4 juli 2013
Nieuws
Ondanks de ruime arbeidsmarkt is het geen vanzelfsprekendheid dat talentvolle mensen die nu in de sport werken, dat ook blijven doen. Er is bonden veel aan gelegen om 'high potentials' te behouden. Door deel te nemen aan het Talentprogramma Werken in de Sport, kunnen ze nog meer uit zichzelf en hun carrière halen. Dit najaar start de derde editie.
Het talentprogramma is een initiatief van sportbonden en NOC*NSF, voor en door de sport, en ontwikkeld in samenwerking met Randstad, één van de 'Partners in Sport' van de koepelorganisatie. Eind 2011 vond het programma voor de eerste keer plaats, in het najaar 2012 gevolgd door de tweede editie die in april van dit jaar werd is afgesloten. Jolina Broesder van NOC*NSF is benieuwd naar hoe het de deelnemers vergaat en waar ontwikkelvragen nu liggen. “Dit najaar organiseren we een netwerkbijeenkomst om dat te kunnen inventariseren. Dan gaat het niet alleen om wie een nieuwe baan heeft, of de afgelopen tijd promotie maakte. Het programma is geënt op ontwikkeling en groei van competenties.”
Toelatingseisen
De toelatingseisen voor het talentprogramma zijn streng. Deelnemers moeten onder meer de nodige ervaring hebben, maar geen oude rotten zijn, bovengemiddeld presteren, ambitieus zijn, een blik hebben die reikt tot buiten de eigen organisatie en niet ouder zijn dan 34 jaar. Bovendien moeten ze opgegeven worden door hun leidinggevende. Broesder: “Er is een aantal heldere criteria, zowel aan de onder- als bovenkant. De groep die overblijft bestaat uit ongeveer vijftien mensen die loopbaantesten hebben gedaan, op gesprek zijn geweest en een duidelijke ambitie hebben. De kosten voor het programma zijn 995 euro exclusief btw. Niet duur, vindt Broesder: “Deelnemers komen zeven keer bij elkaar, krijgen persoonlijk advies, spreken met directeuren in en om de sport en een loopbaandeskundige van Randstad. De prijs voorkomt daarnaast dat mensen al te gemakkelijk afzeggen.”
Dat de deelnemers allemaal ongeveer in dezelfde fase van hun loopbaan zitten is tijdens de bijeenkomsten een voordeel. Ze krijgen geen vastomlijnd programma voorgeschoteld, maar bepalen dat in hoge mate zelf. Hun eigen leerdoelen staan voorop. Op basis van eerdere edities kan Broesder de te behandelen thema’s wel ongeveer voorspellen. “Veel mensen kunnen op praktisch gebied heel goed invulling geven aan hun functie, maar binnen sportbonden draait het net zo vaak om invloed uitoefenen, het overbrengen van een boodschap, overeind blijven in een politiek krachtenveld. Dat zijn terreinen die voor veel deelnemers interessant zijn.”
Het talentprogramma past binnen de doelstelling van NOC*NSF en de sportbonden om meer samenwerking te genereren voor talentontwikkeling en werknemers in de sport beter te begeleiden gedurende hun loopbaan. Daarin ligt niet alleen een taak van de werkgevers, mensen zouden zichzelf ook vaker de vraag kunnen stellen welke kant zij op willen met hun carrière.”
Zware tijden
Binnen de sport valt er op HR-vlak volgens Broesder nog een wereld te winnen. Zeker nu er gezien de economische tegenwind zware tijden aankomen. Doelgerichte werken zou wel eens aan belang kunnen winnen. Het betekent dat werknemer en werkgever vaker dan nu het geval is met elkaar om de tafel moeten zitten om prestatieafspraken te maken en na een vastgestelde periode te evalueren wat er van terecht gekomen is. “Natuurlijk gebeurt dat nu ook al en zijn dit soort trajecten sterk afhankelijk van de organisatie. Als er drie mensen op een bureau werken, is men sowieso veel meer op de hoogte van elkaars functioneren. Even bewust stil staan bij werkafspraken en ontwikkeling, voortgang en beoordeling blijft dan vaak achterwege.”
Het talentprogramma verbindt op die manier goed werkgeverschap en persoonlijke ontwikkeling met de kwaliteitsslag die nodig is om de sport als sector op de arbeidsmarkt naar een hoger plan te tillen. Broesder vindt het – ook nu veel mensen blij zijn dat ze überhaupt een baan hebben en houden – belangrijk te blijven investeren in werknemers. “Dit zijn jonge mensen die een bewuste keuze hebben gemaakt voor een baan in de sport. Een aantal van hen zal binnen de organisatie kunnen doorgroeien, maar dat ligt zeker niet overal voor de hand. Juist daarom is het goed om hen alle mogelijkheden te bieden zich te ontwikkelingen in hun eigen baan en mobiliteit en doorstroming in de sport te bevorderen. Daar wordt uiteindelijk iedereen beter van.”
Voor meer informatie: klik hier of www.werkenindesport.nlDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.