6 oktober 2016
Nieuws
door: Marc Hoeben | 6 oktober 2016
Sport is fijn en sport kan misschien wel als het smeermiddel van de samenleving worden gezien. In die geest worden vele gemeentelijke beleidsnota’s opgesteld, maar ook vaak zonder dat er verdere concrete invulling aan wordt gegeven. Met subsidie van Provincie Noord-Holland begeleidden adviesbureau DSP en Sportservice Noord-Holland afgelopen anderhalf jaar zeven gemeenten bij het verbinden van sport met zorg en welzijn. Dit mondde uit in een stappenplan.
DSP en Sportservice Noord-Holland stellen dat sport en bewegen het sociale domein vele kansen heeft te bieden. Zij filterden die gedachte uit de ervaring met de vele gemeentelijke sportnota’s die ze in de loop der jaren voorbij zagen komen. Paul Duijvestijn, projectleider van DSP:
“De sportnota’s staan vol met volzinnen over sport als middel, met als doelen bijvoorbeeld reïntegratie, participatie of jeugdzorg. Maar als je dan verder leest, blijft toch de vraag hangen wat er gericht kan worden gedaan. Terwijl je aan de andere kant de praktijk hebt, met bijvoorbeeld welwillende ouders die een succesvolle voetbalcompetitie voor autistische kinderen opzetten. Of een enthousiaste ouderenbegeleider, die toevallig iets met sport heeft, en die merkt dat sport een hele goede manier is om Wmo-cliënten letterlijk en figuurlijk in beweging en in contact te brengen."
"Wij hadden samen met zeven gemeenten de gedachte dat er veel meer in zit als gemeenten hier gerichter op gaan inzetten. Dan kunnen zulke goede voorbeelden navolging krijgen.”
Met ondersteuning van de provincie Noord-Holland zetten DSP en Sportservice Noord-Holland begin 2015 een ‘kenniskring’ van zeven gemeenten op. Het ging om Alkmaar (107.872 inwoners), Beverwijk (40.380), Enkhuizen (18.437), Haarlemmermeer (145.008), Hoorn (72.326), Huizen (41.418) en Zaanstad (152.842).
“We begonnen met het maken van een ‘startfoto’: in hoeverre en op wat voor manier werd sport bij deze gemeenten al in het sociale domein ingezet? Dan zie je behoorlijk wat verschillen. En ook goede voorbeelden, die je een weg wil laten vinden. De gemeenten konden van elkaar leren en ze konden elkaar inspireren. Ze zijn afzonderlijk weer aan de slag gegaan, met steun van DSP en Sportservice Noord-Holland, en elke gemeente heeft een plan ontwikkeld om sport beter te benutten in het sociale domein. Op sommige punten worden die actieplannen al ingezet.”
Ervaringen gebundeld
De ervaringen van de zeven gemeenten zijn gebundeld in een document, onder de titel ‘beter benutten van sport in het sociale domein’. Daarin wordt gesproken van ‘sturend stimuleren.’ Het klinkt een beetje alsof we in een communistische planeconomie zijn beland, maar dat is volgens Duijvestijn geenszins het geval.
“Wij zijn op die term uitgekomen, omdat gemeenten er ook wel verschillend in staan. Zo vindt Zaanstad dat de behoefte aan inzet van sport heel erg uit het veld zelf moet komen. Terwijl Hoorn juist weer veel directiever is en graag zelf de doelgroepen formuleert. Wat het doel is, hangt natuurlijk heel erg af van de beleidsvisie van de gemeente. Wil je als gemeente vooral sturen of stimuleren? Uiteindelijk willen gemeenten vaak van allebei een beetje en gaat het dus altijd om een vorm van sturend stimuleren.”
