8 mei 2014
Nieuws
door: Leo Aquina | 8 mei 2014
“Net zoals het Rijksmuseum een monument is waar we zuinig op moeten zijn, is het Olympisch Stadion dat ook”, aldus Robert Geerlings, voorzitter van de Sportraad Amsterdam. Het stadion werd twintig jaar geleden behoed voor sloop en de financiële constructie die destijds werd opgezet, loopt over twee jaar af. Volgens stadiondirecteur Hans Lubberding is de toekomst van het stadion daarmee niet in gevaar, maar ten aanzien van de exploitatie moeten er wel keuzes worden gemaakt. De Sportraad deed onlangs ‘met klem een beroep op de gemeenteraad van Amsterdam om haar verantwoordelijkheid te nemen bij het zoeken naar een toekomstbestendige oplossing.’ De begeleidende brief bij het advies van de Sportraad was gericht aan demissionair wethouder sport Eric van der Burg. Alle betrokken partijen kijken de gemeente vragend aan, maar zolang er geen nieuwe coalitie is, wordt daar geen politiek besluit genomen. Welk probleem krijgt de nieuwe coalitie straks op haar bord?
De Sportraad vindt dat het Olympisch Stadion niet slechts de verantwoordelijkheid is van de nieuwe coalitie, maar van de hele gemeente- raad. “De gemeente deelt het standpunt dat ‘de gemeente aan zet is’, zegt Andrea Aquina, bij de afdeling Sport van de gemeente Amsterdam belast met het Olympisch Stadion.
“Daartoe zijn enkele weken geleden in een bijeenkomst in het stadion alle betrokken partijen uitgenodigd voor een presentatie en een eerste brainstormbijeenkomst. Aan tafel zaten behalve de gemeente ook Stadsdeel Zuid, Topsport Amsterdam, Sportraad Amsterdam, Phanos, voetbalclub ASV Arsenal en de directie van het stadion. In vervolg hierop wordt een projectgroep ingesteld met verschillende stakeholders en er wordt een projectplan opgesteld.”
Terug naar jaren negentig
“In feite ligt dezelfde vraag voor als in de jaren negentig”, zei Andrea Aquina vorig jaar al tegen Sport Knowhow XL. Eind jaren negentig wilde de gemeente het stadion slopen, maar vooral dankzij de inspanningen van wijlen Piet Kranenberg ging dat niet door. Investeringsmaatschappij Bouwinvest kocht een aantal bedrijfsruimtes in het stadion om die commercieel te exploiteren en werd binnen een Vereniging van Eigenaren samen met de Stichting Olympisch Stadion Amsterdam eigenaar van het stadion. Toen Bouwinvest die bedrijfsruimtes kocht, is afgesproken om naast een vaste eenmalige koopsom jaarlijks een bijdrage van enkele tonnen over te maken aan Stichting Olympisch Stadion Amsterdam (SOSA). Die termijnbetalingen lopen in december 2016 af. Vanaf dat moment heeft Bouwinvest zijn eigendom volledig afbetaald en moet SOSA het zonder die jaarlijkse inkomsten stellen.
Phanos
Als de termijnbetaling van Bouwinvest ophoudt, is het niet langer mogelijk het Olympisch Stadion te exploiteren zoals dat nu gebeurt. Er worden veel breedtesportactiviteiten georganiseerd, waar het stadion niet genoeg op verdient om zelfstandig verder te kunnen.
Atletiekvereniging Phanos is de vaste gebruiker van het stadion. Via de gemeente betaalt de club jaarlijks ruim 24.000 euro huur. Het huurcontract dat de gemeente heeft met het Stadion voor Phanos loopt op 31 december 2016 af. Een jaar voor die datum moeten de partijen eruit zijn of en hoe het huurcontract wordt voortgezet. De club mag zich gelukkig prijzen met de mooie locatie, maar ondervindt tegelijkertijd veel hinder bij de organisatie van commerciële evenementen.
Voor een evenement als bijvoorbeeld de Coolste Baan van Nederland, toen er een ijsbaan in het stadion lag, moesten de atleten wijken. Commerciële activiteiten zoals de Coolste Baan, of bijvoorbeeld het onlangs op Koningsdag georganiseerde Kingsday Festival zijn voor het Stadion echter wel een manier om geld te verdienen.
NOC*NSF stopte bijdrage
De aflopende termijnbetalingen van Bouwinvest nopen de eigenaren van het stadion, de gebruikers en alle andere betrokken partijen na te denken over een structurele oplossing na 2016. De financiële positie van het stadion kwam dit jaar verder onder druk te staan doordat NOC*NSF haar jaarlijkse bijdrage stopzette. De sportkoepel droeg financieel bij aan de exploitatie vanwege het belang van het stadion voor het olympisch erfgoed in Nederland, maar hield daar mee op vanwege de teruggelopen inkomsten vanuit de lottogelden.
