Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Sportwereld ziet 3 geschikte opvolgers van ioc lid willem alexander

Sportwereld ziet 3 geschikte opvolgers van IOC-lid Willem-Alexander

18 juni 2013

Nieuws

door: Peter Hopstaken | 18 juni 2013

Van de 21 personen die wij in onze enquête presenteerden als mogelijke opvolger van koning Willem-Alexander als IOC-lid steken er drie volgens de respondenten met kop en schouders boven de rest uit. Zij namen vanaf het moment dat de eerste vragenlijsten waren ingevuld de leiding en hadden gedurende de week dat de enquête online stond een spannende nek-aan-nekrace waarbij de posities één tot en met drie regelmatig van persoon wisselden. Uiteindelijk kreeg Pieter van den Hoogenband de meeste stemmen (285), op de voet gevolgd door achtereenvolgens Esther Vergeer (282) en Richard Krajicek (279). Dat is het voornaamste resultaat van onze enquête waaraan liefst 664 personen deelnamen. Daarnaast bood de enquête nog veel andere interessante inzichten.

Kenmerken van de respondenten
Van de 664 respondenten is ruim twee derde man en bijna een derde vrouw. 73% is tussen de 30 en 64 jaar (waarvan 44% tussen de 45 en 64 jaar is en 29% tussen de 30 en 44 jaar). Ze wonen verspreid over het land, waarbij - in lijn met de totale bevolking - de provincies Noord-Holland (27% van de respondenten), Zuid-Holland (17%), Utrecht (15%), Gelderland (14%) en Noord-Brabant (11%) het sterkst vertegenwoordigd zijn.

De respondenten vormen samen een buitengewoon sportief gezelschap: bijna 99% doet aan sport of heeft dat gedaan. Zo'n 12% is zelfs uitgekomen op het allerhoogste sportieve niveau: de Olympische Spelen, een WK of een EK. Daarnaast hebben relatief veel van hen deelgenomen aan nationale competities (34%), bovenregionale (27%) en lokale competities (16%).

Verder is/was van de respondenten 33% medewerker/bestuurslid van een sportvereniging en is/was ruim 29% werkzaam in het bedrijfsleven of heeft een eigen zaak. Verder is/was 23% sportcoach of -trainer, 21% medewerker of bestuurslid van een sportbond, 21% werkzaam in onderwijs en/of wetenschappelijk onderzoek en 19% werkzaam bij rijksoverheid, provincie of gemeente. NB: deze aantallen tellen niet op tot honderd procent aangezien respondenten meerdere opties hebben aangekruist.

Resultaten enquête
Volgens de respondenten bestaat het IOC momenteel uit een gezelschap van oude knarren dat nogal star opereert. Dat lijkt althans de algehele typering die de respondenten geven aan dit prestigieuze internationale gezelschap van sportbestuurders. Want op de vraag 'aan welke criteria een eventuele opvolger van koning Willem-Alexander als IOC-lid zou moeten voldoen' is het op een na meest aangekruiste antwoord (344 keer, 53% van de respondenten): 'jonger zijn dan 50 jaar zodat het IOC een jonger en dynamischer gezelschap wordt'. Het antwoord maakt meteen duidelijk waarom sommige kandidaten 'van naam' niet vaak genoemd worden als 'ideale opvolger' van Willem-Alexander in het IOC: ze worden simpelweg te oud geacht. Het criterium dat iets vaker en dus het meest (347 keer) genoemd werd: 'een stevige' maatschappelijke positie hebben (gehad)'. Andere criteria die veelvuldig genoemd zijn: 'goed/makkelijk kunnen omgaan met andere IOC-leden' (39%) en 'minstens drie moderne talen spreken' (30%). Minder vaak genoemd werden criteria als: 'academisch geschoold zijn' (24%), 'minstens één olympische medaille hebben gewonnen' (22%) en 'een vrouw zijn zodat het IOC iets minder een mannenbolwerk wordt' (22%).

