFU-verenigingen zorgt soms voor een drempel. “Als er alleen maar mannen in een groepje fietsen, is het toch lastig voor een vrouw om daarbij aan te sluiten. Het is goed om je daar als vereniging bewust van de te zijn. We adviseren verenigingen bijvoorbeeld om met speciale vrouwengroepen te beginnen. Vrouwen hebben ook vaak behoefte aan training. We hebben de ‘start-to-bike-cursussen’ ontwikkeld, dat is niet speciaal gericht op vrouwen maar we zien wel een hoge deelname van vrouwen. Daarnaast hebben we een project ‘Warm welkom op de club’, waarbij verenigingen eerst in kaart brengen welke doelgroep ze willen bereiken en ze voor nieuwe leden bijvoorbeeld altijd een buddy binnen de vereniging klaar hebben staan.”
Tips voor andere bonden
Niet alle bonden zitten in dezelfde luxepositie als de NTFU, waar vrouwen zich vanzelf aanmelden. De Nederlandse Golffederatie is juist dringend op zoek naar een andere imago om meer vrouwen aan te trekken en startte daarom onlangs de campagne ‘Welcome to the club’. In een persbericht schrijft de NGF: ‘De golfsport heeft te maken met een imagoprobleem onder niet-golfers en dat zit participatie van jongeren en vrouwen in de weg.’ Overigens zijn de verhoudingen tussen mannen en vrouwen in het golf ongeveer hetzelfde als op de wielrenfiets: twee derde mannen om een derde vrouwen. Maar bij de NTFU hebben ze geen campagne nodig om (jonge) vrouwen aan te trekken. Heeft Van Schijndel nog tips voor de NGF? “De verenigingscultuur is belangrijk. Je ziet bij verenigingen waar meer vrouwen lid worden minder haantjesgedrag en wij proberen verenigingen dus ook te coachen op die cultuuromslag, om de drempel voor vrouwen te verlagen.”
Voor meer informatie: Fietsen in cijfers
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.