31 mei 2012
Nieuws
Sportgeneeskunde valt in Nederland onder de sociale geneeskunde en de Vereniging voor Sportgeneeskunde zet zich al jarenlang actief in om dit als een medisch specialisme te laten erkennen. Onlangs stuurde de VSG een brief naar NOC*NSF met de vraag haar te steunen in de strijd.
Per 1 januari 2012 telt Nederland 122 geregistreerde sportartsen en 35 sportartsen in opleiding. Er zijn 54 gecertificeerde sportmedische instellingen, waarvan ongeveer de helft in een ziekenhuis is gevestigd. Anja Bruinsma, directeur VSG: “In potentie bedient de sportgeneeskunde een grote populatie. Een goede en brede toegankelijkheid van de sportgeneeskunde is gunstig voor ruim twaalf miljoen sporters, zeker ook in het kader van het Olympisch Plan 2028 en de Sportagenda 2016 waarin 75% sportparticipatie wordt nagestreefd.”
Bruinsma is ervan overtuigd dat de erkenning van de sportgeneeskunde als zelfstandig specialisme zal bijdragen aan de kwaliteit van de zorg. “In het bijzonder voor de bewegende mens, (aspirant)sporters en chronisch zieken. Verder creëert goede sportmedische zorg een gunstig economisch effect, omdat het grotere problemen voorkomt en tot sneller herstel leidt.”
Afgewezen
Al in 1998 diende de VSG voor het eerst een verzoek in bij het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) om de sportgeneeskunde te erkennen als medisch specialisme. Dit verzoek werd drie jaar later afgewezen. Bruinsma: “De sportgeneeskunde zou niet duidelijk hebben kunnen maken wat het werkterrein in de klinische setting omvat, het wetenschapsdomein zou onvoldoende ontwikkeld zijn en de opleiding zou te weinig ‘eigenheid’ hebben. Daarnaast werd aangegeven dat binnen de sportgeneeskunde preventie een belangrijke rol speelt, terwijl de klinisch specialist vooral diagnostisch en curatief bezig zou zijn. In de afgelopen jaren is bij de medisch specialisten preventie een veel belangrijker rol gaan spelen, dus dat argument zou op dit moment niet meer van toepassing zijn. Daarnaast zijn in de afgelopen tien jaar tien sportartsen gepromoveerd, waarmee het totaal op 23 komt. Dit heeft een enorme impuls gegeven aan het wetenschapsdomein van de sportgeneeskunde.”
In maart 2011 zijn er nieuwe criteria ontwikkeld door het College Geneeskundige Specialismen (CGS). Ruim een half jaar later diende VSG opnieuw een verzoek tot erkenning in. Een adviesgroep van CGS heeft de erkenningsaanvraag momenteel in behandeling en naar verwachting heeft deze volgend jaar het advies gereed, waarna nog een uitgebreide consultatieronde volgt.
Brief
In haar zoektocht naar erkenning heeft de VSG in een brief onlangs de steun van NOC*NSF gevraagd. “Dat NOC*NSF in haar Algemene Ledenvergadering aandacht voor dit punt heeft gevraagd zien we al als een zeer positieve steun in de rug. Hoe meer partijen openlijk uitspreken belang te zien in de erkenning van de sportgeneeskunde als medisch specialisme, hoe beter. Al van diverse partijen uit het veld, zoals NISB, WOS, KVLO, Dopingautoriteit, NOC*NSF en LHV hebben we brieven ontvangen die we inzetten om onze erkenningsaanvraag te ondersteunen.”
Bruinsma wil tenslotte benadrukken dat de medisch specialisten, die in de praktijk samenwerken met de sportarts, hier zeer positief over zijn. “Zij zien de expertise van de sportarts als een aanvulling op hun eigen handelen en hebben behoefte aan een verwijsmogelijkheid voor advisering over sportgerelateerde klachten, de inzet van sport en bewegen als middel bij chronisch zieken, conservatieve behandeling van sportgerelateerde letsels én secundaire preventie. Daarnaast signaleren zij dat de sportarts in staat is om zeer doelmatig te werken tegen geringe kosten.”
Voor meer informatie: klik hier. Eerder op Sport Knowhow XL (mei 2010): Sportgeneeskunde strijdt opnieuw voor erkenningDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.