De top drie van de meest genoemde kandidaten bestaat dus uit Pieter van den Hoogenband (285 stemmen), Esther Vergeer (282) en Richard Krajicek (279). Daarachter voert als een alleenheerser Joop Alberda de lijst van de 'best of the rest' aan met 160 stemmen. En vervolgens komen prins Maurits (124 stemmen), Mark Huizinga (118), Carole Thate (112), Peter Blangé (99), Camiel Eurlings (83) en op een tiende plaats André Bolhuis (78). Grafisch zien de verhoudingen van de beste kandidaten er als volgt uit:

 

De elf personen die buiten de top tien vallen zijn (met tussen haakjes aantal stemmen): Clémence Ross (74), Karin van Bijsterveld (73), Nico Rienks (68), Stefan Veen (60), Harry Been (57), Margo Vliegenthart (50), Rita van Driel (39), Irene Eijs (30), Sylvia Barlag (26), Trinko Keen (21) en Gerritjan Eggenkamp (19).

Dark horses
Verscheidene respondenten hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om - buiten de 21 personen waaruit zij in de enquête konden kiezen - zelf mensen te noemen als mogelijk ideale opvolger van koning Willem-Alexander als IOC-lid. In totaal 37 personen zijn daarbij de revue gepasseerd, waarbij het overgrote deel daarvan slechts één keer genoemd is. Vier personen kregen van minstens drie respondenten de voorkeur: Jan Fransoo (7), Johan Cruijff (5), Ard Schenk (4) en Cees Vervoorn (4). Daarbij dient aangetekend dat Ard Schenk bijna te oud is om in het IOC zitting te nemen (wordt in september 69).

Over de meest genoemde 'dark horse' - Jan Fransoo - liet een respondent zich ontvallen: 'onbegrijpelijk dat hij niet op de lijst staat'. De respondent bedoelde de lijst met namen waaruit gekozen kon worden. En deze respondent heeft volkomen gelijk: Jan Fransoo had gezien zijn imposante internationaal bestuurlijke staat van dienst1 ábsoluut op de lijst gemoeten. Mea culpa! Tóch is de verwachting dat de pakweg top tien van de ranglijst er niet (heel) anders uit zou hebben gezien. Daarop staan vooral mensen 'van naam', mede op grond van fantastische sportprestaties. Jan Fransoo geniet - volkomen onterecht vanwege zijn bestuurlijke cv - waarschijnlijk niet veel bekendheid onder brede lagen van de respondenten.

Totstandkoming van de lijst
Hoe is de lijst van namen waaruit de respondenten konden kiezen eigenlijk tot stand gekomen? Op grond van eigen inzichten heeft Sport Knowhow XL eerst een conceptlijst met namen opgesteld. Deze lijst is ter beoordeling rondgestuurd aan een aantal ingewijden, onder wie mensen met zeer veel internationale sportbestuurlijke ervaring, mede 'in de buurt' van het IOC opererend. Op grond van alle reacties is een definitieve lijst met 21 namen opgesteld.

Voorkeuren van de respondenten naar enige onderscheiden kenmerken
Vrijwel ongeacht de werk- en/of bestuursachtergrond van de respondenten staan Pieter van den Hoogenband, Esther Vergeer en Richard Krajicek in de top drie van meest genoemde ideale kandidaten voor het IOC-lidmaatschap. Alleen de categorie van (ex)topsporters noemt Joop Alberda als derde ideale kandidaat, waardoor daar Richard Krajicek buiten de top drie valt.

Als we kijken naar het niveau waarop de respondenten gesport hebben, dan zien we dat respondenten die op het hoogste niveau aan sport deelnamen - de Olympische Spelen, WK, EK en/of nationale competities de eerste voorkeur uitgaat naar Pieter van den Hoogenband. Daarentegen scoort Esther Vergeer het hoogst bij degenen die op regionaal of lokaal niveau aan competitiesport hebben gedaan. De 'niet echt competitieve' sporters ten slotte hebben Richard Krajicek als nummer één op hun lijstje.