Deze tegenvaller heeft de stichting die het stadion exploiteert doen besluiten zich in 2014 te concentreren op: ‘behoud en beheer van het monument, een gezonde bedrijfsvoering en het aanbieden van grootschalige publiekevenementen met daarnaast beperkte aandacht voor breedtesport, educatie en museale activiteiten.’ Phanos blijft in 2014 en 2015 de vaste gebruiker van het stadion, maar andere breedtesportactiviteiten, worden kritisch tegen het licht gehouden. Stadion-directeur Hans Lubberding: “De verplichtingen die zijn aangegaan worden nagekomen, voor 2015 wordt het nieuwe profiel (mix van publieks- en breedtesportevenementen) nog nader vastgelegd.”
Duidelijke keuze
De Sportraad Amsterdam vindt dat de gemeente het voortouw moet nemen bij het smeden van een publiek-private coalitie, die het behoud van en onderhoud aan deze monumentale accommodatie garandeert. Het stadion kan daarbij zelf geld in het laatje brengen vanuit de exploitatieopbrengsten. De Sportraad concludeert echter ook: ‘Hoe meer de stichting die het stadion exploiteert moet bijdragen, hoe minder ruimte er in het stadion zal zijn voor gesubsidieerde sportbeoefening en daarmee ook voor Phanos.”
Sportraad-voorzitter Geerlings: “De gemeente Amsterdam moet een duidelijke keuze maken voor de invulling van de (sport)activiteiten in het Olympisch Stadion.” Hoewel de Sportraad vindt dat de gemeente het initiatief moet nemen voor de onderhandelingen, zijn er volgens hem meer partijen die zich zouden moeten laten gelden. “Iedereen die wij hebben gesproken, is voor behoud van het stadion, zelfs de meest kritische politieke partijen”, aldus Geerlings. “Het Olympisch Stadion is een monument met internationale allure en daarin heeft niet alleen de gemeente een verantwoordelijkheid, maar ook de nationale overheid, NOC*NSF en het Nederlandse bedrijfsleven.”
Bouwinvest is daarin een belangrijke partij. Geerlings: “Zij hebben straks hun eigendom afbetaald, maar ze blijven mede-eigenaar van het stadion en ze hebben er dus ook baat bij dat het in goede staat behouden blijft.”
Evaluatie
Stadiondirecteur Hans Lubberding is het roerend eens met het advies van de Sportraad. “Het stadion staat er al 86 jaar en het zal er ook nog wel 86 jaar blijven staan. Maar wat willen we met dat stadion? Je kunt ervoor kiezen om het alleen maar als monument overeind te houden en er verder niets mee te doen. Je kunt er ook voor kiezen om deze unieke plek te gebruiken. We hebben hier in de afgelopen jaren veel prachtige evenementen gehad. Per jaar trekken we vele honderdduizenden bezoekers. We hebben nauwe contacten met buitenlandse collega’s die naar ons stadion komen kijken om te leren hoe je een Olympisch Stadion jaren na de Spelen nog altijd op een goede manier kunt benutten."
"De vraag die voorligt, is of we verder willen met een stadion dat bruist van de activiteiten, of dat we ervoor kiezen om slechts het gebouw overeind te houden als monument. In die zin is de keuze die voorligt ook een beetje een evaluatie van de afgelopen 15 jaar jaren, waarin Stichting Olympisch Stadion en Bouwinvest samen het exploitatierisico op zich hebben genomen en daarmee het Olympisch Stadion zowel lokaal, nationaal als internationaal weer een gezicht hebben gegeven.”
Historische en monumentale waarde
Met die conclusie zijn we terug bij de vraag die eind jaren negentig dus ook al voor lag. Andrea Aquina opnieuw: “Vraag is niet ‘moeten er meer evenementen in?’, maar ‘wat voor functie willen we nu eigenlijk dat het stadion heeft in de toekomst en hoeveel hebben we daar voor over?’”
Duidelijk is dat het stadion niet overeind gehouden kan worden zonder gemeenschapsgeld. “Het is een monument en dat geeft beperkingen”, aldus Aquina. “Daarnaast heeft de stad al een Arena en een Ziggodome. Als je het stadion behoudt - en dat wil iedereen - dan is dat in eerste instantie om de historische en monumentale waarde. Voor elk gebruiksplan dat je maakt, is functioneel gezien nieuwbouw een aantrekkelijker optie. Dus dat zal nooit de hoofdreden zijn om het stadion te behouden. Daar moet je in je visie rekening mee houden.”
Hoewel er ten opzichte van een jaar geleden nog geen concrete vorderingen zijn gemaakt, zijn Lubberding en Aquina positief over de voortgang van die gesprekken in de projectgroep. De knopen moeten straks echter worden doorgehakt door de politiek.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.