Maar willen we niet te veel van de sport? En waarom hechten gemeenten in hun nota’s zo’n belang aan de inzet van sport voor de meest uiteenlopende doeleinden? Duijvestijn: “Sport wordt vaak als een wondermiddel gepresenteerd. Dat heeft deels met onze cultuur te maken en deels door allerlei voorbeelden waaruit ook daadwerkelijk blijkt dat sport zinvol kan zijn. De meerwaarde is er, maar het gaat niet vanzelf.”
Zoektocht
De genoemde zeven gemeenten die bij het onderzoek betrokken waren, selecteerden zichzelf uit na een bijeenkomst op het provinciehuis in Haarlem in 2014. “Hoeveel gemeenten nu nog gaan volgen en hiermee aan de slag willen, weten we nog niet. Vrijwel elke gemeente zoekt naar manieren om zorg- en participatiedoelen beter en goedkoper te realiseren. Sport kan daar een goede bijdrage aan leveren, maar het is nog wel een zoektocht. Wij willen gemeenten daar graag verder bij ondersteunen. Om welke bedragen het dan gaat, valt niet zomaar te zeggen. Dat hangt af van de ambities en mate van ondersteuning.”
DSP en Sportservice Noord-Holland formuleerden een stappenplan. Het gaat allereerst om het inschatten van de beginsituatie. Duijvestijn: “Om vragen als: wat doen we nu al? Hoe kunnen we het breder maken? Wat gebeurt er op de verschillende afdelingen van de gemeente en in hoeverre werken ze al samen?” De tweede stap is het formuleren van strategische uitgangspunten, zoals 'Wil je sturen of wil je vooral inspireren?' Het derde punt is het bepalen van de doelen: 'Wat willen we bereiken en wanneer zijn we straks tevreden?' Als vierde volgt het bedenken van maatregelen die bij de startsituatie, strategische uitgangspunten en doelen passen. “Dus: wat gaan we concreet doen? Welke maatregelen nemen we? Vaak is er de neiging om meteen met dit vierde punt te beginnen en in de actie te schieten. Maar juist als je eerst de andere stappen doorloopt blijkt het veel effectiever en houdbaarder.” Het vijfde en laatste punt is, hoe kan het anders, de evaluatie.
Maikel Waardenburg schreef recentelijk een proefschrift over de vraag ‘Hoe spelen sportverenigingen in op instrumentalisering door overheden?’ Duijvestijn kent het proefschrift en zegt:
“Sportclubs moeten vooral datgene doen waar ze goed in zijn en dat is het organiseren van sport. Het gevaar bestaat dat we ze overvragen. We kunnen ze beter benutten, maar het belang zit in dit geval vooral aan de kant van het sociale domein en hangt samen met de doelen van de gemeente. Daar moet het initiatief dus ook primair vandaan komen. Dan kan en wil de sport vaak een goede bijdrage leveren, zeker als het een club zelf ook voordelen oplevert: nieuwe leden bijvoorbeeld of extra inkomsten voor het breder openstellen van de accommodatie.”
Diverse maatregelen
Het project met de zeven gemeenten heeft tot diverse maatregelen geleid: “Alkmaar organiseert netwerkbijeenkomsten om sport- en zorgaanbieders bij elkaar te brengen en stelt startsubsidies beschikbaar voor gezamenlijke plannen. Huizen wilde graag dat zorgaanbieders meer sport tussen de oren zouden krijgen en daar hebben buurtsportcoaches een aanstelling bij zorgaanbieders gekregen. In Zaandam zijn er zogenaamde keukentafelgesprekken met mensen die sociale zorg nodig hebben. Daar is nu sport standaard een onderdeel van. Er wordt uitgevraagd wat mensen aan sport doen en wat hun behoefte daaraan is. In Hoorn worden Wmo-cliënten gericht benaderd met de vraag wat ze aan sport doen en wat ze willen. Ze worden benaderd voor een fittest en dan richting sportaanbod geleid.”
Voor meer informatie: Beter benutten van sport in het sociaal domein | Inspiratiedocument met stappenplan
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.