Verder valt op dat Pieter van den Hoogenband bij geen enkele onderscheiden leeftijdscategorie absoluut de grootste voorkeur geniet; bij de 20-29-jarigen eindigt hij gelijk met Esther Vergeer en Richard Krajicek. De respondenten van 30 tot 44 jaar kiezen als eerste kandidaat voor Richard Krajicek, vanaf 45 jaar en ouder steeds in meerderheid voor Esther Vergeer. Opvallend is dat de allerjongste respondenten (19 jaar en jonger) in meerderheid Esther Vergeer samen met outsider Karin van Bijsterveld als beste kandidaat zien. Deze categorie respondenten is echter heel klein (7) waardoor het nauwelijks invloed heeft op de totaaluitslag. Dat Pieter van den Hoogenband ondanks het bovenstaande in de totaaltelling als meest favoriete kandidaat uit de enquête naar voren komt, heeft te maken met 1) de ongelijke verdeling van het aantal respondenten per leeftijdscategorie in combinatie met 2) de onderling kleine verschillen tussen de drie meest genoemde kandidaten in het algemeen maar ook per leeftijdscategorie.

Als we tot slot nagaan of het geslacht van de respondent veel uitmaakt voor de voorkeuren, dan blijkt dat bij de mannelijke respondenten er een voorkeur te zijn voor Richard Krajicek als eerste kandidaat, met Pieter van de Hoogenband vlak daarachter en Esther Vergeer op de derde plek. Bij de vrouwen daarentegen scoort Esther Vergeer - heel duidelijk zelfs - het hoogst. Op enige afstand volgen respectievelijk Pieter van den Hoogenband en Richard Krajicek. Andere kandidaten op de lijst die een opvallende voorkeur genieten bij vooral mannelijke of juist vrouwelijke respondenten zijn: Sylvia Barlag, Karin van Bijsterveld, Rita van Driel, Irene Eijs en Margo Vliegenthart (allen relatief veel meer door vrouwelijke dan door mannelijke respondenten genoemd), alsmede Harry Been en Stefan Veen (net andersom, relatief vaak door mannelijke respondenten genoemd). Het kleinste verschil tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke stemmers vinden we bij Joop Alberda.

Voor een impressie van de enquêteresultaten (rangorde) onderscheiden naar een aantal kenmerken van de respondenten klik hier

De procedure van het IOC
Gezien het grote aantal respondenten blijkt het thema - opvolger van Willem-Alexander als IOC-lid - enorm te leven. Mogelijk ook omdat de procedure om te komen tot een nieuw IOC-lid vooral achter de schermen plaatsvindt en daardoor nogal schimmig is. Hoe gaat een en ander officieel in zijn werk?

Op 10 september a.s. zal het 110e IOC-congres plaatsvinden in Buenos Aires. Ten behoeve van de procedure voor de verkiezing en herverkiezing van IOC-leden is een zogeheten Nominations Commission ingesteld. De taak van deze commissie is om de achtergrond van ieder kandidaat-lid te onderzoeken en daar vervolgens rapport over uit te brengen aan de IOC Executive Board. In zo'n rapport beargumenteert de Nominations Commission waarom een kandidaat wel of niet over de vereiste kwaliteiten beschikt om gekozen te kunnen worden als IOC-lid.

De IOC Executive Board bestudeert alle aldus verkregen rapporten en besluit vervolgens of een kandidaat wel of niet zal worden voorgedragen om gekozen te worden tijdens het IOC-congres. De stemming over het mogelijke IOC-lidmaatschap van de kandidaten is geheim. Om IOC-lid te worden moet een kandidaat de meerderheid van het congres achter zich krijgen.

De volgende personen en organisaties zijn gemachtigd om één of meer personen voor verkiezing voor te dragen: IOC-leden, de IOC Atletencommissie, internationale sportfederaties (alleen van olympische sporten) en nationale olympische comité's (bij ons NOC*NSF). De kandidaten moeten eerst schriftelijk bij de IOC-voorzitter Jacques Rogge worden voorgedragen, waarna deze de voordracht doorstuurt aan de Nominations Commission.

