22 oktober 2007
Nieuws
Voor de Sportersmonitor zijn ruim 5.000 burgers ondervraagd. 800 sporters van 25 jaar en ouder kregen aanvullende vragen voorgelegd over uiteenlopende aspecten van hun sportgedrag. NOC*NSF en het W.J.H. Mulier Instituut zijn van plan om iedere twee jaar een Sportersmonitor te laten verschijnen.
Gesegmenteerde sportmarkt
Een ruime meerderheid van de
Nederlandse bevolking doet aan sport. Desondanks is er nog altijd sprake van een
sterke segmentering van het Nederlandse sportlandschap. Solo- en
non-contactsporters blijven voornamelijk vrouw, ouder en hoog opgeleid, terwijl
bij de team- en contactsporters mannen, jongeren en lager opgeleiden nog altijd
zijn oververtegenwoordigd. Fitness was in 2005-2006 de meest beoefende sport
(15%), voor zwemmen (11%) en wielrennen/mountainbiken (10%). Voetbal en tennis
zijn de meest beoefende sporten in verenigingsverband.
Vereniging blijft van belang (maar niet voor iedereen)
De verenigingsport is nog altijd de grootste vorm van georganiseerde sport.
De helft van de bevolking van 6 jaar en ouder is lid van een sportvereniging,
terwijl een kwart lid is van een commerciële sportaanbieder. De verenigingssport
heeft met name bij de jeugd van 6-18 jaar een streepje voor. 84 procent van de
6-18 jarigen is lid van ten minste één sportvereniging. De meeste sporters
starten hun sportloopbaan dan ook met traditionele verenigingssporten, veelal
voetbal gevolgd door tennis. Op middelbare leeftijd is fitness de meest
beoefende sport. Op oudere leeftijd stappen sporters over naar minder
blessuregevoelige sporten als wandelen of keren terug naar het eerder beoefende
tennis.
Trouw aan hun sport
Sporters geven blijk van een grote
trouwheid aan hun sport. Eenderde van de sporters (39%) beoefent nog steeds zijn
of haar eerste sport. De meerderheid (84%) van de sporters is de afgelopen vijf
jaar niet van sport gewisseld. Aan het sporten zit meer routinematigheid,
emotionele betrokkenheid en gewoontevorming ten grondslag dan in
marketingplannen vaak wordt verondersteld. Driekwart van de sporters sport op
minder dan een kwartier afstand van huis.
Plezierig en gezond bezig zijn houdt meer mensen bezig dan de drang
om te winnen
Winnen is voor de hedendaagse sporter niet het
belangrijkste. Meer dan de helft van de sporters (60%) sport dan ook niet in
wedstrijdverband. Plezierig en gezondheid bezig zijn vormen samen met sociaal
contact de drie belangrijkste motieven om te sporten. Ervaren belemmeringen in
sportloopbanen verwijzen over het algemeen naar tijdsdruk, fysieke
ongemakken en al dan niet hiermee samenhangende veranderende interesses.
Kritiek op de verenigingssport: Teveel gedoe en te vieze
douches
De verenigingssport kent niet bij alle sporters een positief
imago. De meerderheid van de commerciële en ongebonden sporter is van mening dat
verenigingssport te duur is, te veel regels en verplichtingen kent en te veel
tijd kost. Deze nadelen worden ook door jongeren onderschreven. Ouderen hebben
vooral problemen met het prestatieve en agressieve karakter van het
(competitieve) verenigingsaanbod. De kritieken op de verenigingsaccommodaties
hebben vooral betrekking op de netheid van douches en kleedkamers, rookvrije
ruimtes en (sociale) veiligheid. Bijna de helft van de sporters (40%) toont zich
bereid om meer te betalen voor, bijvoorbeeld, meer deskundige trainers.
Meer gebruik maken van mogelijkheden die de jeugdleden met zich mee
brengen
Op de gedifferentieerde sportmarkt heeft de verenigingssport
het wellicht niet altijd gemakkelijk, maar staat ze zeker niet met lege handen.
Sporters die onderlinge competitie, spelplezier en gezelligheid wensen, zijn bij
de sportvereniging aan het goede adres. De verenigingssport heeft daarbij de
luxe dat de sportloopbaan van de meeste sporters juist daar begint. Bonden en
verenigingen zouden wel meer gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die de
jeugdleden met zich mee brengen. Gerichte ledenwerving op ouders van jeugdleden
lijkt een zinvolle strategie om het marktaandeel van de georganiseerde sport te
vergroten. Voorwaarde voor het slagen van deze strategie is wel dat verenigingen
hun aanbod van diensten, en met name de kwaliteit daarvan, blijven
doorontwikkelen.
Titel rapport: Sportersmonitor
2005-2006
Opgesteld door: W.J.H. MUlier Instituut, i.s.m.
NOC*NSF
Meer informatie: 073-612 6401
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.