Implicatie van de enquêteresultaten, mede in historisch perspectief
De deadline om IOC-kandidaten voor te dragen als nieuw IOC-lid is recentelijk gepasseerd, dit moest drie maanden voor het congres van 10 september gebeurd zijn. In die zin zal de uitslag van de enquête geen enkele invloed hebben op een eventuele voordracht vanuit Nederland. Als die overigens sowieso al invloed had kunnen hebben, 'democratie' heeft in het verleden geen rol gespeeld bij de keuze wie bij het IOC voorgedragen zou moeten worden. De geschiedenis leert dat er achter de schermen vele robbertjes gevochten worden om voorgedragen cq. gekozen te worden. Vaak zonder succes, menig NOC-voorzitter heeft bijvoorbeeld in het stof moeten bijten.

Zo waren in 1987 door ons land NOC-voorzitter Henk Vonhoff en Ruud Frese als kandidaten voor het IOC-lidmaatschap naar voren geschoven, maar moesten zij het uiteindelijk afleggen tegen Anton Geesink, die door toenmalig IOC-voorzitter Samaranch voorgedragen was. Uiteraard was het NOC not amused. Het zou het begin vormen van een 'minder gelukkige' langdurige relatie tussen NOC en later NOC*NSF enerzijds en Anton Geesink anderzijds, die als vertegenwoordiger van het IOC steeds een zetel mocht bezetten in het bestuur van NOC*NSF.

Nog meer tumult gaf ruim tien jaar later de 'kroonprinsaffaire'. Toenmalig NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen kreeg bij de ALV van de sportkoepel voor elkaar dat hij als 'enige' kandidaat bij het IOC zou worden voorgedragen voor het lidmaatschap. Niettemin aasde schaatslegende Ard Schenk ook op die positie en tegen de zin en steun van NOC*NSF stelde hij zichzelf - wat dat ook mocht betekenen - via een fax (!) op persoonlijke titel kandidaat voor het IOC-lidmaatschap. Nog gekker wordt dit verhaal, want ook toenmalig staatssecretaris Erica Terpstra had zich kandidaat gesteld. Volgens een artikel op de site van NOC*NSF2 nam zelfs in totaal een dozijn Nederlanders contact op met het IOC-hoofdkwartier in Lausanne om te laten weten zeer geïnteresseerd te zijn in deze functie.

Het hele proces bereikt een climax als uiteindelijk geen van genoemde kandidaten maar toenmalig kroonprins Willem-Alexander - wederom met hulp van IOC-voorzitter Samaranch - het IOC-pluche mag gaan bekleden. Dit tot blinde woede van NOC*NSF-voorzitter Huibregtsen die in een telefonisch interview met de inmiddels overleden Volkskrant-journalist Hans van Wissen de kroonprins onder meer een 'Judas', 'saboteur' en 'lafaard' genoemd zou hebben. Van Wissen publiceert een spraakmakend artikel op de voorpagina, Huibregtsen trad af als voorzitter van NOC*NSF en spande een rechtszaak tegen de Volkskrant aan. Zijn verweer was onder meer dat hij met 'Judas' niet de kroonprins maar IOC-voorzitter Samaranch had bedoeld. Om de verhoudingen maar even te schetsen... Uiteindelijk bepaalde de rechter dat Wouter Huibregtsen weliswaar 'domme dingen' had gezegd tegen Hans van Wissen, maar dat Van Wissen die niet had mogen opschrijven zoals hij ze had opgeschreven...

Zo spectaculair als in het verleden zal het deze keer niet gaan. Niettemin mogen we niet uitsluiten dat wederom een voorzitter van NOC*NSF - deze keer André Bolhuis - (mogelijk tevergeefs) hengelt naar het IOC-lidmaatschap. Na afloop van de laatste ALV van NOC*NSF op 14 mei jl. zei Bolhuis onder meer vol vertrouwen, zo citeerde de Volkskrant3: 'Onze koning zit tot 31 december in het IOC. Als hij eruit gaat, zal er een nieuwe Nederlander tot het IOC toetreden.' Hij gaf daarbij echter toe dat dit niet zeker was. 'Het is een beslissing van het IOC. Het is niet zo dat wij iemand voordragen. We hebben ook geen recht. Maar er is heel veel contact met de president van het IOC en met de koning. Ik heb er buitengewoon veel vertrouwen in.'

Opmerkelijke woorden van Bolhuis, aangezien onze nationale sportkoepel zelf wél het recht had om iemand voor te dragen. Een en ander zou kunnen betekenen dat Bolhuis ten tijde van deze uitspraak zeker wist dat er een of meer Nederlanders door een IOC-lid voorgedragen zou worden. Dat IOC-lid zou voorzitter Jacques Rogge in eigen persoon kunnen zijn of koning Willem-Alexander. Mocht André Bolhuis één van de voorgedragen Nederlanders zijn, dan zal hij - als hij vervolgens daadwerkelijk gekozen zal worden - niet zo lang deel uit kunnen maken van het prestigieuze IOC-gezelschap. Op 4 oktober a.s. wordt hij namelijk 67 jaar. Dat betekent dat hij - gezien de leeftijdsgrens van 70 jaar - tot uiterlijk 2016 kan aanblijven als IOC-lid. Of we tegen die tijd weer een 'bevriend' IOC-voorzitter hebben die bereid is een Nederlander naar voren te schuiven, is maar zeer de vraag.

In die zin zou een eventueel IOC-lidmaatschap van André Bolhuis het resultaat zijn van korte termijn-denken van NOC*NSF: de koepel zou - hoewel ze het recht daartoe had - getuige de woorden van Bolhuis op 14 mei jl. immers niemand hebben voorgedragen. Dat terwijl er volgens de professionele sportwereld - getuige de uitslag van de enquête - minstens drie 'kanjers' van kandidaten zijn die alle drie - als ze gekozen zouden worden - tot in lengte der jaren ons land in het IOC hadden kunnen vertegenwoordigen: Pieter van den Hoogenband, Esther Vergeer en Richard Krajicek. De toekomst zal uitwijzen wat er deze keer allemaal achter de schermen heeft plaatsgevonden.

UPDATE
Sport Knowhow XL heeft de drie topkandidaten die naar voren kwamen uit deze enquête - Pieter van den Hoogenband, Esther Vergeer en Richard Krajicek - gevraagd of ze zijn voorgedragen voor het IOC-lidmaatschap. Alle drie gaven ze aan dat dit niet het geval is. Richard Krajicek gaf daarbij aan dat hij 'via-via gehoord had dat ze op zoek zijn naar een vrouw'. Krajicek voegde eraan toe dat 'een hele goede zaak' te vinden en bovendien 'fan' te zijn van Carole Thate. Zij is getuige de uitslag van de enquête na Esther Vergeer de eerstvolgende (en enige) vrouw in de 'top tien'. Maar ook Carole Thate laat weten niet te zijn benaderd en - voor zover zij weet - ook niet officieel te zijn voorgedragen voor het IOC-lidmaatschap.


NOTEN:
1. Jan Fransoo (1966) was - tot begin 2013 - acht jaar voorzitter van de ARISF, de koepelorganisatie van 33 door het IOC erkende internationale sportfederaties. Verder was Fransoo van 2011 tot 2013 vice-voorzitter van SportAccord, een organisatie die de promotie, communicatie en samenwerking nastreeft tussen meer dan honderd internationale sportfederaties en internationale sportorganisatoren. Sportaccord werkt nauw samen met het IOC en is gevestigd in Lausanne. Tevens is Fransoo al sinds 2003 voorzitter van de internationale korfbalfederatie (IKF). In het dagelijks leven is Jan Fransoo is sinds 2003 hoogleraar Technische Bedrijfskunde - in het bijzonder Logistiek - aan de School of Industrial Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven. Voor zijn gehele profiel op LinkedIn klik hier.

2. Zie hier.

3. Zie hier voor het Volkskrant-artikel.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.